Terug
Gepubliceerd op 17/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

di 16/12/2025 - 20:00

Belastingreglement tweede verblijven 2026-2031

Aanwezig: Rudy Verhoeven, voorzitter
Stanny Tuyteleers, Johan Verreyt, Raadsleden
Luc Van Geyte, schepen
Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Michel De Prins, Pieter Lievens, Raadsleden
Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Schepenen
Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wouter Entbrouxk, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck, José Ignacio Fuentes Angulo, Raadsleden
Karen Van Looveren, algemeen directeur
Verontschuldigd: Sofie Van Wesemael, raadslid
Feiten, context en argumentatie

De gemeente wenst een belasting op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 in te voeren.

De belasting op tweede verblijven heeft tot doel om het beschikbare woonpatrimonium optimaal te benutten voor permanente bewoning, de sociale cohesie in de gemeente te bevorderen en het compenseren van gemiste inkomsten door het ontbreken van inschrijvingen in het bevolkingsregister.

Het college acht het noodzakelijk om een geldelijke bijdrage te vragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven lastens de eigenaars van woon- en verblijfsgelegenheden die op het grondgebied van de gemeente worden gebruikt zonder dat iemand er zijn hoofdverblijfplaats heeft. Dit betreft panden waarvoor geen inschrijving in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister van de gemeente werd verricht.

De gemeente Lint levert belangrijke financiële inspanningen om kwaliteitsvolle dienstverlening aan te bieden en om het openbaar domein en de gemeentelijke infrastructuur te onderhouden. Voor deze zogenoemde tweede verblijven verricht de gemeente bovendien aanzienlijke inspanningen op het vlak van het openbaar domein, zoals groenonderhoud en afvalbeheer, en draagt zij een grotere verantwoordelijkheid op het vlak van veiligheid, milieu en het beheer van de openbare ruimte. Daarnaast vereisen deze verblijven extra aandacht tijdens seizoensgebonden of vakantieperiodes, waarbij toezicht en opvolging moeilijker zijn door het beperkte zicht op het aantal en de identiteit van de gebruikers. Dit heeft een aanzienlijke weerslag op het gemeentelijk budget.

Door een belasting op tweede verblijven in te voeren, wordt een stimulans gegeven om deze woningen effectief te gebruiken als hoofdverblijfplaats. Dit draagt bij aan het behoud van het residentieel karakter van de gemeente, bevordert sociale cohesie en voorkomt dat woongelegenheden slechts occasioneel of in bijkomende orde worden benut.

Bovendien versterkt deze belasting het belang van correcte inschrijving in de bevolkingsregisters. Personen die hun feitelijke hoofdverblijfplaats in de gemeente hebben, worden via deze maatregel aangemoedigd om zich officieel in te schrijven. Dit is van belang voor zowel de veiligheid als het accuraat beheer van de bevolkingsgegevens.

Iedereen die op het grondgebied van de gemeente woont of verblijft, maar geen bijdrage levert in de financiering van de gemeentelijke uitgaven via de aanvullende gemeentebelasting, moet enigszins geldelijk bijdragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven.

Deze belasting geldt ook als compensatie voor de derving van inkomsten op het vlak van de aanvullende personenbelasting en op het vlak van de toekenningen uit het gemeentefonds.

Het college acht het toegepaste tarief per tweede verblijf gematigd en billijk voor de duur van het belastingreglement.

De gemeente is genoodzaakt om belastingen te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.

De vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

Juridische gronden

De Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4;

De Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;

Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;

Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen;

Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335;

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister;

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;

De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.

Financiële weerslag

De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de registratiesleutel [beleidsveld 0020 ARK 73770000 Tweede verblijven].

Publieke stemming
Aanwezig: Rudy Verhoeven, Stanny Tuyteleers, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Michel De Prins, Pieter Lievens, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wouter Entbrouxk, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck, José Ignacio Fuentes Angulo, Karen Van Looveren
Voorstanders: Rudy Verhoeven, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Rozemarijn Van Cauteren, Michel De Prins, Pieter Lievens, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wouter Entbrouxk, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck, José Ignacio Fuentes Angulo
Onthouders: Stanny Tuyteleers, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels
Resultaat: Met 15 stemmen voor, 3 onthoudingen
Besluit

Enig artikel 

Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.

BELASTINGREGLEMENT OP TWEEDE VERBLIJVEN
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op tweede verblijven.

