Terug
Gepubliceerd op 17/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

di 16/12/2025 - 20:00

Belastingreglement masten en pylonen: 2026-2031

Aanwezig: Rudy Verhoeven, voorzitter
Stanny Tuyteleers, Johan Verreyt, Raadsleden
Luc Van Geyte, schepen
Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Michel De Prins, Pieter Lievens, Raadsleden
Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Schepenen
Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wouter Entbrouxk, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck, José Ignacio Fuentes Angulo, Raadsleden
Karen Van Looveren, algemeen directeur
Verontschuldigd: Sofie Van Wesemael, raadslid
Voorgeschiedenis

Gemeenteraadsbesluit 29 juni 2021: aanpassing belastingreglement masten en pylonen, voor de dienstjaren 2021 tot 2025.

Feiten, context en argumentatie

Het belastingreglement op masten en pylonen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2021, voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst deze belasting te hernieuwen en integraal te vervangen door dit belastingreglement op masten en pylonen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven rechtvaardigt en vereist de invoering van alle rendabele belastingen.
Masten en pylonen belasten bovendien de beperkte nog resterende open ruimte en worden door hun hoogte en specifieke karakter ervaren als landschapsverstorend en hinderlijk door zowel de bewoners als de bezoekers van de gemeente. Bovendien heeft de aanwezigheid van masten en pylonen een substantiële negatieve invloed op de aantrekkingskracht van de gemeente, zowel als landelijke woonomgeving en als toeristische bestemming.
Het is dan ook billijk om een specifieke bijdrageplicht ten laste van de eigenaars van masten en pylonen op te leggen. Gelet op het feit dat de aanwezigheid van een mast of pyloon aanzienlijke impact heeft op de publieke ruimte en infrastructuur en dat zowel de eigenaar(s) van de mast of pyloon, de eigenaar(s) van de grond waarop deze werden opgericht, als de uitbater(s) ervan allen in zekere mate economisch voordeel halen uit de aanwezigheid en het gebruik van deze installaties, en om een efficiënte belastinginning en de gelijkheid tussen belastingschuldigen te waarborgen, is het aangewezen om deze partijen hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de betaling van de belasting.
Er wordt geopteerd om de masten en pylonen met een hoogte van minimaal 20 meter te belasten gezien ze vanaf deze hoogte als landschapsverstorend worden ervaren.
Talrijke Vlaamse steden en gemeenten hebben dergelijke belasting ingevoerd met tarieven tot € 5.000 per mast of pyloon per jaar.
Het is billijk om het bedrag van de belasting te laten afhangen van de mate waarin de mast of de pyloon bijdraagt tot de landschapsverstoring, de visuele hinder en vervuiling en het doorbreken van de vrije open ruimte.
Daarbij worden de volgende principes gehanteerd:
• Een individuele op zichzelf staande pyloon met een hoogte van minstens 20 meter boven het maaiveld wordt als meer landschapsverstorend en visueel vervuilend beschouwd dan een mast die geplaatst wordt op of tegen een bestaande constructie en zich situerend op een hoogte van minstens 20 meter te meten vanaf het maaiveld, wat een hoger belastingtarief voor pylonen rechtvaardigt. Een tarief van € 4.000 per pyloon per jaar en € 2.000 per mast per jaar wordt als redelijk beschouwd gelet op de enorme negatieve impact van dergelijke constructies op één van de belangrijkste troeven van de gemeente, met name het landschap.
• In geval zich meerdere masten van eenzelfde eigenaar bevinden op eenzelfde bestaande constructie, worden deze gezamenlijk als één mast van de betreffende eigenaar beschouwd, om overbelasting ten aanzien van eenzelfde belastingplichtige te vermijden op eenzelfde activiteit vanuit eenzelfde locatie.

• In geval zich één of meerdere masten bevinden op een bestaande pyloon, het reeds grote landschapsverstorende en visueel vervuilende karakter van de betreffende pyloon door de aanwezigheid van deze masten niet bijkomend wordt verzwaard. De betreffende masten vormen immers als het ware een onderdeel van de pyloon. In concreto impliceert voorliggend principe dat masten die geplaatst werden op of tegen een bestaande pyloon niet apart of supplementair worden belast.

