De voorzitter opent de zitting op 16/12/2025 om 21:30.
De ontwerpnotulen van vorige zitting worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de ontwerpnotulen van vorige zitting goed.
Het lokaal bestuur Lint erkent het belang van een hecht sociaal weefsel in straten, buurten en wijken en wil daarom de bewoners kansen bieden om initiatieven te nemen.
Hiervoor wordt financiële ondersteuning geboden voor buurt- en straatfeesten die als doel hebben de sociale contacten in een straat, buurt, wijk, plein,… te bevorderen.
In de meerjarenplanning 2025-2031 is een werkingssubsidie opgenomen om klantenbetrokkenheid te verhogen door participatietrajecten.
Om gezinnen en verenigingen dergelijke subsidie te kunnen toekennen, wordt een reglement opgesteld.
Dienstjaar: 2026-2031
Actie en omschrijving: AC000022 Creëren van ontmoetingsplekken waar mensen met elkaar op een laagdrempelige manier kunnen kennismaken
MJP nummer: 000175 Subsidies buurtfeesten
Beleidsveld: 0171 Gemeentelijk wijkoverleg.
Algemene rekening en omschrijving: 64910000 Toegestane werkingssubsidies aan gezinnen.
| Begroting |
Beschikbaar |
Uitgave |
Saldo |
| 3.000 € |
3.000 € |
3.000 € |
0 € |
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het reglement voor toekenning van subsidies voor straat- en buurtfeesten goed:
Reglement voor de gemeentelijke subsidie van buurt- en straatfeesten
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 wordt een gemeentelijke subsidie voor buurt- en straatfeesten toegekend.
Artikel 2
Doelgroep
Elke groep bewoners die een straat- of buurtfeest wil organiseren, komt in aanmerking voor een subsidie. De buurt kan zich beperken tot één of meerdere volledige straten, of een duidelijk afgebakend gedeelte ervan met een minimum van 10 woongelegenheden die een aaneengesloten geheel vormen.
Artikel 3
Voorwaarden
Binnen de perken van de daartoe voorziene kredieten op het gemeentebudget, voorziet de gemeente subsidies voor buurt- en straatfeesten. Deze buurt- en straatfeesten moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:
het project moet georganiseerd worden op het grondgebied van de gemeente Lint;
het project moet zich richten tot alle bewoners van de buurt waarop het initiatief zich richt zoals beschreven in ‘Artikel 2. Doelgroep’ ongeacht hun politieke, religieuze of filosofische overtuigingen en ongeacht hun persoonlijke situatie;
alle bewoners van de buurt waarop het project zich richt, zoals beschreven in ‘Artikel 2. Doelgroep’ moeten schriftelijk of via e-mail uitgenodigd worden met de vermelding van het programma van het evenement;
de geografische afbakening van de buurt en/of de straat worden vermeld bij de aanvraag;
aan de buurtactiviteit moeten minstens 20 buurtbewoners effectief participeren;
de wettelijke en administratieve voorschriften om een buurt- straatfeest te organiseren worden nageleefd (bv naleven politiereglement, SABAM, e.a. …).
Volgende initiatieven of projecten komen niet in aanmerking voor tussenkomst op basis van dit reglement:
privé-feesten, met uitzondering van de doelgroep waarop dit reglement van toepassing is;
schoolfeesten;
familiefeesten;
feesten met een politiek, religieus, filosofisch of commercieel karakter;
feesten van vzw’s, vennootschappen of verenigingen met een ander hoofddoel dan het bevorderen van sociale contacten binnen een buurt;
feesten met een louter winstgevend doel.
Artikel 4
Aanvraagprocedure
Een buurtsubsidie wordt aangevraagd via het evenementenloket. De aanvraag moet minstens 30 werkdagen (6 weken) op voorhand worden ingediend.
Indien het initiatief wijzigt of niet doorgaat, delen de initiatiefnemers dit onmiddellijk schriftelijk of via e-mail mee.
Artikel 5
Ondersteuning vanuit de gemeente
Goedgekeurde projecten kunnen een subsidie krijgen van € 150 als tegemoetkoming in de gemaakte uitgaven die samenhangen met de organisatie van een project.
Volgende kosten komen in aanmerking:
huur technische installatie (geluid, verlichting, …);
huur infrastructuur en benodigdheden (mobiel toilet, tafels, stoelen, kookapparatuur, servies, …);
animatie (spelattractie, muzikanten, artiesten, …);
niet-lokale heffingen en verzekeringen (Sabam, Billijke Vergoeding, aansprakelijkheidsverzekering, …);
promotie (uitnodigingen, affiches, …);
versieringen
voeding en drank
Volgende kosten komen niet in aanmerking:
producten die doorverkocht worden aan de deelnemers:
aankoop van technische installatie, infrastructuur en benodigdheden.
Goedgekeurde projecten kunnen gebruikmaken van het gemeentelijk feestmateriaal volgens het bestaande reglement en de beschikbare voorraad. De aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst. Ook deze kosten kunnen worden ingebracht om via de subsidie terugbetaald te worden.
Artikel 6
Controle
Ten laatste twee weken na het evenement bezorgt de organisatie een foto van het evenement als bewijs dat het evenement plaatsvond.
Artikel 7
Uitbetaling
De subsidie wordt binnen de 30 dagen na ontvangst van het bewijsstuk, gestort op het door de initiatiefnemers opgegeven rekeningnummer.
Reglement voor de gemeentelijke subsidie van buurt- en straatfeesten
Artikel 8
De (administratieve) opvolging van de aanvraag voor de subsidie en opvolging van de uitbetaling is de bevoegdheid van de medewerker van de dienst vrije tijd in samenwerking met de financiële dienst.
Artikel 9
Het college van burgemeester en schepen is gemachtigd om een onderzoek in te stellen of te laten instellen m.b.t. de activiteiten waarvoor de toelage is aangevraagd of toegekend. Het verstrekken van onvolledige of onjuiste gegevens kan aanleiding geven tot het geheel of gedeeltelijk weigeren of terugvorderen van de toegekende toelage.
Artikel 10
Betwistingen in verband met dit reglement worden voorgelegd aan en beslecht door het college van burgemeester en schepenen van het lokaal bestuur Lint.
Artikel 11
Gemeentelijke reglementen
De organisatoren moeten zich houden aan de bepalingen uit het politiereglement met betrekking tot onder andere openbare rust, veiligheid, verkeersveiligheid en hygiëne.
Artikel 12
Auteursrechten
De organisatoren verbinden zich ertoe de regelgeving met betrekking tot auteursrechten (SABAM, Billijke Vergoeding) te respecteren en zijn hiervoor zelf verantwoordelijk.
Artikel 13
Cumulverbod
Eenzelfde groepering kan slechts eenmaal per kalenderjaar beroep doen op deze subsidie.
Artikel 14
Verzekering
De organisatoren zijn zelf verantwoordelijk voor het afsluiten van een verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid.
Daarnaast biedt het Vlaams Steunpunt vrijwilligerswerk vzw een gratis verzekering aan die bedoeld is om vrijwilligers te verzekeren bij occasionele of tijdelijke initiatieven.
In januari 2025 werd het lopende meerjarenplan geanalyseerd door het MAT en werd het nieuwe bestuursakkoord grondig geanalyseerd.
In februari 2025 werden de speerpunten uit het bestuursakkoord omgezet naar een nieuw doelstellingenkader.
Dit doelstellingenkader werd in maart 2025 in de diepte verder uitgewerkt door de MAT-leden in overleg met de experten.
Eind maart 2025 volgde een positieve terugkoppeling met CBS om het doelstellingenkader verder uit te werken.
In september 2025 werden de budgetbesprekingen opgestart per dienst, CBS, MAT-leden, de financiële dienst en betrokken diensten werden hierbij betrokken.
Op 13 november 2025 werd de definitieve versie van het meerjarenplan toegelicht en besproken met CBS en MAT.
Op 13 november 2025 bracht het MAT haar positief advies uit.
CBS-besluit 17 november 2025 over het meerjarenplan 2025-2031.
De beleidsrapporten werden op 1 december 2025 besproken op de commissie financiën.
Het ontwerp van het meerjarenplan werd toegelicht op de vrijetijdsraad 20 november 2025 en er werd een positief advies verleend.
Het ontwerp van het meerjarenplan werd toegelicht op de jeugdraad 20 november 2025 en er werd een positief advies verleend.
De gemeenteraad is bevoegd om zijn deel van het meerjarenplan vast te stellen in het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen.
Artikel 41 van het decreet lokaal bestuur (DLB) van 22 december 2017 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Artikel 249 t.e.m. 256 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 254 DLB van 22 december 2017.
Voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan vastgesteld. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een
financiële nota, een toelichting en documentatie.
Het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.
Artikel 255 DLB van 22 december 2017.
In de strategische nota van het meerjarenplan worden de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven, alsook de beleidsverklaring.
In de financiële nota van het meerjarenplan wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het
financiële evenwicht wordt gehandhaafd.
De toelichting van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken
een beslissing te kunnen nemen.
Artikel 256 DLB van 22 december 2017.
De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor de
gemeente en de kredieten voor het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn voor dat boekjaar.
DLB , artikel 171 §4, 3° zegt dat de algemeen directeur zorgt, in overleg met het managementteam, voor de opmaak van:
3° het voorontwerp van de beleidsrapporten en de opvolgingsrapportering
Artikel 176 van het DLB, 1° zegt dat
De financieel directeur, onder de functionele leiding van de algemeen directeur, instaat voor:
1° het opstellen, in overleg met het managementteam, van het voorontwerp van de beleidsrapporten en de opvolgingsrapportering.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids-en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekening stelsels en de digitale rapportering
van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
Omzendbrief ABB 2019/4 van 3 mei 2019 betreffende de strategische meerjarenplanning 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen.
Omzendbrief ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplanning 2026- 2031 van de lokale en provinciale besturen.
Het resultaat van de jaarrekening 2024 is verwerkt in het meerjarenplan.
De aanpassing van de ramingen van 2025 is eveneens vertaald in het meerjarenplan.
De geconsolideerde rapporten tonen aan dat de verplichte evenwichten voor het MJP 2026-2031 gerespecteerd zijn.
• Het beschikbaar budgettair resultaat is jaarlijks >= 0
• De autofinancieringsmarge in het laatste jaar (2031) >=0, meer bepaald € 89.993
Enig artikel
De gemeenteraad stelt het deel van de gemeente van het meerjarenplan 2026-2031 vast.
In januari 2025 werd het lopende meerjarenplan geanalyseerd door het MAT en werd het nieuwe bestuursakkoord grondig geanalyseerd.
In februari 2025 werden de speerpunten uit het bestuursakkoord omgezet naar een nieuw doelstellingenkader.
Dit doelstellingenkader werd in maart 2025 in de diepte verder uitgewerkt door de MAT-leden in overleg met de experten.
Eind maart 2025 volgde een positieve terugkoppeling met CBS om het doelstellingenkader verder uit te werken.
In september 2025 werden de budgetbesprekingen opgestart per dienst, CBS, MAT-leden, de financiële dienst en betrokken diensten werden hierbij betrokken.
Op 13 november 2025 werd de definitieve versie van het meerjarenplan toegelicht en besproken met CBS en MAT.
Op 13 november 2025 bracht het MAT haar positief advies uit.
CBS-besluit 17 november 2025 over het meerjarenplan 2025-2031.
De beleidsrapporten werden op 1 december 2025 besproken op de commissie financiën.
Het ontwerp van het meerjarenplan werd toegelicht op de vrijetijdsraad 20 november 2025 en er werd een positief advies verleend.
Het ontwerp van het meerjarenplan werd toegelicht op de jeugdraad 20 november 2025 en er werd een positief advies verleend.
De gemeenteraad is bevoegd om zijn deel van het meerjarenplan vast te stellen in het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen.
Artikel 41 van het decreet lokaal bestuur (DLB) van 22 december 2017 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Artikel 249 t.e.m. 256 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 254 DLB van 22 december 2017.
Voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan vastgesteld. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een
financiële nota, een toelichting en documentatie.
Het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.
Artikel 255 DLB van 22 december 2017.
In de strategische nota van het meerjarenplan worden de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven, alsook de beleidsverklaring.
In de financiële nota van het meerjarenplan wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het
financiële evenwicht wordt gehandhaafd.
De toelichting van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken
een beslissing te kunnen nemen.
Artikel 256 DLB van 22 december 2017.
De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor de
gemeente en de kredieten voor het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn voor dat boekjaar.
DLB , artikel 171 §4, 3° zegt dat de algemeen directeur zorgt, in overleg met het managementteam, voor de opmaak van:
3° het voorontwerp van de beleidsrapporten en de opvolgingsrapportering
Artikel 176 van het DLB, 1° zegt dat
De financieel directeur, onder de functionele leiding van de algemeen directeur, instaat voor:
1° het opstellen, in overleg met het managementteam, van het voorontwerp van de beleidsrapporten en de opvolgingsrapportering.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids-en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekening stelsels en de digitale rapportering
van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
Omzendbrief ABB 2019/4 van 3 mei 2019 betreffende de strategische meerjarenplanning 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen.
Omzendbrief ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplanning 2026- 2031 van de lokale en provinciale besturen.
Het resultaat van de jaarrekening 2024 is verwerkt in het meerjarenplan.
De aanpassing van de ramingen van 2025 is eveneens vertaald in het meerjarenplan.
De geconsolideerde rapporten tonen aan dat de verplichte evenwichten voor het MJP 2026-2031 gerespecteerd zijn.
• Het beschikbaar budgettair resultaat is jaarlijks >= 0
• De autofinancieringsmarge in het laatste jaar (2031) >=0, meer bepaald € 89.993
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het ontwerp-meerjarenplan 2026-2031, met de strategische nota, de financiële nota en toelichting goed zoals bijgevoegd bij het besluit en met volgende uitkomst, met BBB als beschikbaar budgettair resultaat en AFM als autofinancieringsmarge;
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|
| Beschikbaar budgettair resultaat | 38.455 € | 1.819.697 € | 1.955.338 € | 2.435.529 € |
1.707.923 € | 954.948 € |
| Autofinancieringsmarge | 535.435 € | 1.289.266 € | 140.313 € | 307.021 € | 287.253 € | 89.993€ |
Gemeenteraadsbesluit van 25 september 2007 waarin het begrip 'dagelijks bestuur' wordt vastgesteld zoals in artikel 159 van het gemeentedecreet.
Gemeenteraadsbesluit van 25 september 2007 waarin het 'visum door de financieel beheerder' wordt ingevoerd.
Gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2014 waarin het begrip 'dagelijks bestuur en het visum' wordt vastgesteld.
Gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2020 waarin het begrip 'dagelijks bestuur en het visum' wordt vastgesteld.
Bespreking begrip "dagelijks bestuur i.k.v. overheidsopdrachten, delegatie thesaurieverrichtingen, toetreding aankoopcentrale en voorwaarden voorafgaand visum" op MAT van 4 november 2025.
In het kader van een vlotte dagelijkse werking is het nuttig en wenselijk om deze besluiten te hernieuwen.
Een goed afgewogen definitie van het begrip “dagelijks bestuur” op maat van onze organisatie is van belang en dient genomen te worden om de bevoegdheidsregeling (gemeenteraad – college) binnen ons bestuur duidelijk af te lijnen en de administratieve procedures te kunnen bijsturen.
Omschrijving begrip dagelijks bestuur en machtiging i.k.v. overheidsopdrachten
De gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van aangelegenheden van gemeentelijk belang met de mogelijkheid om in ruime mate bevoegdheden te delegeren naar het college van burgemeester en schepenen. Dit geldt eveneens voor overheidsopdrachten.
De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht (artikel 41, 2e lid, 10° van het DLB) tenzij:
Om de continuïteit en de vlotte werking van de diensten te garanderen, is het aangewezen om het begrip 'dagelijks bestuur' een ruime invulling te geven. Op die manier komt de gemeentelijke administratie niet in het gedrang en kan de gemeenteraad zich concentreren op het beleidsmatige aspect van het gemeentelijk beleid.
Het vaststellen van het begrip 'dagelijks bestuur' behoort tot de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Voorgesteld wordt om het begrip 'dagelijks bestuur' als volgt te omschrijven:
Alle handelingen i.k.v. overheidsopdrachten dewelke betrekking hebben op:
Naast de items die vallen onder het dagelijks bestuur delegeert de gemeenteraad eveneens alle opdrachten dewelke ze nominatief aan het college van burgemeester en schepenen toevertrouwt. Deze nominatieve lijst zal steeds afzonderlijk aan de gemeenteraad worden voorgelegd ter goedkeuring.