Artikel 2
Begripsomschrijvingen
1° Als tweede verblijf wordt beschouwd:
elke private woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid op 1 januari van het aanslagjaar niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente Lint, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.
2°  Wordt niet als tweede verblijf beschouwd:
- Gebouwen uitsluitend bestemd voor beroepsactiviteiten;
- Tenten en woonaanhangwagens;
- Verplaatsbare caravans, tenzij deze tenminste zes maanden van het aanslagjaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend te worden;
- Leegstaande woongelegenheden waarvoor overtuigend bewijs wordt geleverd dat ze in het voorgaande kalenderjaar niet als tweede verblijf zijn aangewend;
- De leegstaande woongelegenheden waarvan het bewijs wordt voorgelegd dat zij in de loop van het aan het aanslagjaar voorafgaande kalenderjaar blijkens de gegevens uit het bevolkingsregister, gedurende ten minste zes maanden van het jaar als hoofdverblijfplaats werd aangewend.
3°  Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register voor tweede verblijven.
4° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
5° De aangifteplichtige is degene die het tweede verblijf kan betrekken op 1 januari van het jaar, als eigenaar. Bij vruchtgebruik, erfpacht of opstal is de aangifteplicht de verantwoordelijkheid van respectievelijk de vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder. In geval van mede-eigendom is elke mede-eigenaar aangifteplichtig voor zijn aandeel.
6° Onder een beveiligde zending wordt verstaan:
- een aangetekend schrijven;
- een elektronisch aangetekende zending;
- een afgifte tegen ontvangstbewijs.
7° Opnamedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het register voor tweede verblijven wordt ingeschreven.
8° Register van tweede verblijven: Het gemeentelijk register van tweede verblijven.
9° Woning: Een goed vermeld in artikel 1.3 §1, eerste lid 66°, Boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (Elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.)
10° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik

Artikel 3
Register van tweede verblijven
1° De administratie maakt een register voor tweede verblijven.
In elke inventaris worden minimaal volgende gegevens opgenomen:
a. het adres van het tweede verblijf
b. de kadastrale gegevens van het tweede verblijf;
c. de identiteit en het adres van de zakelijk gerechtigde(n);
d. het nummer en de datum van de administratieve akte;

Artikel 4
Indicaties van een tweede verblijf
Een woongelegenheid wordt beschouwd als tweede verblijf wanneer één of meerdere van de volgende elementen aanwezig zijn:
- geen inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister;
- de woning is afgewerkt;
- de woning is (deels) bemeubeld;
- de woning is aangesloten op nutsvoorzieningen;
- de woning beschikt over sanitaire voorzieningen;
- de woning is uitgerust om te eten en slapen;
- er is verbruik van gas en/of elektriciteit vastgesteld.

Artikel 5
Belastingplichtige en belastbaar tijdstip
§ 1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht die op 01 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of door een derde feitelijk gebruikt wordt.
Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al dan niet is ingeschreven in het bevolkingsregisters van de gemeente.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.
§ 2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

Artikel 6
Tarief van de heffing
Het jaarlijkse bedrag van de belasting wordt vastgesteld per tweede verblijf. De belasting is ondeelbaar en voor het ganse belastingjaar verschuldigd door de belastingplichtige op 1 januari van het belastingjaar.

Jaar 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Tarief 1.200,00 € 1.220,00 € 1.240,00 € 1.260,00 € 1.280,00 €

1.300,00 €

Artikel 7

Aangifteplicht
§1. Elke belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur Lint – dienst huisvesting – Koning Albertstraat 41, 2547 Lint - op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier.
§2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.
§3. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
§4. De aangifte kan via elektronische weg worden ingediend, meer bepaald per e-mail naar huisvesting@lint.be . In dat geval geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

Artikel 8
Meldingen
In geval van eigendomsoverdracht in de loop van het jaar moet de nieuwe eigenaar aangifte hiervan doen binnen de maand bij het gemeentebestuur Lint - financiële dienst op volgend adres Koning Albertstraat 41, 2547 Lint of via het maildadres huisvesting@lint.be

Artikel 9
Controle en onderzoek
Het gemeentebestuur controleert de oprechtheid van de aangiften. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken. De gemeente mag de waarachtigheid van de onderschreven aangiften nagaan met al de middelen waarover zij beschikt. Daartoe aangestelde personeelsleden zijn bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats hebben. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

Artikel 10
Administratieve boete
Voor volgende niet-limitatieve overtredingen wordt een administratieve boete van 500 EUR opgelegd:
- Overtreding van de meldingsplicht uit artikel 8 van dit reglement;
- Weigering om mee te werken aan een fiscale controle;
- Weigering om boeken of bescheiden voor te leggen;
De boete wordt gevestigd en ingevorderd volgens dezelfde regels als deze die gelden voor de kohierbelastingen.
Het bedrag van de administratieve geldboete wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex van de maand november van het voorgaande jaar.

Artikel 11
Ambtshalve belasting
§1. Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan vanwege de belastingplichtige op de aangiftedatum vermeld in artikel 7, kan de belasting ambtshalve gevestigd worden overeenkomstig artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen.
§2. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd als volgt:
- 10% bij een eerste overtreding,
- 25%, 50% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding,
- Vanaf de vijfde opeenvolgende overtreding zal de belastingverhoging 200% van de ambtelijk in te kohieren belasting bedragen,
met dien verstande dat een correcte en tijdige aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding met slechts 10% wordt verhoogd.
De belastingverhoging bedraagt minimum € 100. Het bedrag van deze belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

Artikel 12 
Inkohiering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 13
Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 14
Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post (Koning Albertstraat 41, 2547 Lint) of via elektronische weg per e-mail (huisvesting@lint.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

Artikel 15
Het belastingreglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur.
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.