Onder artikel 5 van het reglement zijn een aantal vrijstellingen opgenomen.

De omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit raadt aan om een belastingvermindering of vrijstelling voor constructies voor het produceren van groene stroom op te nemen. De Raad van State heeft geoordeeld dat differentiaties ter aanmoediging van de productie van groene stroom een objectief en redelijk criterium uitmaken die het landschapsverstorende karakter van de masten en pylonen compenseren (RvS 14 januari 2014, nr. 226.034 en RvS 16 juni 2015, nr. 231.593).

Er wordt tevens voorzien in een vrijstelling voor verlichtingsmasten en -pylonen, gelet op de maatschappelijke bijdrage die deze verlichtingsmasten en -pylonen leveren in het kader van de bevordering van de openbare veiligheid, hetgeen op voldoende wijze het landschapsverstorende karakter ervan compenseert. Bovendien ervaart de bevolking minder problemen met de aanwezigheid van dergelijke verlichtingsmasten of -pylonen, nu deze veeleer als van nature thuis horen in het bestaande landschap. Verder heerst er voor deze constructies geen gevoel van het bestaan van een gezondheidsrisico onder de bevolking.

Er wordt ook in een vrijstelling voorzien voor masten en pylonen die gebruikt worden voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitvoeren. Volgens de Raad van State zijn vrijstellingen voor deze constructies die primaire overheidstaken uitoefenen objectief en redelijk verantwoord (RvS 16 juni 2015, nr. 231.593).

Het bestuur is van oordeel dat het financieel voordeel en landschapsverstorend karakter van voormelde vrijgestelde masten en pylonen voldoende wordt gecompenseerd door het maatschappelijk belang (belangrijke maatschappelijke, sociale en/of informatieve functie) zodat hiervoor vrijstelling kan worden verleend. Bovendien worden dergelijke constructies door de bevolking minder als storend ervaren en heerst er geen perceptie van het bestaan van een gezondheidsrisico.
Inzake de belastingverhoging (artikel 10 van het reglement) wordt ervoor gekozen om met een progressieve schaal te werken gelet op het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel.

Juridische gronden

De Grondwet, in het bijzonder 41, 162 en 170, § 4;

Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335;

Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;

De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

De gecoördineerde Omzendbrief van 10 juni 2011 inzake onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands Bestuur;

De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;

Financiële weerslag

De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de registratiesleutel [beleidsveld 0020 ARK 73609000 Belasting op masten en pylonen]

Publieke stemming
Aanwezig: Rudy Verhoeven, Stanny Tuyteleers, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Michel De Prins, Pieter Lievens, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wouter Entbrouxk, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck, José Ignacio Fuentes Angulo, Karen Van Looveren
Voorstanders: Rudy Verhoeven, Stanny Tuyteleers, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Michel De Prins, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck
Onthouders: Rozemarijn Van Cauteren, Pieter Lievens, Wouter Entbrouxk, José Ignacio Fuentes Angulo
Resultaat: Met 14 stemmen voor, 4 onthoudingen
Besluit

Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement masten en pylonen voor de aanslagjaren 2026-2031 goed als volgend:
BELASTINGREGLEMENT MASTEN EN PYLONEN

Artikel 1 - Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op masten en pylonen die zich op 1 januari van het aanslagjaar in open lucht op het grondgebied van de gemeente Lint bevinden en zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

Artikel 2 - Definities
Voor toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
- ‘mast’: een verticale structuur die op een dak of andere bestaande constructie is geplaatst en waarbij de hoogte van de constructie en mast samen minstens 20 meter, te meten vanaf het maaiveld, bedraagt.
- ‘pyloon’: een individuele op zichzelf staande verticale constructie, met uitsluiting van gebouwen, opgericht op het niveau van het maaiveld en met een hoogte van minstens 20 meter, te meten vanaf het maaiveld.