Delegatie aangaan leningen en beleggingen
De gemeenteraad is eveneens bevoegd voor het vaststellen van de procedure en de voorwaarden voor het beheer van de schuld, in het bijzonder voor het aangaan van leningen en het herschikken van bestaande leningen. De gemeenteraad kan deze bevoegdheid echter delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
Deze delegatie is belangrijk omdat soms op zeer korte termijn beslissingen dienen genomen te worden om de beste marktvoorwaarden te kunnen garanderen. Over het aangaan en het beheer van de schuld, die rechtstreeks invloed heeft op de autofinancieringsmarge, zal minstens tweemaal jaarlijks gerapporteerd worden: bij de opmaak en elke aanpassing van de financiële meerjarenplanning en bij de jaarrekening.
Ook voor beleggingen met een looptijd van langer dan 1 jaar is het om dezelfde redenen wenselijk deze bevoegdheid aan het college van burgemeester en schepenen te delegeren.
Verlenen voorafgaand visum
Artikel 266 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat alle voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een netto-uitgaande kasstroom onderworpen zijn aan een voorafgaand visum van de financieel directeur. De gemeenteraad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting. Aanvullend bepaalt artikel 99 van het Besluit van de Vlaamse Regering dd. 30 maart 2018 dat bepaalde verrichtingen niet kunnen uitgesloten worden van visumverplichting :
Aanstelling van personeel
Investeringssubsidies met een bedrag hoger dan € 10.000
Verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan € 50.000
Verbintenissen met een contractuele looptijd van meer dan 1 jaar en waarvan het jaarlijks bedrag hoger is dan € 25.000
Het is wenselijk bepaalde categorieën van verrichtingen van dagelijks bestuur uit te sluiten van visumverplichting om de goede werking van het lokaal bestuur niet in gedrang te brengen. Het is immers organisatorisch niet haalbaar om alle uitgaven te viseren voordat de verbintenis ontstaat. Voorgesteld wordt dat alle verbintenissen die vallen onder het begrip dagelijks bestuur met een bedrag lager dan € 7.500 excl. btw worden uitgesloten van visumverplichting, uitgezonderd investeringsuitgaven. Dit betreft de verrichtingen dewelke verlopen via de goedgekeurde aankoopprocedure.
Bijkomend wordt voorgesteld om de verrichtingen met betrekking tot subsidies, toelagen en premies eveneens vrij te stellen van voorafgaand visum indien het bedrag niet hoger is dan € 1.240.
Toetreding aankoopcentrale
Als lokaal bestuur kan er ook voor gekozen worden om beroep te doen op een aankoopcentrale. De beslissing om toe te treden tot een aankoopcentrale gebeurt per plaatsingsprocedure en kan door de gemeenteraad gedelegeerd worden aan het college van burgemeester en schepenen. Om vertragingen in interne besluitvorming te vermijden wordt geadviseerd om toetredingsmogelijkheid tot aankoopcentrales te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 41, 8° en 10° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, §3, 5° en 6°
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 266 en 267, betreffende het voorafgaandelijk visum van de financieel directeur.
De wet inzake overheidsopdrachten van 17 juni 2016 waarin de drempelbedragen voor het bestek en gunningswijzen vastgesteld zijn.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de vaststelling van het begrip "dagelijks bestuur ikv overheidsopdrachten, delegatie van thesaurieverrichtingen, toetreding aankoopcentrale en voorwaarden voorafgaand visum goed als volgt:
Artikel 2
Intrekking van GR-besluit 20 juni 2020 "Vaststelling dagelijks bestuur en visum"
Artikel 3
De gemeenteraad beslist om de omschrijving van het begrip "dagelijks bestuur" goed te keuren, waarbij "dagelijks bestuur" als volgt wordt omschreven:
Alle handelingen i.k.v overheidsopdrachten dewelke betrekking hebben op:
De gemeenteraad delegeert eveneens alle opdrachten dewelke ze nominatief aan het college van burgemeester en schepenen toevertrouwt. Deze nominatieve lijst zal steeds jaarlijks afzonderlijk aan de gemeenteraad worden voorgelegd ter goedkeuring.
Artikel 4
De gemeenteraad beslist om volgende zaken te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen in het kader van het aangaan van leningen en beleggingen:
Artikel 5
De gemeenteraad bepaalt volgende voorwaarden waaronder de financieel directeur de krediet- en wetmatigheidscontrole uitoefent :
Artikel 6
De gemeenteraad delegeert de mogelijkheid om toe te treden tot aankoopcentrales aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7
Onderhavig besluit treedt met onmiddellijke ingang in werking en vervangt alle andere besluiten in deze materie.
Gemeenteraadsbesluit 29 juni 2021: aanpassing belastingreglement masten en pylonen, voor de dienstjaren 2021 tot 2025.
Het belastingreglement op masten en pylonen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2021, voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst deze belasting te hernieuwen en integraal te vervangen door dit belastingreglement op masten en pylonen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven rechtvaardigt en vereist de invoering van alle rendabele belastingen.
Masten en pylonen belasten bovendien de beperkte nog resterende open ruimte en worden door hun hoogte en specifieke karakter ervaren als landschapsverstorend en hinderlijk door zowel de bewoners als de bezoekers van de gemeente. Bovendien heeft de aanwezigheid van masten en pylonen een substantiële negatieve invloed op de aantrekkingskracht van de gemeente, zowel als landelijke woonomgeving en als toeristische bestemming.
Het is dan ook billijk om een specifieke bijdrageplicht ten laste van de eigenaars van masten en pylonen op te leggen. Gelet op het feit dat de aanwezigheid van een mast of pyloon aanzienlijke impact heeft op de publieke ruimte en infrastructuur en dat zowel de eigenaar(s) van de mast of pyloon, de eigenaar(s) van de grond waarop deze werden opgericht, als de uitbater(s) ervan allen in zekere mate economisch voordeel halen uit de aanwezigheid en het gebruik van deze installaties, en om een efficiënte belastinginning en de gelijkheid tussen belastingschuldigen te waarborgen, is het aangewezen om deze partijen hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de betaling van de belasting.
Er wordt geopteerd om de masten en pylonen met een hoogte van minimaal 20 meter te belasten gezien ze vanaf deze hoogte als landschapsverstorend worden ervaren.
Talrijke Vlaamse steden en gemeenten hebben dergelijke belasting ingevoerd met tarieven tot € 5.000 per mast of pyloon per jaar.
Het is billijk om het bedrag van de belasting te laten afhangen van de mate waarin de mast of de pyloon bijdraagt tot de landschapsverstoring, de visuele hinder en vervuiling en het doorbreken van de vrije open ruimte.
Daarbij worden de volgende principes gehanteerd:
• Een individuele op zichzelf staande pyloon met een hoogte van minstens 20 meter boven het maaiveld wordt als meer landschapsverstorend en visueel vervuilend beschouwd dan een mast die geplaatst wordt op of tegen een bestaande constructie en zich situerend op een hoogte van minstens 20 meter te meten vanaf het maaiveld, wat een hoger belastingtarief voor pylonen rechtvaardigt. Een tarief van € 4.000 per pyloon per jaar en € 2.000 per mast per jaar wordt als redelijk beschouwd gelet op de enorme negatieve impact van dergelijke constructies op één van de belangrijkste troeven van de gemeente, met name het landschap.
• In geval zich meerdere masten van eenzelfde eigenaar bevinden op eenzelfde bestaande constructie, worden deze gezamenlijk als één mast van de betreffende eigenaar beschouwd, om overbelasting ten aanzien van eenzelfde belastingplichtige te vermijden op eenzelfde activiteit vanuit eenzelfde locatie.
• In geval zich één of meerdere masten bevinden op een bestaande pyloon, het reeds grote landschapsverstorende en visueel vervuilende karakter van de betreffende pyloon door de aanwezigheid van deze masten niet bijkomend wordt verzwaard. De betreffende masten vormen immers als het ware een onderdeel van de pyloon. In concreto impliceert voorliggend principe dat masten die geplaatst werden op of tegen een bestaande pyloon niet apart of supplementair worden belast.
Onder artikel 5 van het reglement zijn een aantal vrijstellingen opgenomen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit raadt aan om een belastingvermindering of vrijstelling voor constructies voor het produceren van groene stroom op te nemen. De Raad van State heeft geoordeeld dat differentiaties ter aanmoediging van de productie van groene stroom een objectief en redelijk criterium uitmaken die het landschapsverstorende karakter van de masten en pylonen compenseren (RvS 14 januari 2014, nr. 226.034 en RvS 16 juni 2015, nr. 231.593).
Er wordt tevens voorzien in een vrijstelling voor verlichtingsmasten en -pylonen, gelet op de maatschappelijke bijdrage die deze verlichtingsmasten en -pylonen leveren in het kader van de bevordering van de openbare veiligheid, hetgeen op voldoende wijze het landschapsverstorende karakter ervan compenseert. Bovendien ervaart de bevolking minder problemen met de aanwezigheid van dergelijke verlichtingsmasten of -pylonen, nu deze veeleer als van nature thuis horen in het bestaande landschap. Verder heerst er voor deze constructies geen gevoel van het bestaan van een gezondheidsrisico onder de bevolking.
Er wordt ook in een vrijstelling voorzien voor masten en pylonen die gebruikt worden voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitvoeren. Volgens de Raad van State zijn vrijstellingen voor deze constructies die primaire overheidstaken uitoefenen objectief en redelijk verantwoord (RvS 16 juni 2015, nr. 231.593).
Het bestuur is van oordeel dat het financieel voordeel en landschapsverstorend karakter van voormelde vrijgestelde masten en pylonen voldoende wordt gecompenseerd door het maatschappelijk belang (belangrijke maatschappelijke, sociale en/of informatieve functie) zodat hiervoor vrijstelling kan worden verleend. Bovendien worden dergelijke constructies door de bevolking minder als storend ervaren en heerst er geen perceptie van het bestaan van een gezondheidsrisico.
Inzake de belastingverhoging (artikel 10 van het reglement) wordt ervoor gekozen om met een progressieve schaal te werken gelet op het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel.
De Grondwet, in het bijzonder 41, 162 en 170, § 4;
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335;
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
De gecoördineerde Omzendbrief van 10 juni 2011 inzake onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands Bestuur;
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;
De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de registratiesleutel [beleidsveld 0020 ARK 73609000 Belasting op masten en pylonen]
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement masten en pylonen voor de aanslagjaren 2026-2031 goed als volgend:
BELASTINGREGLEMENT MASTEN EN PYLONEN
Artikel 1 - Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op masten en pylonen die zich op 1 januari van het aanslagjaar in open lucht op het grondgebied van de gemeente Lint bevinden en zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.
Artikel 2 - Definities
Voor toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
- ‘mast’: een verticale structuur die op een dak of andere bestaande constructie is geplaatst en waarbij de hoogte van de constructie en mast samen minstens 20 meter, te meten vanaf het maaiveld, bedraagt.
- ‘pyloon’: een individuele op zichzelf staande verticale constructie, met uitsluiting van gebouwen, opgericht op het niveau van het maaiveld en met een hoogte van minstens 20 meter, te meten vanaf het maaiveld.
Artikel 3 - Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon op 1 januari van het aanslagjaar. Indien er meerdere eigenaars zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
§2. De eigenaars van de grond waarop de mast of pyloon werd opgericht en de uitbaters van de mast of pyloon, zijn allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
§1. Het bedrag van de belasting per mast of pyloon wordt vastgesteld als volgt:
a) Pyloon:
| Jaar | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Tarief | 4.000,00 € | 4.080,00 € | 4.160,00 € | 4.240,00 € | 4.320,00 € | 4.400,00 € |
b) Mast:
| Jaar | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Tarief | 2.000,00 € | 2.040,00 € | 2.080,00 € | 2.120,00 € | 2.160,00 € | 2.200,00 € |
§2. In geval zich meerdere masten van eenzelfde eigenaar op of tegen eenzelfde bestaande constructie bevinden, worden deze als één mast beschouwd. In geval zich één of meerdere masten op of tegen een bestaande pyloon bevinden, worden deze als onderdeel van de pyloon beschouwd.
§ 3. De belasting is jaarlijks en ondeelbaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het aanslagjaar wordt weggenomen.
Artikel 5 - Vrijstellingen
- masten of pylonen die worden gebruikt voor de productie van windenergie of andere vormen van groene stroom;
- masten of pylonen die dienstig zijn voor de verlichting ten behoeve van de veiligheid;
- masten of pylonen die gebruikt worden voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitvoeren. De vrijstelling geldt enkel voor masten en pylonen die uitsluitend of overwegend worden gebruikt voor de communicatie-infrastructuur van openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten.
Artikel 6 - Aangifteplicht
§1 Elke belastingplichtige is verplicht uiterlijk op 1 juli van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur een aangifte te doen van het aantal masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente op een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld aangifteformulier. Hij kan een aangifteformulier bekomen op eenvoudig verzoek bij de administratie of via de website van de gemeente Lint. De aangifte kan ook digitaal gebeuren via het online formulier op de gemeentelijke website.
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van een aanslag.
§2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier heeft gekregen, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht noch van de belasting.
§3. De aangifte moet worden ingediend op volgend adres: gemeentebestuur Lint, t.a.v. de financiële dienst – Koning Albertstraat 41, 2547 Lint of via elektronische weg, meer bepaald per e-mail naar findienst@lint.be
De aangifte kan ook digitaal gebeuren via het online formulier op de gemeentelijke website.
Als aangiftedatum geldt de postdatum of bij afgifte, de datum vermeld op het ontvangstbewijs.
Ingeval van verzending via e-mail of via het online formulier op de gemeentelijke website, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
Artikel 7 Meldingen
De belastingplichtige moet elke wijziging van de belastbare toestand binnen de maand na de wijziging, op eigen initiatief, melden aan het gemeentebestuur Lint - financiële dienst op volgend adres Koning Albertstraat 41, 2547 Lint, of via het e-mailadres findienst@lint.be.
Artikel 8 - Administratieve boete
Het gemeentebestuur is ten allen tijde gerechtigd waar ook op het gemeentelijk grondgebied controle uit te oefenen met het oog op de correcte toepassing van deze reglementering.
Een administratieve geldboete van 500,00 EUR wordt opgelegd in geval van:
• Overtreding van de meldingsplicht uit artikel 7 van dit reglement;
• De weigering mee te werken aan een fiscale controle;
• De weigering om boeken of bescheiden voor te leggen.
Het bedrag van de administratieve geldboete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
De administratieve geldboete moet worden betaald binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9 - Ambtshalve belasting
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 6, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op grond van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:
• 25% van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding;
• 50% van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een tweede overtreding;
• 100% van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een derde overtreding;
• 200% van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een vierde overtreding en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte en tijdige aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding met slechts 25% wordt verhoogd.
De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 10 - Inkohiering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11 - Betalingstermijn
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12 - Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post (Koning Albertstraat 41, 2547 Lint ) of via elektronische weg per e-mail (findienst@lint.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 13 - Bekendmaking, inwerkingintreding en bestuurlijk toezicht
Het belastingreglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 29 juni 2021 op masten en pylonen en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Gemeenteraadsbesluit van 19 november 2024 waarmee voor het dienstjaar 2025 een belasting op de huis-aan-huis verspreiding van reclamedrukwerken en daarmee
gelijkgestelde producten wordt vastgelegd.
Het belastingreglement huis aan huis verspreiding van reclamedrukwerken en daarmee gelijkgestelde producten loopt ten einde op 31 december 2025 en dient omwille van de financiële toestand van de gemeente en het ecologisch aspect van deze belasting te worden vernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft ook een ecologische component, met name het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente.
Het is onmogelijk om controle uit te voeren op het aantal bedeelde drukwerken, hierdoor wordt de prijs vastgesteld per bedeling van de drukwerken. Deze berekeningswijze huldigt het principe ‘de vervuiler betaalt’.
Voor handelaars die slechts enkele keren per jaar kleine hoeveelheden drukwerk of gelijkgestelde producten verspreiden om publiciteit te voeren voor hun producten of diensten die ze aanbieden op de lokale afzetmarkt wordt een beperkte vrijstelling voorzien.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product voor de verkiezingen en in het kader van een volksraadpleging wordt vrijgesteld van de belasting om het democratisch discours maximale kansen te geven. Het drukwerk of het gelijkgesteld product wordt in deze context verdeeld in het kader van het algemeen belang. Het is informatief, het heeft geen winstgevend oogmerk en het wordt beperkt in de tijd tijdens de periode van de verkiezingen of de volksraadpleging verdeeld.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product van openbare instellingen, notarissen, door de gemeente erkende verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele en sportverenigingen, bedoeld om de inwoners te informeren over aangelegenheden van openbaar nut of hun socioculturele activiteiten, worden vrijgesteld van de belasting. Dat staat niet in de weg dat deze instellingen ook – in de eerste plaats – meer milieuvriendelijke manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.
De Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4;
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335;
Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaal-kringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet);
Het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;
De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de registratiesleutel [beleidsveld 0020 ARK 73424000 Verspreiding kosteloos reclamedrukwerk]
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, goed als volgt:
BELASTINGREGLEMENT OP DE VERSPREIDING VAN ONGEADRESSEERD DRUKWERK EN GELIJKGESTELDE PRODUCTEN:
Artikel 1: Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting op de verspreiding van ongeadresseerde drukwerk en van gelijkgestelde producten in brievenbussen en op de openbare weg geheven.
Artikel 2: Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
1° verspreiding: bedeling in brievenbussen en op de openbare weg door persoonlijke afgifte of via een display. De verspreiding van hetzelfde drukwerk of gelijkgestelde product over een zeker tijdsverloop, wordt als één verspreiding aangezien;
2° gelijkgestelde producten: alle stalen en andere promo-artikelen die meegenomen kunnen worden en die aanzetten om diensten, producten of transacties te doen gebruiken, verbruiken of aankopen. Voorbeelden zijn samples en bedrukte gadgets Deze opsomming is niet limitatief;
3° ongeadresseerd: het ontbreken van individuele adressering. Ook collectieve adresaanduiding of een gedeeltelijke adresvermelding wordt beschouwd als ongeadresseerd.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belastingplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 7.
Artikel 4: Hoofdelijkheid
De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van het gelijkgestelde product en de natuurlijke of de rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken of om het gelijkgestelde product te produceren, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting is verschuldigd bij de beëindiging van de verspreiding van het ongeadresseerde drukwerk of het gelijkgestelde product.
De belasting bedraagt per bedeling:
| Jaar | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Tarief | 220,00 € | 225,00 € | 230,00 € | 235,00 € | 240,00 € | 245,00 € |
Artikel 6: Vrijstellingen
Vrijstelling van de belasting wordt verleend als:
1° de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indiende voor de Europese, Federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst, voor zover het drukwerk of de gelijkgestelde producten verspreid worden in de sperperiode voor het voeren van politieke propaganda;
2° het drukwerk kadert in een gemeentelijke volksraadpleging, voor zover het verspreid wordt aan de gerechtigde deelnemers van de volksraadpleging overeenkomstig artikel 317 van het decreet over het lokaal bestuur tot uiterlijk de dag van de volksraadpleging;
3° het drukwerk uitgaat van openbare instellingen, notarissen, erkende gemeentelijke verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele verenigingen en sportverenigingen;
4° het drukwerk kleiner of gelijk is aan een A4 met maximum van 4 pagina's (totaal van 2.494,80cm²). Deze vrijstelling wordt maximaal 2 keer per jaar toegekend per belastingplichtige, per jaar. Nadien is er alsnog een belasting verschuldigd conform artikel 5 van dit belastingreglement.
Artikel 7: Aangifteplicht
§1. De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elk verstreken kwartaal, uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente van de verspreiding binnen het verstreken kwartaal. Het aangifteformulier is ter beschikking gesteld op de gemeentelijke website (www.lint.be). Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De aangifte wordt ingediend op volgend adres: Koning Albertstraat 41, 2547 Lint OF via het mailadres: findienst@lint.be OF op digitale wijze via de gemeentelijke website: www.lint.be.
De aangifte dient over de volgende gegevens te beschikken:
• naam, adres en rijksregisternummer of ondernemings- of vestigingsnummer van de belastingplichtige;
• datum van de verspreiding;
• benaming van het drukwerk of het gelijkgestelde product;
• (in voorkomend geval) plaats van de verspreiding via een display of ander verdeelsysteem.
Een belastingplichtige die met een zekere regelmaat drukwerk of gelijkgestelde producten verspreidt, kan in de maand januari een aangifte indienen voor het hele aanslagjaar. Deze aanslag kan geregulariseerd worden in de maand januari van het volgende aanslagjaar.
§2. De gemeente kan een exemplaar van het verspreide drukwerk of van het verspreide gelijkgesteld product opvragen.
§3. De verspreiding op de openbare weg door persoonlijke afgifte of via een display wordt aangekondigd aan de gemeente uiterlijk 5 werkdagen vóór de geplande bedeling. De belastingplichtige meldt het tijdstip en de locatie van de verspreiding aan de financiële dienst) via het e-mailadres findienst@lint.be. De aangifteplicht zoals vermeld in §1 blijft onverminderd van toepassing.
Indien de verspreiding op de openbare weg niet tijdig wordt aangekondigd aan de gemeente wordt een administratieve geldboete van € 250 aangerekend. Deze administratieve geldboete wordt samen met de belasting ingekohierd.
Artikel 8: Ambtshalve vestiging en belastingverhoging
§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 7, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd, conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op grond van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
§2. In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met:
- 10% bij een eerste overtreding,
- 25%, 50% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding,
- Vanaf de vijfde opeenvolgende overtreding zal de belastingverhoging 200% van de ambtelijk in te kohieren belasting bedragen, met dien verstande dat een correcte en tijdige aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding met slechts 10% wordt verhoogd.
Het bedrag van deze belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 9: Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10: Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11: Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post te Koning Albertstraat 41, 2547 Lint of via elektronische weg per e-mail (findienst@lint.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 12: Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 Decreet Lokaal Bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 19 november 2024 houdende de belasting op de huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten voor het aanslagjaar 2025 en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Gemeenteraadsbesluit 19 december 2023 Subsidiereglement voor ondersteuning van infrastructuur van erkende vrijetijdsverenigingen.
Gemeenteraadsbesluit 30 januari 2024 Subsidiereglement voor ondersteuning van infrastructuur van erkende vrijetijdsverenigingen.
De kredieten voor de bestaande subsidie en bijhorende lening worden voorzien om de 2 jaar, de aanvraag kan bijgevolg maar om de 2 jaar gebeuren.
De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de BBC(BVR BBC).
Het ministerieel besluit van de 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de BBC(MB BBC).
De omzendbrief KB/ABB 2019/4 over de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de BBC.
Dienstjaar: 2027-2029-2031
Actie en omschrijving: AC000049 Cluster mens
MJP nummer: 000942 Subsidie grote infrastructuurwerken (Sport)
Algemene rekening en omschrijving: 66400000 Toegestane investeringssubsidies.
| Begroting |
Beschikbaar |
Uitgave |
Saldo |
| 75.000 € |
75.000 € | 0,00 € |
75.000,00 € |
MJP nummer: 000925 Toegestane lening - subsidie grote infrastructuurwerken (Sport).
Algemene rekening en omschrijving: 29030009 Vorderingen wegens toegestane leningen.
| Begroting |
Beschikbaar |
Uitgave |
Saldo |
| 125.000 € |
125.000,00 € |
0,00 € |
125.000,00 € |
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement voor ondersteuning van infrastructuur van erkende vrijetijdsverenigingen goed.
SUBSIDIEREGLEMENT VOOR ONDERSTEUNING VAN INFRASTRUCTUUR VAN ERKENDE VRIJETIJDSVERENIGINGEN
Artikel 1
De gemeente verleent voor de jaren 2027 - 2029 - 2031 binnen de grenzen van dit reglement toelagen en leningen voor investeringen in infrastructuur (in gebruik) van erkende Lintse vrijetijdsverenigingen en hun ondersteunende vzw's.
Artikel 2
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
- Toelage: de toelage zoals bedoeld in artikel 2 van de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en aanwending van sommige toelagen.
- Lening: het ter beschikking stellen van geld tegen aflossing van kapitaal en interest.
- Investeringen: investeringen in infrastructuur van onroerende aard die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van de activiteiten die behoren tot de normale werking van de vereniging
- Vrijetijdsinfrastructuur: terreinen, gebouwen en aanhorigheden gelegen binnen de gemeentegrenzen opgericht voor vrijetijdsdoeleinden.
- Erkende vrijetijdsverenigingen: de vrijetijdsvereniging die op het moment van indiening van de aanvraag om subsidiëring erkend zijn conform het Erkenningsreglement Vrije Tijd zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 28 februari 2023 of latere aanpassingen.
- Ondersteunende vzw’s: Bij enkele verenigingen is er een vzw die de taken rond infrastructuur (erfpacht, verhuur, verbouwingswerken,...) overneemt van de vereniging. Deze ondersteunende vzw is geen erkende vrijetijdsvereniging, maar is er wel onlosmakelijk mee verbonden.
Artikel 3
§1. De toelage/lening kunnen enkel toegekend worden aan een vrijetijdsvereniging en hun ondersteunende vzw's.
§2. De investeringen aan de infrastructuur moeten aan minstens 2 van onderstaande kwalitatieve voorwaarden voldoen:
- Werken om de hygiënische kwaliteit van de sanitaire accommodatie van de lokalen te verhogen.
- Veiligheid van de te gebruiken lokalen/infrastructuur verhogen.
- Energiebesparende maatregelen.
- Aanpassingen van de infrastructuur volgens de richtlijnen van de desbetreffende sportfederatie, indien van toepassing.
- Faciliteiten voor personen met een handicap.
Artikel 4
De vrijetijdsvereniging of hun ondersteunende vzw moet:
- ofwel houder zijn van een zakelijk recht op de infrastructuur.
- ofwel zich middels een intentieverklaring ertoe verbinden om voor de infrastructuur een zakelijk recht af te sluiten met de gemeente binnen een redelijke termijn na de subsidieaanvraag.
De vrijetijdsinfrastructuur moet opgericht zijn op grondeigendom van de gemeente.
Artikel 5
De kostprijs van de investering mag niet lager zijn dan € 20.000 (exclusief btw, inclusief btw indien deze niet kan gerecupereerd worden door de verenigingen). Er kan geen toelage/lening op basis van dit reglement bekomen worden ingeval voor dezelfde investering andere toelagen zijn toegekend via een ander gemeentelijk reglement.
Artikel 6
De vrijetijdsvereniging vraagt de toelage/lening schriftelijk aan bij het college van burgemeester en schepenen uiterlijk op 1 juli van het jaar voorafgaand aan de aanvang van de uitvoering van de investering.
De aanvrager voegt, in voorkomend geval, bij zijn aanvraag tot toelage/lening toe:
- De recentste balans en resultatenrekening.
- Een verslag inzake het beheer en de financiële toestand van de vereniging; - een exploitatievoorstel inzake de uitbating van de aangepaste en/of nieuwe infrastructuur en de eigendomsstructuur van de infrastructuur.
- Een omstandige motivatie voor en een gedetailleerde omschrijving en raming van de investering met bestekken, eigendomstitels, plannen van de investeringen enz.;
- een kopie van de omgevingsvergunning ingeval deze vereist zou zijn voor de investeringen (indien bij de aanvraag nog niet beschikbaar: uiterlijk te bezorgen vóór de aanvang van de werken).
- Een investeringsplan.
- De bewijsstukken die aantonen dat de betreffende vereniging voldoet aan in dit reglement gestelde voorwaarden.
- Kennisgeving van het totaal toegekende (boven)lokale subsidies voor bovenvermelde investering in infrastructuur.
Artikel 7
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvragen en vraagt indien nodig bijkomende informatie op. De aanvrager machtigt het college van burgemeester en schepenen door zijn aanvraag impliciet om alle relevante informatie in te winnen die nuttig is voor de beoordeling van de aanvraag.
Het college van burgemeester en schepenen vraagt, indien dit nuttig is voor de beoordeling van de aanvraag, intern en/of extern advies, bijvoorbeeld aan de vrijetijdsdienst (intern advies) of aan personen of groepen in het kader van het participatiebeleid (extern advies).
Artikel 8
De toelagen/leningen worden binnen de grenzen van dit besluit verleend door het college van burgemeester en schepenen, op voorwaarde dat de toelage/lening nominatief is opgenomen in het investeringsbudget van de gemeente. De volgens voorgaande leden bevoegde overheid beslist geval per geval over de opportuniteit tot toekenning van een toelage/lening. De toelage/lening is een gunst en geen recht.
Artikel 9
Elke beslissing tot verlening van een toelage/lening vermeldt:
- De aard van de toelage/lening en de afschrijvingstermijn van de toelage/lening (in functie van de economische levensduur van de investering).
- De omvang van de toelage/lening.
- De aanwendingsvoorwaarden van de toelage/lening.
- De verantwoordingsvoorwaarden en –termijnen van de toelage/lening.
Elke beslissing bevat in bijlage een voorstel van overeenkomst met de vereniging.
Artikel 10
§1. De omvang van de toelage/lening:
Per vereniging wordt een toelage/lening toegestaan voor investeringen met een bedrag van minimaal € 20.000 en maximaal € 250.000. Dit investeringsbedrag wordt vastgesteld op tijdstip van indiening van het dossier. Projecten met een kostprijs hoger dan € 250.000 worden slechts in aanmerking genomen tot het plafondbedrag van € 250.000 (exclusief btw, inclusief btw indien deze niet kan gerecupereerd worden door de verenigingen). Het saldobedrag is voor rekening van de vrijetijdsvereniging.
De omvang van de gemeentelijke toelage bedraagt maximaal 30% van de geplande investering (voorgaande bedragen zijn exclusief btw, of inclusief btw indien deze niet kan gerecupereerd worden door de verenigingen) en wordt beperkt tot een maximumbedrag van € 75.000 per vrijetijdsvereniging voor zover er voldoende krediet rest zoals ingeschreven in het financieel meerjarenplan van de gemeente.
Het resterende deel van de investering (70%) dient gedragen te worden door de aanvragende vereniging. De eigen inbreng van de aanvragende vereniging wordt
- voor 20% van het investeringsbedrag onmiddellijk onder de vorm van eigen kapitaal ingebracht;
- voor 50% van het investeringsbedrag gepréfinancierd door de gemeente waarbij met de vereniging een terugbetalingsplan wordt afgesproken waarbij de volgende modaliteiten gelden:
o De terugbetaling verloopt middels jaarlijkse vaste schijven.
o De toepasselijke rentevoet is de IRS ASK afhankelijk van de looptijd van de lening jaarlijks aanpasbaar op basis van de waarde op 30 december op voorgaande jaar. De gemeente geeft een korting van 50% op de toepasselijke rentevoet, met een minimale rentevoet van 1%.
o De terugbetalingstermijn mag de afschrijvingstermijn van de investering niet overschrijden en bedraagt maximaal tien jaar.
o Indien de vereniging vóór het einde van de terugbetalingstermijn ophoudt te bestaan kan de gemeente de resterende schijven in eenmaal opvragen bij de vereffening van de vereniging.
Indien de volgens artikel 8 bevoegde overheid oordeelt dat de toekenning van de toelage/lening risicovol is, kan zij een borgstelling eisen in de vorm van een persoonlijke hoofdelijke borgstelling of een hypothecaire borgstelling bij middel van een notariële akte of een hypothecair mandaat. De borgstellers waarborgen tegenover de gemeente de naleving van alle in de in artikel 9 bedoelde overeenkomst aangegane financiële verbintenissen van de vereniging. Zij doen hierbij uitdrukkelijk afstand van het voorrecht van uitwinning en van het voorrecht van schuldsplitsing tegenover de vereniging.
§2. De aanvrager wordt gewezen op artikel 2, 4° van de Erkenningswet, dat bepaalt dat opdrachten voor werken, die gesubsidieerd worden ten belope van tenminste vijfentwintig procent of rechtstreeks gefinancierd worden onder welke vorm ook door een publiekrechtelijke persoon, onder het toepassingsgebied van deze wet valt.
§3. De aanvrager wordt gewezen op het toepassingsgebied van de reglementering inzake overheidsopdrachten, inzonderheid wat betreft de hoofdzakelijke financiering van de vereniging, en de financiering van specifieke opdrachten die de drempel voor Europese bekendmaking overschrijden.
Artikel 11
De minimale aanwendingsvoorwaarden van de toelage/lening zijn:
- De aanvrager dient de toelage/lening aan te wenden voor het doel waarvoor zij is aangevraagd en toegekend.
- Voor opdrachten boven de € 30.000 (exclusief btw) moet de vereniging kunnen aantonen dat zij minstens drie aannemers heeft geraadpleegd en vergeleken en moet zij haar toewijzing aan de voor de vereniging economisch meest voordelige aanbieder kunnen motiveren. De aanvrager dient daarenboven aan te tonen dat de bepalingen van de reglementering inzake overheidsopdrachten nageleefd werden, voor die opdrachten die onder het toepassingsgebied ervan vallen, om welke reden dan ook.
Voor opdrachten voor werken, die gesubsidieerd worden ten belope van tenminste 25%, moet de vereniging kunnen aantonen dat de bepalingen van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, en de daaraan verbonden uitvoeringsbesluiten, nageleefd werden.
- De infrastructuur waarvoor de toelage/lening wordt verleend, wordt onmiddellijk na de realisatie, volledig en kosteloos in eigendom overgedragen aan de gemeente in die gevallen waar ook de andere infrastructuur geheel of gedeeltelijk eigendom is van de gemeente (recht van natrekking) en waarop de vereniging een recht van opstal of recht van erfpacht werd toegekend.
- De toelage/lening dient volledig aangewend te zijn binnen de drie jaar na het verkrijgen ervan.