Artikel 3 - Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon op 1 januari van het aanslagjaar. Indien er meerdere eigenaars zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
§2. De eigenaars van de grond waarop de mast of pyloon werd opgericht en de uitbaters van de mast of pyloon, zijn allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
§1. Het bedrag van de belasting per mast of pyloon wordt vastgesteld als volgt:
a) Pyloon:

Jaar 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Tarief 4.000,00 € 4.080,00 € 4.160,00 € 4.240,00 € 4.320,00 € 4.400,00 €

b) Mast:

Jaar 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Tarief 2.000,00 € 2.040,00 € 2.080,00 € 2.120,00 € 2.160,00 € 2.200,00 €

§2. In geval zich meerdere masten van eenzelfde eigenaar op of tegen eenzelfde bestaande constructie bevinden, worden deze als één mast beschouwd. In geval zich één of meerdere masten op of tegen een bestaande pyloon bevinden, worden deze als onderdeel van de pyloon beschouwd.
§ 3. De belasting is jaarlijks en ondeelbaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het aanslagjaar wordt weggenomen.

Artikel 5 - Vrijstellingen
- masten of pylonen die worden gebruikt voor de productie van windenergie of andere vormen van groene stroom;
- masten of pylonen die dienstig zijn voor de verlichting ten behoeve van de veiligheid;
- masten of pylonen die gebruikt worden voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitvoeren. De vrijstelling geldt enkel voor masten en pylonen die uitsluitend of overwegend worden gebruikt voor de communicatie-infrastructuur van openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten.

Artikel 6 - Aangifteplicht
§1 Elke belastingplichtige is verplicht uiterlijk op 1 juli van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur een aangifte te doen van het aantal masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente op een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld aangifteformulier. Hij kan een aangifteformulier bekomen op eenvoudig verzoek bij de administratie of via de website van de gemeente Lint. De aangifte kan ook digitaal gebeuren via het online formulier op de gemeentelijke website.
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van een aanslag.
§2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier heeft gekregen, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht noch van de belasting.
§3. De aangifte moet worden ingediend op volgend adres: gemeentebestuur Lint, t.a.v. de financiële dienst – Koning Albertstraat 41, 2547 Lint of via elektronische weg, meer bepaald per e-mail naar findienst@lint.be
De aangifte kan ook digitaal gebeuren via het online formulier op de gemeentelijke website.
Als aangiftedatum geldt de postdatum of bij afgifte, de datum vermeld op het ontvangstbewijs.
Ingeval van verzending via e-mail of via het online formulier op de gemeentelijke website, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

Artikel 7 Meldingen
De belastingplichtige moet elke wijziging van de belastbare toestand binnen de maand na de wijziging, op eigen initiatief, melden aan het gemeentebestuur Lint - financiële dienst op volgend adres Koning Albertstraat 41, 2547 Lint, of via het e-mailadres findienst@lint.be.

Artikel 8 - Administratieve boete 
Het gemeentebestuur is ten allen tijde gerechtigd waar ook op het gemeentelijk grondgebied controle uit te oefenen met het oog op de correcte toepassing van deze reglementering.
Een administratieve geldboete van 500,00 EUR wordt opgelegd in geval van:
• Overtreding van de meldingsplicht uit artikel 7 van dit reglement;
• De weigering mee te werken aan een fiscale controle;
• De weigering om boeken of bescheiden voor te leggen.
Het bedrag van de administratieve geldboete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
De administratieve geldboete moet worden betaald binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 9 - Ambtshalve belasting
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 6, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op grond van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:
• 25% van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding;
• 50% van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een tweede overtreding;
• 100% van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een derde overtreding;
• 200% van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een vierde overtreding en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte en tijdige aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding met slechts 25% wordt verhoogd.
De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

Artikel 10 - Inkohiering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 11 - Betalingstermijn
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 12 - Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post (Koning Albertstraat 41, 2547 Lint ) of via elektronische weg per e-mail (findienst@lint.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

Artikel 13 - Bekendmaking, inwerkingintreding en bestuurlijk toezicht
Het belastingreglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 29 juni 2021 op masten en pylonen en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.