- De aanvrager respecteert de minimale verantwoordingsvoorwaarden en- termijnen, zoals voorzien in artikel 12 van onderhavig reglement
Artikel 12
De minimale verantwoordingsvoorwaarden en -termijnen zijn:
- De aanvrager rapporteert over de stand van zaken van de investering en van de aanwending van de toelage/lening aan het college van burgemeester en schepenen minstens om de zes maanden vanaf de aanvang van de investering. Het college van burgemeester en schepenen kan een uitstel toestaan.
- Het college van burgemeester en schepenen kan aanvullende verantwoording inzake de stand van akten van de investering en van de aanwending van de toelage/lening opvragen.
Artikel 13
Na realisatie van de investering kan de gemeente, afhankelijk van de aard van de investering, bijkomende documenten opvragen.
Artikel 14
De gemeente heeft het recht om de aanwending van de toelage/lening ter plaatse te controleren.
Artikel 15
Indien de aanvrager niet akkoord gaat met de niet-toekenning van een subsidie, of de modaliteiten ervan, kan hij een klacht indienen via de website. https://www.lint.be/klachtenbehandeling
Het beroep doen op de klachtenprocedure, doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van de aanvrager om een procedure aanhangig te maken bij het bevoegde burgerlijke of administratieve rechtscollege.
De aanvrager is er toe gehouden de gemeente onmiddellijk in te lichten van elke wijziging aan de wijze van uitvoering en/of de raming van de investering.
Artikel 17
Bij de start van de werken wordt 25% van de toelage uitbetaald. Indien de vrijetijdsvereniging tijdens de uitvoering van de werken facturen kan voorleggen waaruit blijkt dat reeds 25% van het toegekende subsidiebedrag overschreden werd, wordt aanvullend 25% van het voorziene subsidiebedrag uitgekeerd.
Na beëindiging van de werken wordt het saldo van de subsidie uitgekeerd na controle van de werken door de bevoegde gemeentelijke dienst en mits voorlegging van de facturen. De facturen moeten op naam van de aanvrager staan.
De wijze van uitbetaling van de lening wordt geregeld via een afzonderlijke overeenkomst tussen de gemeente en de vereniging.
Artikel 18
De verkrijger van de toelage is eraan gehouden de toelage terug te betalen in de volgende gevallen:
- De toelage niet werd aangewend voor het doel waarvoor zij is toegekend.
- De verantwoordingsvoorwaarden en –termijnen niet gerespecteerd worden, voor het gedeelte van de toelage dat niet/niet tijdig verantwoord werd.
- Als hij zich verzet tegen de controle ter plaatse.
- De investering voor het einde van de afschrijvingstermijn niet meer voor het vooropgestelde doel wordt aangewend, voor het gedeelte van de toelage dat verhoudingsgewijs overeenstemt met de resterende termijn uitgedrukt in volledige jaren.
- De investering niet volledig wordt gerealiseerd, behoudens wanneer dit in samenspraak met de gemeente wordt beslist.
- Indien misbruiken en/of fraude zouden worden vastgesteld.
- Indien achteraf zou blijken dat toch niet werd voldaan aan bepaalde voorwaarden gesteld in dit reglement.
Artikel 19
De toekenning van een toelage/lening wordt opgeschort zolang de verantwoordingsstukken voor een voorgaande toelage/lening niet zijn ingediend, zolang de verkrijger zich verzet tegen de controle ter plaatse voor een voorgaande toelage of – in geval van een prefinanciering of van een lening – de afgesproken schijven nog niet zijn terugbetaald.
Artikel 20
De realisatie van de investering loopt maximaal drie jaar te rekenen vanaf het kalenderjaar volgend op het jaar van de definitieve goedkeuring door het college.
Artikel 21
Elke vrijetijdsvereniging kan één aanvraag doen voor een investering van maximaal € 250.000 (exclusief btw, inclusief btw indien deze niet kan gerecupereerd worden door de verenigingen) over een periode van de lopende legislatuur.
Artikel 22
De toelage/lening wordt toegekend binnen de grenzen van de respectievelijke kredieten op het budget van de gemeente en voor zover ze het evenwicht in het financieel meerjarig beleidsplan niet verstoort. Om de 2 kalenderjaren kan maximaal 1 aanvraag goedgekeurd worden in volgorde van de aanvraagdatum.
Artikel 23
Indien de factuurbedragen hoger liggen dan de ingediende raming en het toegekende subsidiebedrag lager ligt dan het reglement voorziet, kan de vereniging een bijkomende aanvraag indienen bij het college van burgemeester en schepenen. De vereniging dient omstandig te motiveren waarom de facturen hoger liggen dan de ramingen. Het college kan deze aanvraag goedkeuren hierbij rekening houdend met de voorwaarden van het reglement en de financiële toestand binnen het meerjarenplan. De vereniging moet de bijkomende aanvraag indienen binnen de drie jaar volgend op de datum van de oorspronkelijke aanvraag in het kader van artikel 6 van dit reglement.
Artikel 24
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement.
Gemeenteraadsbesluit van 27 maart 2001 met de goedkeuring van de toelage schoolzwemmen.
Gemeenteraadsbesluit van 24 april 2001 met de goedkeuring van de geboortepremie.
Gemeenteraadsbesluit van 18 december 2007 met de goedkeuring van de toelage aan instellingen voor mindervaliden.
Gemeenteraadsbesluit van 27 januari 2009 met de goedkeuring van de aanpassingspremie.
Gemeenteraadsbesluit van 21 februari 2017 met de goedkeuring van de eenmalige toelage aan ondernemingen (vestigingspremie).
Gemeenteraadsbesluit van 17 december 2019 met de goedkeuring van de premie kunstonderwijs.
Gemeenteraadsbesluit van 27 juni 2023 met de goedkeuring van de hinderpremie aan bedrijven.
Gemeenteraadsbesluit van 24 oktober 2023 met de goedkeuring van de subsidie middagtoezicht scholen.
Gemeenteraadsbesluit van 19 december 2023 met de goedkeuring van de subsidie ter bestrijding van de Aziatische hoornaar.
Gemeenteraadsbesluit van 25 februari 2025 met de goedkeuring van de toelage senioren zwemmen.
Gemeenteraadsbesluit van 31 mei 2016 met de goedkeuring van de subsidies ouderenadviesraad.
Naar aanleiding van de omgevingsanalyse en de opmaak van het meerjarenplan is de gemeente Lint genoodzaakt om eveneens de uitgaande subsidies te evalueren.
In eerste instantie dient de gemeente Lint te bekijken welke uitgaande subsidies men wenst te behouden of af te schaffen.
Sluiten de subsidies aan op de (nieuwe) algemene beleidsdoelstellingen? Sluit het subsidieaanbod aan op de huidige noden en behoeften? Sluiten de subsidies aan op de (nieuwe) algemene beleidsdoelstellingen?
Om te bepalen of subsidies het geschikte beleidsinstrument zijn, dient men rekening te houden met vier criteria:
1. Effectiviteit: draagt de subsidie bij tot het behalen van de beoogde doelstelling(en) of actie(s)?
2. Geschiktheid: is de subsidie het meest geschikte instrument? Kan men eenzelfde, of beter effect bekomen via een ander instrument (regelgeving, communicatie,..)?
3. Additionaliteit: zou de actie ook zonder subsidies tot stand zijn gekomen? Er dient rekening gehouden te worden met dubbele subsidiëring.
4. Uitvoerbaarheid: is de subsidie uitvoerbaar en wegen de baten op tegen de kosten voor beheer en opvolging?
Op basis van bovenstaande besluit de gemeente Lint om onderstaande subsidiereglementen af te schaffen.
1. Eenmalige toelage ondernemingen (vestigingspremie), zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 21 februari 2017. (Vrijstelling startende ondernemingen differentiatie opcentiemen onroerende voorheffing draagt eerder bij tot de geschiktheid en uitvoerbaarheid voor het beoogde beleid)
Stemming:
16 stemmen voor (Rudy Verhoeven, Stanny Tuyteleers, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Michel De Prins, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wouter Entbrouxk, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck)
2 stemmen tegen (Pieter Lievens, José Ignacio Fuentes Angulo)
2. Hinderpremie aan bedrijven, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 27 juni 2023. (Dit omdat de gelijkaardige Vlaamse premie met de septemberverklaring werd geschrapt)
Stemming:
11 stemmen voor (Rudy Verhoeven, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Michel De Prins, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck)
7 stemmen tegen (Stanny Tuyteleers, Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Pieter Lievens, Wouter Entbrouxk, José Ignacio Fuentes Angulo)
3. Toelage aan instellingen voor mindervaliden, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2007.
Stemming:
11 stemmen voor (Rudy Verhoeven, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Michel De Prins, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck)
7 stemmen tegen (Stanny Tuyteleers, Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Pieter Lievens, Wouter Entbrouxk, José Ignacio Fuentes Angulo)
4. Middagtoezicht scholen, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 24 oktober 2023. (Nieuwe subsidie flankerende onderwijs (€ 45,00/lln.))
Stemming:
12 stemmen voor (Rudy Verhoeven, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Michel De Prins, Pieter Lievens, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck)
6 stemmen tegen (Stanny Tuyteleers, Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Wouter Entbrouxk, José Ignacio Fuentes Angulo)
5. Schoolzwemmen, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 27 maart 2001.(Nieuwe subsidie flankerende onderwijs (€ 45,00/lln.))
Stemming:
11 stemmen voor (Rudy Verhoeven, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Michel De Prins, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck)
7 stemmen tegen (Stanny Tuyteleers, Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Pieter Lievens, Wouter Entbrouxk, José Ignacio Fuentes Angulo)
6. Aanpassingspremie, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 27 januari 2009. (Thuiszorgtoelage voor personen met zorgnood sinds 1/04/25)
Stemming:
11 stemmen voor (Rudy Verhoeven, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Michel De Prins, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck)
7 stemmen tegen (Stanny Tuyteleers, Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Pieter Lievens, Wouter Entbrouxk, José Ignacio Fuentes Angulo)
7. Subsidies ter bestrijding van de Aziatische hoornaar, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 december 2023. (Facturen worden vanaf 1/1/2026 rechtstreeks door de gemeente betaald)
Stemming:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
8. Geboortepremie, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 26 april 2011.
Stemming:
11 stemmen voor (Rudy Verhoeven, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Michel De Prins, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck)
7 stemmen tegen (Stanny Tuyteleers, Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Pieter Lievens, Wouter Entbrouxk, José Ignacio Fuentes Angulo)
9. Premie kunstonderwijs, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 17 december 2019.
Stemming:
11 stemmen voor (Rudy Verhoeven, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Michel De Prins, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck)
7 stemmen tegen (Stanny Tuyteleers, Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Pieter Lievens, Wouter Entbrouxk, José Ignacio Fuentes Angulo)
10. Toelage senioren zwemmen, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 25 februari 2025.
Stemming:
17 stemmen voor (Rudy Verhoeven, Stanny Tuyteleers, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Michel De Prins, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wouter Entbrouxk, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck, José Ignacio Fuentes Angulo)
1 stem tegen (Pieter Lievens)
11. Subsidies ouderenadviesraad, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 31 mei 2016. (Subsidie wordt mee opgenomen in de subsidies erkende verenigingen)
Stemming:
15 stemmen voor (Rudy Verhoeven, Stanny Tuyteleers, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Michel De Prins, Pieter Lievens, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wim Vandewalle, Albrecht Westerlinck)
3 stemmen tegen (Rozemarijn Van Cauteren, Wouter Entbrouxk, José Ignacio Fuentes Angulo)
Enig artikel
De gemeenteraad gaat akkoord dat onderstaande subsidiereglementen worden ingetrokken en dit vanaf 1 januari 2026.
1. Eenmalige toelage ondernemingen (vestigingspremie), zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 21 februari 2017.
2. Hinderpremie aan bedrijven, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 27 juni 2023.
3. Toelage aan instellingen voor mindervaliden, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2007.
4. Middagtoezicht scholen, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 24 oktober 2023.
5. Schoolzwemmen, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 27 maart 2001.
6. Aanpassingspremie, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 27 januari 2009.
7. Subsidies ter bestrijding van de Aziatische hoornaar, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 december 2023.
8. Geboortepremie, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 26 april 2011.
9. Premie kunstonderwijs, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 17 december 2019.
10. Toelage senioren zwemmen, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 25 februari 2025.
11. Subsidies ouderenadviesraad, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 31 mei 2016.
Gemeenteraadsbesluit van 17 december 2019 waarmee voor de dienstjaren 2020 tot en met 2025 882 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing worden gevestigd.
De gemeente Lint heeft een reglement voor vestiging van opcentiemen op de onroerende voorheffing. Dit reglement loopt t.e.m. 31 december 2031. Vanaf aanslagjaar 2026 is het wenselijk om dit reglement te hernieuwen, gezien de hervorming van de gemeentelijke belastingen. Tot op heden bedragen de opcentiemen voor alle partijen 882 opcentiemen. De gemeente Lint hanteert als uitgangspunt dat de lasten van de stedelijke fiscaliteit zo rechtvaardig mogelijk verdeeld worden volgens het principe “de brede schouders dragen de brede lasten”. De differentiatie opcentiemen zorgen voor een betere spreiding van de bijdrage aan het financieel welzijn van de gemeente. Tevens laat dit toe op een administratief eenvoudige manier een stabiele inkomstenstroom voor de gemeente Lint te waarborgen.
Het getrapt systeem van differentiatie is opgebouwd op basis van het belastbaar KI. Daardoor dragen de meest kapitaalkrachtigen, in termen van onroerend goed, in verhouding meer bij tot de noden van de samenleving waar ze de dienstverlening en infrastructuur van gebruiken. Het is niet onredelijk om te stellen dat die vraag in de regel ook evenredig toeneemt met het KI, aangezien dit een indicatie van het economisch nut is van het goed.
In het voorstel van het College van burgemeester en schepenen wordt het algehele basistarief voor de opcentiemen in Lint verlaagd naar 873 opcentiemen. De basis categorie (percelen met een belastbaar KI kleiner dan € 2.500,00) onroerende goederen voor 2026-2031 bedragen dus 873 opcentiemen.
In de volgende categorieën worden de opcentiemen verhoogd naar respectievelijk: 970,20 en 1049,58
• Categorie 1: percelen met een belastbaar KI tussen € 2.500,00 & € 5.000,00
• Categorie 2: percelen met een belastbaar KI tussen € 5.000,00 & € 50.000,00
Ten slotte, voor de grootste percelen (Categorie 3) met een belastbaar KI groter en gelijk aan € 50.000,00 wordt de opcentiem verhoogd tot 1266,03.
Voor startende ondernemers worden de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de twee aanslagjaren volgend op het jaar waarin zij hun nieuwe onderneming op het grondgebied van de gemeente Lint starten, vastgesteld op een nultarief voor de gronden en gebouwen die zij in het kader van die nieuwe onderneming in Lint betrekken; onder “ondernemer” wordt verstaan elke onderneming die rechtstreeks contact heeft of zoekt met het publiek en een activiteit uitoefent van kleinhandel, ambacht of een daarmee gelijkwaardige dienstverlenende activiteit met rechtstreeks publiek contact; onder “startende ondernemer” wordt verstaan de ondernemer die een nieuwe vestiging in Lint opent met het oog op de uitoefening van zijn/haar bedrijf; onder “publiek” wordt verstaan personen die in hoofdzaak goederen of diensten afnemen voor privégebruik. Deze vrijstelling beoogt in de eerste plaats de financiële drempel bij de opstart van een nieuwe zaak te verlagen, zodat meer ondernemers de stap durven zetten naar een fysieke vestiging in Lint. Op die manier stimuleert de gemeente de lokale economische activiteit, de tewerkstelling en de aantrekkelijkheid van het handelsweefsel, wat ten goede komt aan alle inwoners en bezoekers. Daarnaast draagt de maatregel bij tot het voorkomen van leegstand van handelspanden en tot de versterking van het gemeentelijk centrum als levendige ontmoetings- en winkelplaats.
Financiële impact
De geraamde opbrengst van deze differentiatie komt neer op €120.000,00 bijkomende inkomsten voor het jaar 2025 in vergelijking met de inkomsten zonder differentiatie van de opcentiemen.
De totale inkomsten uit de opcentiemen onroerende voorheffing worden voor het relevante fiscale jaar 2025 geraamd op € 3.339.695,26.
De differentiatie wordt mogelijk gemaakt door het decreet van 15 mei 2018, dat artikel 41 van het decreet lokaal bestuur wijzigt, en het sinds 2019 toelaat een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen onroerende voorheffing toe te passen.
De differentiatie opcentiemen zal volgende tarieven bevatten;
| Categorie |
Waarde aanslagjaar |
Toelichting |
| BASIS |
873,18 |
Basis opcentiemen: belastbaar KI kleiner dan 2.500,00 € |
| CATEGORIE 1 |
970,20 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: belastbaar KI tussen 2.500,00 € & 5.000,00 € |
| CATEGORIE 2 |
1049,58 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 2: belastbaar KI tussen 5.000,00 € & 50.000,00 € |
| CATEGORIE 3 |
1266,03 |
Opcentiemen voor grootste percelen – schijf 3: belastbaar KI groter en gelijk aan 50.000,00 € |
Aangezien de inning van deze belasting verloopt via Vlabel, werd voorafgaandelijk advies aangevraagd omtrent de technische uitvoerbaarheid. Op 21 oktober 2025 werd er een positief advies ontvangen dat als bijlage bij dit punt wordt gevoegd.
Het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, meer bepaald het artikel 464, 1°.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en alle latere wijzigingen.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit. De financiële toestand van de gemeente.
De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de registratiesleutel [beleidsveld 0020 ARK 73000000 Opcentiemen onroerende voorheffing].
Enig artikel
De gemeenteraad gaat akkoord met het belastingreglement voor vestiging van opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2026-2031 als volgt:
BELASTINGREGLEMENT VOOR VESTIGING VAN OPCENTIEMEN OP DE ONROERENDE VOORHEFFING VOOR DE AANSLAGJAREN 2026-2031
Artikel 1
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd als volgt:
| Categorie |
Waarde aanslagjaar |
Toelichting |
| BASIS |
873,18 |
Basis opcentiemen: belastbaar KI kleiner dan 2.500,00 € |
| CATEGORIE 1 |
970,20 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: belastbaar KI tussen 2.500,00 € & 5.000,00 € |
| CATEGORIE 2 |
1049,58 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 2: belastbaar KI tussen 5.000,00 € & 50.000,00 € |
| CATEGORIE 3 |
1266,03 |
Opcentiemen voor grootste percelen – schijf 3: belastbaar KI groter en gelijk aan 50.000,00 € |
Artikel 2
Voor startende ondernemers worden de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de twee aanslagjaren volgend op het jaar waarin zij hun nieuwe onderneming op het grondgebied van de gemeente Lint starten, vastgesteld op een nultarief voor de gronden en gebouwen die zij in het kader van die nieuwe onderneming in Lint betrekken; onder “ondernemer” wordt verstaan elke onderneming die rechtstreeks contact heeft of zoekt met het publiek en een activiteit uitoefent van kleinhandel, ambacht of een daarmee gelijkwaardige dienstverlenende activiteit met rechtstreeks publiek contact; onder “startende ondernemer” wordt verstaan de ondernemer die een nieuwe vestiging in Lint opent met het oog op de uitoefening van zijn/haar bedrijf; onder “publiek” wordt verstaan personen die in hoofdzaak goederen of diensten afnemen voor privégebruik.
Artikel 3
Indien de startende ondernemer, in die hoedanigheid, een pand huurt en de onroerende voorheffing door de verhuurder niet ten laste werd gelegd van de startende ondernemer/huurder, mag deze laatste het voordeel van het nultarief elk jaar dat hij er recht op heeft, verrekenen met de voor dit pand verschuldigde huur. De gemeente zal op eenvoudig verzoek van de huurder, het bedrag van het voordeel wegens het genieten van het nultarief, meedelen. De Gemeente zal een gemotiveerde berekening van het voordeel bezorgen. Deze is tegenstelbaar aan de verhuurder.
Artikel 4
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Artikel 5
Het belastingreglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur.
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Er zijn in Lint veel flankerende onderwijsmaatregelen.
Hierbij een overzicht:
Aanbod bibliotheek: klasuitleningen en auteurslezingen
Aanbod Cultuur: elk schooljaar kunnen alle leerlingen van de drie Lintse scholen genieten van een schoolvoorstelling, in de school ter plaatse of in de cultuurzaal.
Aanbod mobiliteit:
aan elke school hangt de banner van Veilig naar school
in het begin van het schooljaar krijgen alle leerlingen van het eerste leerjaar een fluohoes
elk schooljaar krijgen de kinderen van het 5de leerjaar de cursus EHBO en reanimatie
gemachtigd opzichters
Aanbod onderwijsdienst
de jaarlijkse scholenbeurs biedt een overzicht van het secundair onderwijsaanbod
per trimester vindt het scholenoverleg met de directies plaats
subsidiereglement tolkdiensten
Sintoptreden
geschenkje Sint
subsidies middagtoezicht
subsidies schoolzwemmen
Aanbod sport
kleutersportdagen
sportsnack en multimove
sponsorloop ondersteuning
Aanbod welzijn
Huis van het kind
Huiswerkbegeleiding
Zomerschool
Aanbod logistiek
gebruik containerpark
uitlenen materialen/gratis materiaal schoolfeest
gebruik vrijetijdsinfrastructuur
Het lokaal bestuur wil de scholen in de toekomst blijven steunen. De vraag van het lokaal bestuur van Kontich voor participatie in het zwembad was de aanleiding om de budgetten te herbekijken Er wordt gekozen voor een bedrag per kind, met drie basisprincipes:
vereenvoudiging
eerlijker systeem
school krijgt budget "naar eigen vrije keuze" te besteden
Het middagtoezicht, het schoolzwemmen en het geschenkje voor de Sint wordt vervangen door een subsidie van € 45 per kind. De rest van de voordelen (zie hierboven) blijven behouden.
Het aantal wordt gebaseerd op de jaarlijkse telling van het aantal kinderen in februari. De uitbetaling zal jaarlijks voor 1 april gebeuren.
Verleden:
Budgetten middagtoezicht 2024
Mater Christi € 16.221,88
De Wilg € 12.651,96
De Lintwijzer € 6.511,32
Budgetten schoolzwemmen 2024
Mater Christi: € 1.780,75
De Wilg: € 4.580,80
De Lintwijzer: € 1.758,40
→ Subsidies in 2024:
MC: € 18.002,63
De Wilg: € 17.232,76
De Lintwijzer: € 8.269,72
Leerlingen aantallen:
MC: 395
De Wilg: 329
De Lintwijzer: 154
Subsidies vanaf 2026:
MC: € 17.775
De Wilg: € 14.805
De Lintwijzer: € 6.930
Conclusie:
| 2024 |
2026 |
|
|
| Mater Christi |
18.002,63 € |
17.775 € |
|
| De Wilg |
17.232,76 € |
14.805 € |
|
| De Lintwijzer |
8.269,72 € |
6.930 € |
|
Dienstjaar: 2026-2031
Actie en omschrijving: AC000027 Inzetten op inclusie, veiligheid en gezondheid binnen flankerend onderwijs
MJP nummer: MJP000237 Subsidie per schoolgaand kind
Beleidsveld: 0870 - Sociale voordelen
Algemene rekening en omschrijving: 64940000 Toegestane werkingssubsidies aan andere overheidsinstellingen
| Begroting | Beschikbaar | Uitgave | Saldo |
| 39.915 € | 39.915 € | 39.915 € | 0 € |
Enig artikel
De gemeenteraad keurt onderstaand subsidiereglement goed.
REGLEMENT SUBSIDIE ONDERWIJS BASISSCHOLEN LINT
Gemeenteraad 28 april 2020
College van burgemeester en schepenen 1 december 2025
Het gemeentebestuur van Lint voorziet daarbij, binnen de perken van het daartoe voorziene budget, een subsidie voor Olympos vzw voor de aankoop, herstelling en onderhoud van losstaand turnmateriaal. Het aangekochte materiaal waarvoor de subsidie gebruikt wordt, mag gebruikt worden door de Lintse scholen en de activiteiten van de vrijetijdsdienst wanneer dit niet in gebruik is door Olympos vzw zelf. Scholen kunnen hierdoor gebruik maken van veilig en professioneel turnmateriaal. De subsidie is beperkt tot een bedrag van € 1.500 per kalenderjaar en is niet overdraagbaar naar andere jaren. De subsidie is een cofinanciering waarbij Olympos vzw zelf 50% van de kosten draagt. Olympos vzw betaalt de volledige factuur en vraagt via het aanvraagformulier een terugbetaling aan.
Het huidige reglement loopt tot 31 december 2025. Het reglement wordt voor de komende legislatuur verlengd.
Dienstjaar: 2026-2031
Actie + omschrijving: AC000048 Cluster mens
MJP nummer: 000825 Subsidiereglement jeugd ( niet georganiseerde jeugd)
Beleidsveld: 0750 - jeugdsector-en verenigingsondersteuning
Algemene rekening + omschrijving: 64910000 Toegestane werkingssubsidies aan gezinnen
| Begroting |
Beschikbaar |
Uitgave |
Saldo |
| 1.500 € |
1.500 € |
1.500 € |
€ |
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk subsidiereglement jeugd goed: Subsidiereglement aankoop turnmateriaal Olympos
Geldig van 1 januari 2026 tot 31 december 2031
Gemeentelijk subsidiereglement jeugd: Subsidiereglement aankoop turnmateriaal Olympos
Artikel 1
Het gemeentebestuur van Lint voorziet, binnen de perken van het daartoe voorziene budget, een subsidie voor Olympos vzw voor de aankoop, herstelling en onderhoud van losstaand turnmateriaal.
Artikel 2
De subsidie is beperkt tot € 1.500 per jaar en is niet overdraagbaar naar andere jaren. De subsidie kan opgesplitst worden onder meerdere aanvragen, maar moet ten laatste op 1 december van het lopende jaar worden ingediend.
Artikel 3
De subsidie is een cofinanciering waarbij Olympos vzw zelf 50% van de kosten draagt. Olympos vzw betaalt de volledige factuur en vraagt via het aanvraagformulier een terugbetaling aan.
Artikel 4
Het aangekochte materiaal waarvoor de subsidie gebruikt wordt, mag gebruikt worden door de Lintse scholen en de activiteiten van de vrijetijdsdienst wanneer dit niet in gebruik is door Olympos vzw zelf. Olympos vzw krijgt steeds voorrang op het gebruik van het materiaal. Elk schooljaar wordt een lijst van het materiaal dat gebruikt kan worden door de scholen en vrijetijdsdienst aangevuld.
Artikel 5
Om van de subsidie gebruik te maken, moet Olympos vzw spontaan een aanvraag ‘subsidie aankoop turnmateriaal’ indienen bij de vrijetijdsdienst.
De aanvraag bevat volgende gegevens:
- Naam van de contactpersoon
- Bankrekeningnummer
- Omschrijving materiaal of kosten
- Gevraagde subsidiebedrag
- Betalingsbewijs van de aankoop van het materiaal
Artikel 6
Het schepencollege machtigt de Lintse vrijetijdsdienst tot controle van de subsidieaanvragen en van bovenstaande voorwaarden.
Gemeenteraad van dinsdag 31 januari 2023.
College van burgemeester en schepenen van maandag 1 december 2025.
Onder het ‘Subsidiereglement jeugd’ vallen momenteel de projectsubsidies en de vormingssubsidies. De vormingssubsidies zijn er om Lintse jongeren te stimuleren om vorming te volgen. De projectsubsidies om jongeren te stimuleren om projecten te organiseren. In het kader van een nieuw meerjarenplan wordt het reglement aangepast aan de huidige tendensen:
De projectsubsidies komen te vervallen, omdat niemand deze aanvraagt.
De regel dat het resterende budget wordt verdeeld over de jeugdverenigingen komt te vervallen.
De kostprijs van de meerdaagse cursussen is afgelopen jaren gestegen, dus het is een logisch gevolg om dit subsidiebedrag ook op te trekken. De jeugdraad adviseert om het bedrag per dag te verhogen naar € 25 per dag voor de algemene vormingen. De regel dat de vormingssubsidies nooit groter zijn dan de werkelijk gemaakte kosten, blijft wel behouden.
De leeftijd wordt verlaagd van 16 naar 15 jaar omdat de leeftijd voor het volgen van cursussen ook verlaagd is naar 15 jaar.
De limiet op het aantal cursussen per jaar verdwijnt uit het reglement.
De naam van het reglement wordt aangepast naar ‘subsidiereglement vorming jeugd’ om te duiden dat het hier niet gaat over een reglement gericht naar jeugdverenigingen.
De jeugdraad gaf op 20 november 2025 positief advies met de opmerkingen:
Dienstjaar: 2026-2031
Actie + omschrijving: AC000048 Cluster mens
MJP nummer: 000825 Subsidiereglement jeugd ( niet georganiseerde jeugd)
Beleidsveld: 0750 - jeugdsector-en verenigingsondersteuning
Algemene rekening + omschrijving: 64910000 Toegestane werkingssubsidies aan gezinnen
| Begroting |
Beschikbaar |
Uitgave |
Saldo |
| 2.800 € |
2.800 € |
€ |
€ |
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk subsidiereglement vorming jeugd als volgend goed:
GEMEENTELIJK SUBSIDIEREGLEMENT VORMING JEUGD
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 verleent de gemeente binnen de perken van het begrotingskrediet vormingssubsidies aan individuele jongeren uit Lint.
Artikel 2
Het schepencollege machtigt de Lintse vrijetijdsdienst tot controle van de subsidieaanvragen en van de vermelde voorwaarden in volgende artikels.
Artikel 3
Het gemeentebestuur legt de verrekening van de subsidies, opgemaakt door de gemeentelijke vrijetijdsdienst, telkens ter advies voor aan de Lintse jeugdraad.
Artikel 4
Bij vastgesteld misbruik kan het gemeentebestuur, na advies van de Lintse jeugdraad, beslissen de aanvragende jongeren het jaar waarin het misbruik werd vastgesteld en het jaar of meerdere jaren volgende op de vaststelling van het misbruik niet meer te aanvaarden voor een aanvraag voor financiële steun.
Artikel 5
De gemeente geeft de Lintse jeugdraad tijdig een volledig overzicht van alle bedragen zoals deze door het reglement worden bepaald. De te besteden bedragen worden duidelijk aangegeven bij de opstelling van de begroting en worden op een overzichtelijke wijze kenbaar gemaakt aan de Lintse jeugdraad.
Artikel 6
Basisvoorwaarden
Er wordt een toelage voorzien voor jongeren die vorming volgen. De vormingssubsidies voor Lintse jongeren, worden op evenredige wijze verdeeld onder de aanvragers, onder de hierna bepaalde voorwaarden.
De jongere is gedomicilieerd in Lint
Als aanvraag worden de officiële cursusbewijzen ingediend bij de gemeentelijke vrijetijdsdienst
De aanvragen mogen het hele jaar ingediend worden, maar de gemeente keert deze vormingssubsidies 2 keer per jaar uit.
De vormingssubsidies kunnen nooit groter zijn dan de werkelijk gemaakte kosten. Hiervoor wordt een bewijs, afgeleverd door de organiserende instantie, waaruit de persoonlijke deelnemingskosten blijken ingediend.
Artikel 7
Specifieke voorwaarden
De cursist wordt in de loop van het jaar minstens 15 jaar;
De cursist heeft een (kader)vormingsinitiatief gevolgd bij een erkende organisatie;
De cursus bedraagt minimaal 1 volle dag;
Opleidingen georganiseerd door erkende kunst-, teken-, of muziekacademie komen niet in aanmerking voor deze subsidie.
De culturele vorming is onder te brengen in volgende categorieën: Graffiti, drama, theater, film of fotografie.
Artikel 8
Berekening
Er zijn twee verschillende vormingssubsidies:
Bespreking op CBS van 22 september 2025: ontwerp participatiereglement mondiale raad.
CBS van 6 oktober 2025: ontwerp participatiereglement mondiale raad.
CBS van 1 december 2025: participatiereglement mondiale raad.
Op basis van het advies van de mondiale raad beslist het college om een aantal aanpassingen aan het reglement te doen.
| Artikel 1: De mondiale raad is een de adviesraad ... |
| Artikel 2.1. een permanent bewustmakingsbeleid te voeren met betrekking tot mondiaal beleid en internationale solidariteit |
| Artikel 4.4: ... kan er een digitaal advies via digitale weg advies gevraagd worden. |
| Artikel 5.1: De algemene vergadering mondiale raad is ... |
| Artikel 5.1. a: Een afvaardiging van organisaties die gevestigd zijn in Lint, die een aantoonbare lokale werking hebben... |
| Artikel 5.2 b: Experts op vraag van de algemene vergadering, het dagelijks bestuur mondiale raad of het lokaal bestuur |
De mondiale raad, bijeen in vergadering op 30 oktober 2025, heeft het participatiereglement grondig doorgenomen en vraagt om nog enkele aanpassingen te doen:
Enkele kleine formulering wijzigingen:
| Artikel 1: De mondiale raad is een de adviesraad ... |
| Artikel 2.1. een permanent bewustmakingsbeleid te voeren met betrekking tot mondiaal beleid en internationale solidariteit |
| Artikel 4.4: ... kan er een digitaal advies via digitale weg advies gevraagd worden. |
| Artikel 5.1: De algemene vergadering mondiale raad is ... |
| Artikel 5.1. a: Een afvaardiging van organisaties die gevestigd zijn in Lint, die een aantoonbare lokale werking hebben.... Deze aanpassing graag omdat sommige organisaties wel een lokale werking in Lint hebben, maar ook regionaal actief zijn. |
| Artikel 5.2 b: Experts op vraag van de algemene vergadering, het dagelijks bestuur mondiale raad of het lokaal bestuur |
Een aantal leden kan zich niet vinden in de aangepaste en verruimde werking van de mondiale raad. Bij de vernieuwde doelstellingen horen engagementen en tijdsinvesteringen waar een aantal leden van de vergadering niet aan kunnen voldoen. Acties opzetten kost tijd. Dit is een verruiming van het engagement. Daarom vraagt de raad deze aangepaste formulering:
| fungeert als trekkersgroep van de campagne Faire Gemeente. De mondiale raad waakt erover dat het lokaal bestuur blijft inzetten op de 6 criteria waarop een faire gemeente om de 2 jaar beoordeeld wordt. De mondiale raad ondersteunt acties en zet zelf initiatieven op touw zodat Lint nog meer inzet op lokaal, ecologisch en fair denken én doen. |
Mits deze aanpassingen geeft de mondiale raad gunstig advies.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het participatiereglement van de mondiale raad goed.
Participatiereglement mondiale raad
1. Algemene uitgangspunten
Artikel 1
De Mondiale Raad is een advies- en participatieraad opgericht door de gemeenteraad.
Artikel 2
De Mondiale Raad heeft tot algemeen doel:
1. een permanent bewustmakingsbeleid te voeren met betrekking tot mondiaal beleid en internationale solidariteit
a. naar de bevolking door het nemen van initiatieven of acties. Dit gebeurt altijd in overleg met de mondiale ambtenaar;
b. naar de ledenorganisaties, door de coördinatie tussen de betrokken groeperingen van de mondiale raad te bevorderen;
c. naar de lokale overheid.
2. aan het lokaal bestuur advies te geven over zijn mondiaal beleid.
3. het mondiaal beleid van het lokaal bestuur helpen uitvoeren, voor zover dit beleid in overeenstemming is met de opties van de mondiale raad en voor zover de samenstelling en financiële en materiële middelen dit toelaten. De mondiale raad werkt in de geest van positieve ingesteldheid mee aan de uitvoering van het beleid.
4. fungeert als trekkersgroep voor de campagne Faire Gemeente. De mondiale raad waakt erover dat het lokaal bestuur blijft inzetten op de 6 criteria waarop een faire gemeente via de Fair-O-meter om de 2 jaar beoordeeld wordt. De mondiale raad ondersteunt acties en zet zelf initiatieven op touw zodat Lint nog meer inzet op lokaal, ecologisch en fair denken én doen.
Artikel 3
De mondiale raad heeft volgende bevoegdheden:
1. bepalen en bekendmaken van visie over mondiaal beleid;
2. waken over de toepassing en uitvoering van het subsidiereglement voor mondiale projecten;
a. Het lokaal bestuur wint voorafgaandelijk advies in over alle voorstellen en initiatieven binnen het mondiale beleidsdomein. Indien het gemeentebestuur beslissingen neemt in tegenstelling tot het advies van de mondiale raad, dan zal dit schriftelijk gemotiveerd worden tegenover de raad.
b. De mondiale raad mag op eigen initiatief aanbevelingen en adviezen formuleren.
3. Het lokaal bestuur maakt de werking van de mondiale raad mogelijk door hiervoor financiële middelen te voorzien.
Artikel 4
1. Informatie uitwisseling en -verwerving
1. Wanneer het lokaal bestuur de mondiale raad om advies vraagt, zal het bij de adviesvraag alle nodige informatie die het ter beschikking heeft, voegen. Tevens hebben de leden van de adviesraad het recht om inzage te nemen in alle documenten en stukken die betrekking hebben op het dossier tenzij er wettelijke bezwaren zijn. Dit inzagerecht kan uitgeoefend worden via de gemeentelijke ambtenaar die toegewezen wordt aan de mondiale raad.
2. Wanneer de mondiale raad op eigen initiatief een advies wenst uit te brengen, kan het steeds informatie opvragen aan het college van burgemeester en schepenen, dat deze informatie zal ter beschikking stellen tenzij er wettelijke bezwaren zijn.
3. De schriftelijke verzoeken om informatie zullen binnen de tien werkdagen beantwoord worden door ofwel, de gevraagde informatie ter beschikking te stellen; ofwel, door de wettelijke bezwaren tegen de informatieverstrekking mee te delen.
4. Bij dringend advies en er is geen mogelijkheid om samen te komen, kan er via digitale weg advies gevraagd worden.
2. Werking mondiale raad
Artikel 5
1. De mondiale raad is samengesteld uit stemgerechtigde leden:
a. een afvaardiging van organisaties die een aantoonbare lokale werking hebben, die rond ontwikkelingssamenwerking/mondiaal beleid/internationale solidariteit actief zijn.
b. personen die zich willen inzetten voor een solidaire wereld.
c. een voorzitter gekozen uit de stemgerechtigde leden.
d. medewerker lokaal bestuur die tevens secretaris is van de raad.
e. ten hoogste twee derde van de leden van de adviesraad mag van hetzelfde geslacht zijn om een rechtsgeldig advies uit te brengen.
f. leden mogen noch lid zijn van de gemeenteraad, noch van de raad van het OCMW.
2. Niet-stemgerechtigde leden:
a. de schepen van mondiaal beleid.
b. experts op vraag van de mondiale raad of het lokaal bestuur.
3. De mondiale raad komt minstens 2 keer per jaar samen.
4. Oproeping en agenda:
a. De oproeping en andere communicatie gebeurt digitaal. De uitnodiging met agenda en bijlagen worden ten minste acht dagen voor de bijeenkomst verstuurd.
b. De leden kunnen eveneens agendapunten aanbrengen.
c. De samenkomsten van de mondiale raad worden geleid door de voorzitter.
5. Het college van burgemeester en schepenen stelt de lijst vast van de leden van de mondiale raad, alsook de wijzigingen hiervan.
Artikel 6
1. Bij het nemen van beslissingen zal de mondiale raad steeds streven naar een consensus. Komt men tot geen consensus, dan zullen de beslissingen worden genomen door een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
2. De lijst van stemgerechtigde leden wordt bij de aanvang van het kalenderjaar samengesteld, ze blijft gedurende het volledige kalenderjaar geldig en kan aangepast worden gedurende het jaar (zie Art. 5.5).
3. Het advies wordt aan het college van burgemeester en schepenen overgemaakt met de vermelding van de minderheidsvoorstellen.
Bespreking op CBS 22 september 2025: ontwerp subsidiereglement mondiaal beleid.
CBS 6 oktober 2025: ontwerp subsidiereglement mondiaal beleid.
CBS 1 december 2025: subsidiereglement mondiaal beleid.
De mondiale raad, bijeen in vergadering op 30 oktober, heeft het voorliggende ontwerp uitvoerig besproken en geeft hierover negatief advies. De raad hoopt op een aantal aanpassingen in de voorliggende reglementen met de daaraan gekoppelde budgetten.
Dienstjaar: 2026-2031
Actie + omschrijving: AC000049 Cluster Mens
MJP nummer: 000837 Steun aan Youca Action Day, stages/inleefreizen van plaatselijke burgers, scholen en verenigingen
Beleidsveld: 0160 Hulp aan het buitenland
Algemene rekening + omschrijving: 64999999 Andere toegestane werkingsubsidies
| Begroting | Beschikbaar | Uitgave | Saldo |
| 1.500 € | 1.500 € | 1.500 € | 0 € |
MJP nummer: 000832 Ondersteuning lokale acties
Beleidsveld: 0160 Hulp aan het buitenland
Algemene rekening + omschrijving: 64930000 Toegestane werkingssubsidies aan verenigingen
| Begroting | Beschikbaar | Uitgave | Saldo |
| 3.600 € | 3.600 € | 3.600 € | 0 € |
MJP nummer: 000837 Steun aan humanitaire acties
Beleidsveld: 0160 Hulp aan het buitenland
Algemene rekening + omschrijving: 64999999 Andere toegestane werkingsubsidies
| Begroting | Beschikbaar | Uitgave | Saldo |
| 2.400 € | 2.400 € | 2.400 € | 0 € |
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement mondiaal beleid goed.
Subsidiereglement mondiaal beleid
1. Subsidie voor jongeren met een mondiaal initiatief
Ga je op inleefreis, bouwkamp, stage of uitwisseling in een ontwikkelingsland? Of ga je als vrijwilliger aan de slag bij een zuidproject?
Het lokaal bestuur ondersteunt jouw mondiaal initiatief met een subsidie van € 300. Deze bijdrage wordt rechtstreeks overgemaakt aan de door jou gekozen organisatie om hun werking ter plaatse te steunen.
Doelgroep
Jongeren uit Lint die een ervaring in het buitenland plannen om zo hun visie op mondiale solidariteit te verbreden.
Voorwaarden
Procedure
Hoe vraag je het aan?
Bezorg het ingevulde aanvraagformulier ten laatste twee maanden voor het aanvatten van de reis
Hoe duidelijker je aanvraag aantoont dat aan de voorwaarden voldaan wordt, hoe groter de kans is dat ze weerhouden en gehonoreerd wordt. Maar, omschrijf je project zo beknopt mogelijk. Achtergrondinformatie en details over je project kan je in een verslag gieten en toevoegen als bijlage.
Mogelijk ontvang je een uitnodiging van de mondiale raad om het project aan hen voor te stellen.
Hoe wordt er beslist?
Wat wordt er van jou verwacht?
Je deelt jouw reiservaring op een leuke manier met de inwoners van Lint. Je kan zelf kiezen op welke manier je dit doet of we kunnen je hierbij helpen.
Bedrag
2. Projectsubsidie voor de organisatie van lokale projecten
Het sensibiliseren, informeren van de bevolking rond thema’s die betrekking hebben op internationale solidariteit, Noord-Zuid thematiek, de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, fair trade, korte keten en die aansluiten bij de doelstellingen van mondiaal beleid.
Een organisatie kan een subsidie krijgen voor het organiseren van een activiteit rond mondiale solidariteit.
Wie kan deze subsidie aanvragen
Voorwaarden
Aanvragen
Hoe duidelijker je aanvraag aantoont dat aan de voorwaarden voldaan wordt, hoe groter de kans is dat ze weerhouden en gehonoreerd wordt. Maar, omschrijf je project zo beknopt mogelijk. Achtergrondinformatie en details over je project kan je in een verslag gieten en toevoegen als bijlage.
Mogelijk ontvang je een uitnodiging van de mondiale raad om het project aan hen voor te stellen.
Hoe wordt er beslist?
Bedrag
3. Steun aan Youca Action Day
15.000 Vlaamse en Brusselse jongeren engageren zich om één dag te gaan werken. Het loon dat ze op die schooldag verdienen gaat naar projecten van geëngageerde jongeren wereldwijd.
Het lokaal bestuur ondersteunt Youca Action Day: jaarlijks kunnen maximum 10 jongeren een schooldag aan het werk bij lokaal bestuur Lint. Per jongere gaat 60 euro naar de organisatie Youca Action Day.
4. Steun aan humanitaire acties (noodhulp)
Het lokaal bestuur voorziet jaarlijks een budget voor noodhulp of humanitaire hulp bij acute problemen die optreden in een land/regio.
Hoe te besteden
Het lokaal bestuur kiest ervoor om jaarlijks maximaal 4 humanitaire acties of noodhulp-oproepen (600€ per actie) te ondersteunen.
Hoe wordt er beslist
Zowel de mondiale ambtenaar als de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen én de mondiale raad (a.d.h.v. een advies) kunnen een voorstel voor noodhulp of humanitaire actie doen.
De mondiale ambtenaar houdt vinger aan de pols, houdt bij welke noodoproepen er verschijnen of voorgesteld worden en legt dit voor aan de betrokken adviesraad. Het college van burgemeester en schepenen neemt de uiteindelijke beslissing.
Gemeenteraadsbesluit van 25 februari 2025 'Subsidiereglement afkoppelen hemelwater'
Pidpa, de rioolbeheerder in Lint, neemt vanaf 1 januari 2026 de effectieve dossierbehandeling, inclusief de uitbetaling van de premies, op zich. De uitbetaling verloopt via de HidroSan-rekening.
In het verleden werden riolen aangelegd voor de gezamenlijke afvoer van afvalwater (DWA = droogweerafvoer) en hemelwater (RWA=regenwaterafvoer) maar eigenlijk hoort hemelwater niet thuis in riolen en zorgt het enkel voor een minder efficiënte werking van de RWZI ( rioolwaterzuiveringsinstallatie) door aanvoer van verdund afvalwater. Wanneer uiteindelijk de riolen het aanvoerdebiet niet aankunnen, zal vervolgens het verdunde afvalwater ook overstorten naar grachten en waterlopen.
Nu wordt bij aanleg van riolering in de openbare weg het afvalwater en hemelwater maximaal gescheiden. Daar waar mogelijk wordt het hemelwater afkomstig van de openbare weg gescheiden afgevoerd naar de oppervlaktewateren. In het verleden werd bij de meeste particuliere woningen het hemelwater en het afvalwater gemengd aangesloten op de riolering.
Voor recente bouw- of verbouwingswerken wordt een gescheiden afvoer van afvalwater en hemelwater, ook op particuliere eigendom, opgelegd door de van kracht zijnde Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening (inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater). Deze GSV dateert van 1 oktober 2004 met als datum van inwerkingtreding 1 februari 2005. Lokaal bestuur Lint is vragende partij om de bestaande gemengde rioleringen op privéterrein maximaal gescheiden aan te sluiten op nieuw aangelegde gescheiden rioleringsstelsels.
Dit geeft tal van voordelen:
De nieuwe DWA-riolering die aansluit op de rioolwaterzuiveringsinstallatie zal niet langer moeten gedimensioneerd worden op afvoer van hemelwater en kan gedimensioneerd worden als een DWA-leiding voor afvoer van uitsluitend afvalwater (een zogenaamd volledig gescheiden rioolstelsel).
Er zal minder, of zelfs geen, verdund afvalwater overstorten naar de grachten en waterlopen.
De rioolwaterzuiveringsinfrastructuur zal een hoger zuiveringsrendement behalen.
De nieuwe RWA-riolering kan een netwerk vormen met baangrachten, grachten, waterlopen, wadi’s, buffer-vijvers,… wat meer ruimte geeft voor water en dus minder wateroverlast bij hevige regenbuien.
Probleem voor bestaande panden is dat een volledige scheiding van RWA en DWA op de particuliere eigendommen financieel en technisch een belangrijke inspanning vraagt van de eigenaars. Lokaal bestuur Lint wenst dan ook de eigenaars van bestaande particuliere eigendommen te sensibiliseren en aan te sporen om de bestaande gemengde rioleringen op hun privéterrein maximaal gescheiden aan te sluiten op nieuw aangelegde gescheiden rioleringsstelsels.
De recente Blue Deal van de Vlaamse regering zet in op maatregelen om de effecten van klimaatverandering en verdroging te bestrijden. Vanuit die context wil lokaal bestuur Lint particulieren bijkomend aanzetten tot buffering of infiltratie op eigen privéterrein.
Aanpak
Lokaal bestuur Lint wil, als HidroSan-gemeente, de eigenaars van bestaande panden langsheen tracés waar nieuwe gescheiden rioleringen worden gepland bijstaan om maximaal hemelwater af te koppelen. Lokaal bestuur Lint en Pidpa voorzien hiertoe in een aantal maatregelen. Deze maatregelen moeten de eigenaars aanzetten om bestaande gemengde afvoeren om te zetten naar gescheiden afvoeren.
De volgende middelen worden aangewend:
Afkoppelingsadvies aan de betrokken eigenaars en plaatsbezoek van een Pidpa HidroSan medewerker op terrein.
Financiële tussenkomst voor eigenaars die een gemengde huisaansluiting aanpassen tot een stelsel met volledig gescheiden afvoer van hemelwater en afvalwater waardoor een volledig gescheiden rioolstelsel kan ontworpen en aangelegd worden in de betreffende straat.
De gemeentelijke premie is gekoppeld aan de controle vanuit Pidpa HidroSan zodat de normen die opgelegd worden door de rioolbeheerder maximaal gerespecteerd worden. Lokaal bestuur Lint en Pidpa focussen zich actief op bestaande woningen langsheen straten waar volledig gescheiden riolering in ontwerpfase zit. Onder volledig gescheiden riolering wordt verstaan een RWA-systeem (riolering, gracht, …) voor de afvoer van hemelwater afkomstig van daken, opritten, wegdek, voetpad… en een DWA-leiding voor de afvoer van enkel en alleen afvalwater.
Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en wijzigingen: artikel 6.2.2.l.2§3-§4 dat stelt:
§3. Een volledige scheiding tussen het afvalwater en het hemelwater, afkomstig van dakvlakken en grondvlakken, is verplicht op het ogenblik dat een gescheiden riolering wordt aangelegd of heraangelegd, tenzij het anders bepaald is in het uitvoeringsplan. Voor bestaande gebouwen in een gesloten bebouwing is de scheiding tussen het afvalwater en het hemelwater, afkomstig van dakvlakken en grondvlakken, enkel verplicht indien daarvoor geen leidingen onder of door het gebouw moeten worden aangelegd.
§4. Onverminderd andere wettelijke bepalingen, milieuvoorwaarden uit dit reglement of milieuvergunningsvoorwaarden, moet voor de afvoer van hemelwater de voorkeur gegeven worden aan de afvoerwijzen zoals hierna in afnemende graad van prioriteit vermeld: 1° opvang voor hergebruik; 2° infiltratie op eigen terrein; 3° buffering met vertraagd lozen in een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater; 4° lozing in de regenwaterafvoerleiding (RWA) in de straat.
Slechts wanneer de best beschikbare technieken geen van de voornoemde afvoerwijzen toelaten, mag het hemelwater overeenkomstig de wettelijke bepalingen worden geloosd in de openbare riolering.
Voor de recente bouw- of verbouwingswerken wordt een gescheiden uitvoering van afvalwater en hemelwater, ook op particuliere eigendom, opgelegd door de van kracht zijnde Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening (inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater). Deze GSV dateert van 1 oktober 2004 met als datum van inwerkingtreding 1 februari 2005.
Pidpa betaalt de premies uit via de HidroSan-rekening.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement voor het afkoppelen van hemelwater goed.
SUBSIDIEREGLEMENT VOOR HET AFKOPPELEN VAN HEMELWATER
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 wordt een gemeentelijke subsidie voor het afkoppelen van hemelwater toegekend.
Artikel 2
Definities:
- Afkoppelingsdeskundige: Een afkoppelingsdeskundige wordt door de rioolbeheerder aangesteld, informeert en adviseert de bewoners omtrent de verplichte optimale afkoppelingswerken en maakt voor de woning het afkoppelingsplan op.
- Buffering: Het hemelwater wordt tijdelijk vastgehouden in een reservoir.
- Dakoppervlak: Horizontale projectie van de buitenafmetingen van het dak.
- DWA(-leiding): Droogweerafvoer(leiding): leiding voor uitsluitend afvalwater zonder hemelwater.
- Gemengde riolering: Er is riolering aanwezig in de openbare weg waarbij het afvalwater en hemelwater op dezelfde leiding worden aangesloten. Er is geen waterloop, gracht of afzonderlijke leiding bestemd voor afvoer van hemelwater beschikbaar.
- Gescheiden riolering: Een dubbel stelsel van leidingen of openluchtgreppels waarvan het ene stelsel bestemd is voor het opvangen en transporteren van afvalwater en het andere stelsel bestemd is voor de afvoer van hemelwater.
- Hemelwater: Verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van dooiwater. Met de benaming regenwater wordt eveneens hemelwater bedoeld en omgekeerd.
- Huishoudelijk afvalwater: Afvalwater dat enkel bestaat uit water afkomstig van normale huishoudelijke activiteiten, sanitaire installaties, keukens, het reinigen van gebouwen zoals woningen, kantoren, plaatsen waar groot- of kleinhandel wordt gedreven, zalen voor vertoningen, kazernen, kampeerterreinen, gevangenissen, onderwijsinrichtingen met of zonder internaat, klinieken, hospitalen en andere inrichtingen waar niet besmettelijke zieken opgenomen en verzorgd worden, zwembaden, hotels, restaurants, drankgelegenheden, kapsalons en afvalwater afkomstig van wassalons.
- Infiltratie: Het insijpelen van hemelwater in de bodem.
- RWA(-leiding): Regenwaterafvoer(leiding): leiding voor uitsluitend hemelwater.
- Standaard rioolaansluiting: Een huisaansluiting met een diameter van 160 mm waarbij de bovenkant van de buis 50 cm onder het maaiveld ligt ter hoogte van de rooilijn.
- Verharde oppervlakte: Oppervlakte voorzien van ondoorlatend materiaal of oppervlakte waarbij door verdichting van bodems of het plaatsen van verhardingen die de bodem tot op zekere hoogte ondoordringbaar maken, de bodem niet in staat is om water op te nemen (reductie van de infiltratiecapaciteit).
- Wadi: Waterafvoer door drainage en infiltratie. Een wadi is een groene greppel in stedelijk gebied die het hemelwater bergt en nadien laat infiltreren in de ondergrond.
Artikel 3
Subsidiebedrag:
Het bedrag van de afkoppelingspremie bedraagt € 530,00.
Het bedrag van de afkoppelingspremie wordt opgetrokken van € 530,00 naar € 795,00 als er op privéterrein een infiltratie of buffering voorzien wordt.
Artikel 4
Voorwaarden:
Het bestaande pand is gelegen langs een straat waar lokaal bestuur Lint een volledig gescheiden rioolstelsel in ontwerpfase uitwerkt.
De afkoppeling dient te gebeuren voor de totale verharde oppervlakte (daken en verhardingen) van het aangesloten of aan te sluiten pand.
De afkoppelingswerken op privéterrein tot aan de rooilijn worden uitgevoerd door de eigenaar/aanvrager, of door een door hem aangestelde aannemer en dit volgens het goedgekeurde afkoppelingsplan dat werd opgesteld door de aangestelde afkoppelingsdeskundige.
De bestaande woning heeft een stedenbouwkundige vergunning verkregen zonder de verplichting om het afvalwater en het hemelwater gescheiden af te voeren.
Er kan enkel een subsidie verkregen worden bij een volledige afkoppeling van RWA en DWA. Voor alle types van bebouwingen moet 100% afgekoppeld worden.
Indien door lokaal bestuur Lint of rioolbeheerder Pidpa voor een project of gebied een afkoppelingsdeskundige wordt aangesteld, dient hiervan verplicht gebruik gemaakt te worden om in aanmerking te komen voor de aangevraagde subsidie voor afkoppeling van hemelwater. De diensten van de afkoppelingsdeskundige zijn ten laste van de rioolbeheerder.
De tussenkomst is eenmalig en wordt enkel verleend voor installaties waarvan bewezen is dat ze een ‘permanent karakter’ hebben.
De vermelde tussenkomst geldt niet voor:
De aanvrager bezorgt de nodige documenten aan de rioolbeheerder Pidpa. Deze documenten bevatten een volledig ingevuld aanvraagformulier, plannen met aanduiding van de bestaande en de nieuwe toestand en een conform keuringsattest.
De afkoppelingswerken dienen uitgevoerd te zijn uiterlijk 3 maanden na het ontvangen van de aanvraag tot keuring.
De aanvraag voor de premie dient uiterlijk 3 maanden na de afkoppelingswerken te gebeuren.
Pidpa voert een verplichte keuring uit. Het uitbetalen van de premie hangt af van het al dan niet correct afkoppelen.
De keuring is ten laste van Pidpa. Indien een herkeuring noodzakelijk is, is deze ten laste van de aanvrager.
Artikel 6
Uitbetaling premie:
De betaling van de premie gebeurt via Pidpa, met verwijzing naar het huidig reglement. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en zal een afschrift van dit besluit bezorgen aan Pidpa.
Artikel 7
Gegevensbescherming:
De persoonsgegevens van de aanvragers van een subsidie worden door lokaal bestuurt Lint en door rioolbeheerder Pidpa in een bestand opgenomen. Deze gegevens vallen onder toepassing van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming, hierna AVG) en van de Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens van 30 juli 2018.
Artikel 8
Slotbepalingen:
Dit reglement ontheft de eigenaar van (een) gebouw(en) niet van het naleven van andere wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op het beheer van afvalwater.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.
Dit reglement vervangt de eerder genomen gemeenteraadsbeslissing ‘subsidiereglement afkoppelen hemelwater’ van 25 februari 2025.
Geachte burgemeester,
Geachte schepen,
Geacht gemeenteraadslid,
Aarlen, Anderlecht, Ans, Antwerpen, Blankenberge, Bonheiden, Charleroi, Chimay, Eeklo, Eigenbrakel, Elsene, Etterbeek, Evere, Gent, Haasrode, Herentals, Honnelles, Ieper, Jabbeke, Kinrooi, Kortenberg, Laakdal, Luik, Mechelen, Molenbeek, Namen, Oostende, Oudsbergen, Opwijk, Putte, Roeselare, Ronse, Saint-Nicolas, Schaarbeek, Seraing, Tielt, Tienen, Waregem, Waver, Yvoir, Zottegem, Zwijndrecht.
Deze alfabetische lijst vermeldt alle Belgische gemeenten waar in 2024 en 2025 een vrouw het slachtoffer werd van dodelijk (ex-)partnergeweld. In ons land sterven gemiddeld twee vrouwen per maand op die manier, vaak na een lange periode van controle, isolement, angst en mishandeling.
Die gruwelijke feiten zijn slechts het topje van de ijsberg. In de provincie Antwerpen alleen al registreerde de politie in 2024 maar liefst 7.935 dossiers. Bijna 1 op de 5 Belgische vrouwen tussen 15 en 49 jaar werd ooit het slachtoffer van fysiek of seksueel geweld door haar partner. Ook kinderen die ermee opgroeien dragen de littekens levenslang mee. Hun risico om later opnieuw dader of slachtoffer te worden, is aanzienlijk groter.
Intrafamiliaal geweld is geen probleem aan de rand van de samenleving. Het is een pandemie waarvoor niemand immuun is. Ook uw gemeente niet.
Gelukkig kan elke gemeente helpen voorkomen dat situaties escaleren. Uw lokale kennis en inzet zijn cruciaal om geweld binnen gezinnen een halt toe te roepen. Door mee in te stappen in een geïntegreerde aanpak, investeert u rechtstreeks in het welzijn en de veiligheid van uw inwoners. Wij bieden u daarbij een stevig netwerk en ondersteuning op maat.
Vlaanderen investeerde de voorbije jaren in tien Veilige Huizen, ook in de provincie Antwerpen. Het zijn regionale centra waar politie, justitie en hulpverlening intens samenwerken rond gezinnen die in de greep van geweld zitten. Vanuit Vlaanderen voorzien we coördinatie tussen diensten, casusregie voor de zwaarste en meest complexe dossiers, (kinder)psychologen, een gedeeld dossiersysteem, en consult en opleiding voor professionals.
In elke gemeente zijn er daarnaast gezinnen waar de situatie nog niet helemaal ontspoord is, maar waar het wel de verkeerde kant opgaat: spanningen die oplopen, beginnend geweld, problemen die elkaar versterken. Die gezinnen zitten vaak nog niet in hulpverlening, maar hebben wél snel ondersteuning nodig om erger te voorkomen.
Voor die situaties voorzien we casusondersteuning: een kort, gericht traject dat snel rust brengt en voorkomt dat de situatie escaleert. Het is de tussenstap die vandaag ontbreekt tussen de eerste lijn en de aanpak van de zwaarste dossiers vanuit Veilig Huis.
En daar hebben we de gemeenten voor nodig. Met uw steun kunnen we samen vroeger ingrijpen, en dus voorkomen dat situaties escaleren en later veel meer inzet vragen van uw sociale dienst, de lokale politie, hulpverlening en parket. Casusondersteuning zorgt ervoor dat gezinnen sneller geholpen worden en dat uw lokale diensten minder zwaar belast worden.
Uw gemeente kan door die inzet dan ook een enorm verschil maken.
De feiten spreken voor zich. In gemeenten en politiezones die al nauw samenwerken met Veilig Huis, merken we dat:
Of zoals een burgemeester het treffend verwoordde: “We hebben eindelijk het gevoel dat we niet langer alleen naar oplossingen zoeken, maar samen verantwoordelijkheid dragen.”
Hoe kan uw gemeente bijdragen aan de werking van de Veilige Huizen, in het belang van haar inwoners? De eerste stap is een principiële ‘ja’ in de gemeenteraad. Voor meer informatie - hoe de samenwerking met uw gemeente er kan uitzien, wat daar de financiële implicaties van zijn, … - verwijzen wij u graag door naar Eveline De Wree, strategisch coördinator van het Veilig Huis in uw regio: eveline.dewree@vlaanderen.be, 0478 15 52 60.
Deze brief ontvangt u niet toevallig rond 25 november, de Internationale Dag tegen Geweld op Vrouwen. Een dag die ons eraan herinnert dat intrafamiliaal geweld overal kan voorkomen, maar dat we het samen kunnen doorbreken.
Laten we onze krachten bundelen om samen te bouwen aan een Vlaanderen waar iedereen zich veilig kan voelen, ook thuis.
Met warme groet,
Zuhal Demir
Vlaams minister
MINISTER VAN ONDERWIJS, JUSTITIE EN WERK
Seven - Koning Albert II laan 7 6de verdieping, 1210 Sint-Joost-ten-Node
De gemeenteraad geeft een principiële ‘ja’ om bij te dragen aan de werking van de Veilige Huizen, in het belang van haar inwoners op voorwaarde dat PZ Hekla meedoet.
OCMW-raad van 17 december 2019 met de wijziging van interlokale vereniging Zora Wijkwerken in ILV Zora Werkt!
Vast Bureau van 23 mei 2022 met de wijziging in de samenwerkingsovereenkomst VDAB - Lokale Besturen Zora Werkt!
Gemeenteraad en OCMW-raad van 27 september 2022 met de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst VDAB - Lokale Besturen Zora Werkt!
Vast Bureau van 3 januari 2023 met ILV Zora Werkt! - meerjarenplan 2020 - 2025 (aanpassing 2022).
Vast Bureau van 11 april 2023 met ILV Zora Werkt! - intentieverklaring samenwerking 4e pijler Integratie en Inburgering.
Vast Bureau van 23 oktober 2023 met Lokaal activeringspact - projectaanvraag lokaal activeringspact.
OCMW-raad van 24 oktober 2023 met WSE oproep 64 lokale partnerschappen - projectaanvraag en begrotingsvoorstel.
Gemeenteraad en OCMW-raad van 30 januari 2024 met goedkeuring ILV Zora Werkt! - meerjarenplan 2020-2025 (aanpassing 2023).
Gemeenteraad en OCMW-raad van 25 juni 2024 met goedkeuring ILV Zora Werkt! - jaarverslag en jaarrekening 2023.
CBS en VB van 1 december 2025 met ILV Zora Werkt! - Meerjarenplan 2026 - 2031
Zora Werkt! is de integratie van de dienstverlening rond Wijk-werken, arbeidstrajectbegeleiding & activatie en omvat tevens de regierol sociale economie.
Volgende gemeenten van de Zuidoostrand Antwerpen maken deel uit van de vereniging: Boechout, Edegem, Hove, Kontich, Mortsel, Wommelgem en Lint. De beherende gemeente is lokaal bestuur Mortsel.
De OCMW-raad keurde in haar zitting van 17 december 2019 de overeenkomst met statutaire draagkracht van de interlokale vereniging "Zora Werkt!" goed. Hierin werd bepaald
dat het beheerscomité de begroting, de rekening alsook het inhoudelijk verslag vaststelt en ze ter goedkeuring voorlegt aan de raden van de deelnemende besturen.
In navolging van het meerjarenplan van een lokaal bestuur, maakt de ILV Zora Werkt! voortaan een meerjarenplan op voor de hele legislatuur (MJP 2026-2031). Daarnaast worden er ook nog enkele aanpassingen doorgevoerd aan het huidige meerjarenplan (AMJP 2025-1).
Het meerjarenplan van ZORA Werkt wordt opgebouwd volgens de ondertussen gekende structuur:
1) Al de uitgaven die worden gedaan in het kader van ZORA Werkt worden gedragen door lokaal bestuur Mortsel. Het totaal van inkomsten en uitgaven wordt samen gerapporteerd in de jaarrekening en het meerjarenplan van ZORA Werkt. Dit betekent concreet dat de loonkosten van ATB’ers die niet op de payroll van lokaal bestuur
Mortsel staan, integraal (m.u.v. eventuele Sociale Maribelsubsidie) door de betrokken besturen aan Mortsel worden gefactureerd.
2) Elk jaar wordt er door ZORA Werkt een overzicht gemaakt van de totale inkomsten, uitgaven en resultaatsverdeling.
a. In geval van een overschot wordt dit overgedragen naar het volgende boekjaar.
b. In het geval van een gecumuleerd tekort (= tekort van het boekjaar – overgedragen overschot van vorig boekjaar) wordt er aan de deelnemende gemeenten een bijdrage
gevraagd om tot een break-even situatie te komen.
Artikel 393 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat in de statuten wordt vastgelegd hoe de jaarlijkse evaluatie door de gemeenteraden, de opmaak van de rekeningen en de
bestemming van het resultaat, de financiële controle, de vereffening zal gebeuren.
Regelgeving: bevoegdheid (bijzonder).
Artikel 10 van de overeenkomst met statutaire draagkracht van de interlokale vereniging "Zora Werkt!", goedgekeurd in het besluit van de OCMW-raad van 17 december 2019
bepaalt dat het beheerscomité de begroting, de rekening alsook het inhoudelijk verslag vaststelt en ze ter goedkeuring aan de raden van de deelnemende bestuur voorlegt.
Dienstjaar: 2026 - 2031
Actie en omschrijving: AC000050- Cluster Mens - arbeidstrajectbegeleiding
MJP nummer: 000944 Bijdrage Zora
Beleidsveld: 0550 - Tewerkstelling en activering
Algemene rekening en omschrijving: 61310090 Erelonen en vergoeding expertises
| Jaartal |
Bijdrage |
| 2026 |
26.258 € |
| 2027 |
30.353 € |
| 2028 |
29.808 € |
| 2029 |
31.776 € |
| 2030 |
26.163 € |
| 2031 |
26.521 € |
Enig artikel
De Gemeenteraad keurt de meerjarenplanning ILV Zora Werkt 2026-2031 goed.
Op de raad van bestuur van 25 juni 2025 werd toelichting gegeven bij de evaluatienota over de werking van de intergemeentelijke milieudienst.
Op de raad van bestuur van 7 augustus 2025 werden de mogelijke scenario’s besproken voor het verdelen van de kosten van de intergemeentelijke milieudienst.
Op het college van burgemeester en schepenen van 1 september 2025 werd beslist de nota niet te onderschrijven met het voorstel voor verdere samenwerking vanaf 2026 en de daarbij horende voorwaarden en tarieven.
Algemeen
Aan het eind van de jaren tachtig werden steeds meer taken en opdrachten op het gebied van milieu toevertrouwd aan de gemeenten. Die taken en opdrachten vereisten bovendien ook steeds meer “vakkennis” in verschillende disciplines. Daarom heeft IGEAN in 1989 een voorstel tot oprichting van een intergemeentelijke milieudienst gelanceerd. Begin 1991 was de intergemeentelijke milieudienst een feit. In 1993 werd het pilootproject voor Vlaanderen gunstig geëvalueerd en werd de milieudienst bestendigd. De intergemeentelijke milieudienst, die onderdeel is van IGEAN milieu & veiligheid, staat garant voor een juridisch- technische ondersteuning van de gemeentelijke milieudiensten. Een belangrijke taak hierbij is het verlenen van advies in het kader van de hinderlijke inrichtingen, vroeger de zgn. ARAB-vergunningen, daarna milieuvergunningen en intussen omgevingsvergunningen.
De gemeenten hebben beheersoverdracht gedaan aan IGEAN milieu & veiligheid om beroep te kunnen doen op de intergemeentelijke milieudienst.
Feiten en context
IGEAN heeft recent een nota opgemaakt met de evaluatie van de werking van de intergemeentelijke milieudienst, bestaande uit volgende onderdelen:
1. Algemeen
2. Historiek
2.1. Opstart milieudienst IGEAN 1991
2.2. Van milieuvergunning naar omgevingsvergunning – GOA knelpuntberoep
2.3. Beheersoverdracht
3. Huidige werking en vaststellingen
3.1. Het intergemeentelijk team
3.2. Huidige werking en vaststellingen
4. Kostprijs tot 2025
4.1.1. De tarieven
4.1.2. De eindafrekening 2024 – raming 2025
5. Het intergemeentelijk team vanaf 2026
5.1.1. Marktverkenning
5.1.2. Bevraging lokale besturen
5.1.3. Externe ondersteuning - consulting
5.1.4. Intergemeentelijke werking vanaf 2026
5.1.5. Financieel plaatje vanaf 2026
5.1.6. Stappenplan en timing
6. Besluit
Het resultaat van de evaluatie van de intergemeentelijke werking tot 2025 kan als volgt worden samengevat:
Het takenpakket van de intergemeentelijke milieudienst is zeer divers. De focus ligt op het geven van een allround advies in het kader van de omgevingsvergunningen, maar ook op andere sectorale wetgeving.
Het aantal te behandelen dossiers kende de laatste jaren een aanzienlijke groei. De lokale besturen worden steeds vaker geconfronteerd met een toenemende complexiteit in de wetgeving en hogere verwachtingen. De huidige inzet van personeel is ontoereikend om een kwalitatieve dienstverlening te garanderen.
De betrokken ambtenaren van de lokale besturen geven aan dat ze IGEAN als een deskundige en betrouwbare partner zien.
De huidige kostprijs van € 0,16/inwoner werd nooit geïndexeerd en dekt de reële kosten niet. Rekening houdend met een aangepaste personeelsinzet is een aanpassing van het financieel plaatje onvermijdelijk.
Intergemeentelijke werking/team vanaf 2026
IGEAN milieu & veiligheid wenst de huidige werking van de intergemeentelijke milieudienst te bestendigen met een ruime ondersteuning van de lokale besturen in het kader van de omgevingsvergunning en aanverwante sectorale wetgeving.
De complexiteit van de huidige regelgeving en het hoog aantal dossiers vereist een multidisciplinair team met medewerkers die beschikken over voldoende kennis en ervaring, zowel juridisch als technisch. Hiermee rekening houdend en uitgaande van 27 deelnemende gemeenten die beroep doen op de intergemeentelijke milieudienst wordt volgende personeelsinzet voorzien:
Expert 2VTE
Administratief medewerker 0,5 VTE
Teamleider omgeving 0,5 VTE
Op de raad van bestuur van 15 oktober 2025 van IGEAN milieu & veiligheid werd de evaluatienota over de werking van de intergemeentelijke milieudienst goedgekeurd, evenals het voorstel voor verdere samenwerking vanaf 1 januari 2026.
Op basis hiervan zullen de totale kosten van de intergemeentelijke milieudienst vanaf 1 januari 2026 als volgt verdeeld worden over alle deelnemende gemeenten:
Er wordt eerst een vaste bijdrage aangerekend per dossier (deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd). Voor 2026 gaat het om volgende bedragen:
klasse 1 - € 725
klasse 2 - € 600
klasse 3 - € 500
overig - € 200
Het saldo van de kosten wordt vervolgens als volgt verdeeld over de deelnemende gemeenten
80% gelijk over alle deelnemende gemeenten
20% volgens het aantal inwoners.
Deze kosten worden opgenomen in de jaarlijkse eindafrekening van IGEAN milieu & veiligheid.
Besluitvorming
De gemeente heeft kennis genomen van het besluit van de raad van bestuur van IGEAN milieu & veiligheid over de verdere werking van de intergemeentelijke milieudienst, evenals het voorstel voor verdere samenwerking vanaf 1 januari 2026.
De gemeente wenst geen verder gebruik meer te maken van de dienstverlening en zal daarom ook de beheersoverdracht voor de intergemeentelijke milieudienst stopzetten.
Volgende documenten vormen het juridisch kader voor onderhavige beslissing:
decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
statuten IGEAN milieu en veiligheid
wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om de beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid voor de intergemeentelijk milieudienst per 01 januari 2026 stop te zetten.
Artikel 2
Een ondertekend exemplaar van deze beslissing zal digitaal bezorgd worden aan IGEAN milieu & veiligheid.
GR 18 december 2001 Reglement voor de toekenning van een eenmalige en speciale toelage aan verenigingen voor bepaalde vieringen.
GR 18 december 2007 Reglement voor het verlenen van een eenmalige en speciale toelage aan verenigingen die hun ... jarig bestaan vieren - dienstjaren 2008-2013 - Aanpassing.
Het vorige reglement wordt vereenvoudigd en de basis is nu om de werking van het verenigingsleven aan te moedigen.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het "reglement voor het verlenen van een eenmalige en speciale toelage aan verenigingen die hun … jarig bestaan vieren" goed
Reglement voor het verlenen van een eenmalige en speciale toelage aan verenigingen die hun … jarig bestaan vieren
Artikel 1
Vanaf 2026 zal een eenmalige en speciale toelage worden uitgekeerd aan Lintse verenigingen die ononderbroken hun bestaan en werking op het grondgebied van Lint hebben bewezen en een aanvraag tot het bekomen van deze toelage hebben ingediend.
Artikel 2
De bedragen toegekend aan de bedoelde Lintse verenigingen worden als volgt vastgesteld:
● 25-jarig bestaan € 500,00
● 50-jarig bestaan € 500,00
● 75-jarig bestaan € 500,00
● 100-jarig bestaan € 500,00
● 125-jarig bestaan € 500,00
● 150-jarig bestaan € 500,00
● …
Artikel 3
Dit reglement is niet van toepassing op de gemeentelijke instellingen en/of raden waarover de gemeente enige bevoegdheid of voogdij heeft.
Gemeenteraadsbesluit 25 juni 2019: instap in IVWL voor 2020-2025.
Gemeenteraadsbesluit 17 december 2019: vaststelling belasting op leegstaande woningen en gebouwen voor de dienstjaren 2020-2025.
Gemeenteraadsbesluit van 27 oktober 2020: aanpassing artikel 5 vrijstelling.
Gemeenteraadsbesluit van 15 december 2020: aanpassing reglement op heffing leegstaande gebouwen en/of woningen.
Gemeenteraadsbesluit van 21 november 2023: aanpassing reglement op heffing leegstaande gebouwen en/of woningen 2024-2025.
Het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2024 en 2025, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 21 november 2023, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst deze reglementen te hernieuwen en integraal te vervangen door dit reglement van registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.
Er zijn meerdere redenen om leegstaande woningen en gebouwen te registreren en te belasten:
Leegstand is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen minder waard of zelfs gevaarlijk zijn, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.
Leegstaande woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers, vervuiling en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten.
Leegstand creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
Leegstaande woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan louter om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Zij dragen echter niet bij aan de kosten die leegstand met zich mee brengt.
Leegstaande woningen en gebouwen in de gemeente verhogen onnodig het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.
Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijk is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede woning raakt die ze kan betalen. De Vlaamse en lokale overheden stoppen jaarlijks veel middelen in het betaalbaar en toegankelijk houden van de woningmarkt. Onder die omstandigheden is het verantwoord om instrumenten als leegstandsbestrijding in te zetten om het aanbod te vergroten en te helpen de prijzen te beheersen.
De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in het leegstandsregister ook leidt tot een belasting.
De gemeente Lint maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid Zuidrand. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Langdurige leegstand is vaak de voorbode van verwaarlozing en verkrotting, en soms zelfs van de verloedering van een straat of buurt.
Langdurige leegstand kan, zeker in buurten waar veel leegstand voorkomt, het onveiligheidsgevoel doen toenemen. Bewoonde woningen en gebruikte gebouwen zorgen voor een levendigere omgeving, voor meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.
Leegstaande woningen en gebouwen zijn makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten.
Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijkertijd is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede betaalbare woning geraakt.
Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Zij dragen echter niet bij aan de kosten die leegstand met zich meebrengt.
Leegstaande woningen en gebouwen verhogen het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.
Leegstand vormt één van de meest hinderlijke elementen in het straatbeeld van een handels- en/of stadskern en omliggende straten. Het beïnvloedt op negatieve wijze de aantrekkelijkheid van een gemeente doordat een desolate indruk wordt gecreëerd. De aantrekkingskracht van een gemeente wordt mede bepaald door het pakket aan voorzieningen inzake detailhandel en horeca, alsook de kwaliteit ervan.
De leegstand bij woningen wordt aldus ook sterk bepaald door dit (kwalitatief) aanbod aan detailhandel, horeca en andere activiteiten uitgeoefend in de gebouwen.
De leegstand van gebouwen kan aldus een sneeuwbaleffect teweegbrengen, vooreerst bij de aantrekkelijkheid van de winkelgebieden en aldaar een toename van de leegstand, en aldus bij de aantrekkelijkheid van de gemeente in het algemeen, die dan weer een toename creëert van de leegstand bij de woningen.
Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden omdat leegstaande woningen en gebouwen leiden tot meer opdrachten voor de gemeenten.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt omdat leegstand leidt tot verloedering wat extra taken met zich meebrengt voor de gemeente.
In het algemeen sluiten de vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
De motivering van deze vrijstellingen, is vaak zeer logisch en blijkt meestal uit de formulering van de vrijstelling zelf.
Vaak gaat het om situaties waarin een zakelijk gerechtigde of het object (woning of gebouw) zich bevinden, waarbij niet redelijkerwijze kan worden verwacht dat er dadelijk een einde aan de leegstand kan worden gesteld: bijvoorbeeld bij verblijf in een psychiatrische instelling of ouderenvoorziening, bij beperking van de handelingsbekwaamheid, bij allerlei vormen van onteigening, bescherming als monument, stads-of dorpsgezicht, beschadiging door plotse ramp, verzegeling.
Verder zijn er ook de situaties waarbij men aan de betrokken belastingplichtige de kans wenst te geven om binnen een redelijke termijn de nodige acties te ondernemen om een einde te stellen aan de leegstand: bijvoorbeeld bij de overdracht van het pand, bij de uitvoering van al dan niet vergunningplichtige werken, de indiening van een restauratiepremie-dossier, de verkrijging van 5 of meer woningen met het oog op gelijktijdige sloop, verbouwing of renovatie. Bij sociale woningen dienen de betrokken eigenaars vaak te wachten op subsidies of totdat alle woningen van een project tegelijkertijd kunnen worden gerenoveerd. Bovendien zou het niet redelijk zijn dat de gemeente zichzelf of haar eigen OCMW zou gaan belasten.
De Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 285-288, 300 en 326-335;
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
De Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Het gemeentelijk reglement inzake de inventarisatie leegstand gebouwen en/of woningen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 17 december 2019;
Het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2024 en 2025, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 21 november 2023;
Het besluit van de gemeenteraad van 23 september 2025 waarbij akkoord werd gegaan met de deelname aan de Intergemeentelijke samenwerking met IGEAN, voor de periode 2026-2031.
De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de registratiesleutel [beleidsveld 0020 ARK 73740000 Belasting op leegstand].
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.
BELASTINGREGLEMENT OP LEEGSTAANDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op leegstaande gebouwen en/of woningen.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
1° Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer, de opmaak, de opbouw en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister.
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijke samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
3° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. een aangetekend schrijven
b. een afgifte tegen ontvangstbewijs (analoog of digitaal)
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, behalve bedrijfsgebouwen op een verzameling van percelen kleiner dan 5 are en bedrijfsgebouwen waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en nog effectief wordt benut als verblijfplaats, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Woning: een goed, vermeld in artikel 1.3., 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, namelijk elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
6° Leegstaand gebouw: Gebouw dat beantwoordt aan de definitie in artikel 2.10., §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, namelijk een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
8° Leegstandsregister: Het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in art.2.9 van Boek 2 van de Vlaamse Codex Wonen 2021.
9° Leegstand bij nieuwbouw: gebouw of woning die beantwoordt aan de definitie in artikel 2.10., §3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, namelijk een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
11° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
12° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik
13° Omgevingsvergunning: de schriftelijke beslissing van de vergunningverlenende overheid. De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen vervangt daarbij de vroegere stedenbouwkundige vergunning.
14° Renovatienota: gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door het college van burgemeester en schepenen wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:
- een overzicht van de voorgenomen werken;
- een gedetailleerd tijdschema waaruit blijkt dat binnen een periode ,zoals benoemd in Artikel 6-10°, de woning bewoonbaar wordt gemaakt, rekening houdend met de maximale termijn van vrijstellingen.
- bestekken en/of facturen met betrekking tot de voorgenomen werken;
- fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;
- (in voorkomend geval) het akkoord van alle mede-eigenaars.
Artikel 3
Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
§ 1. Er wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
§ 2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de heffing verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 4
Belastingplichtige
§ 1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.
§ 2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§ 3. Als er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§ 4. In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.
§ 5. In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.
Tevens moet hij per beveiligd schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
- naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel
- datum van de akte, naam en standplaats van de notaris
- nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 5
Tarief van de heffing
| Jaar | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Tarief | 2.200,00 € | 2.240,00 € | 2.280,00 € | 2.320,00 € | 2.360,00 € | 2.400,00 € |
| Tarief tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden | 4.400,00 € | 4.480,00 € | 4.560,00 € | 4.640,00 € | 4.720,00 € | 4.800,00 € |
| Tarief derde opeenvolgende termijn van 12 maanden | 6.600,00 € | 6.720,00 € | 6.840,00 € | 6.960,00 € | 7.080,00 € | 7.200,00 € |
| Tarief vierde opeenvolgende termijn van 12 maanden | 8.800,00 € | 8.960,00 € | 9.120,00 € | 9.280,00 € | 9.440,00 € | 9.600,00 € |
| Tarief vijfde opeenvolgende termijn van 12 maanden | 11.000,00 € | 11.200,00 € | 11.400,00 € | 11.600,00 € | 11.800,00 € | 12.000,00 € |
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het leegstandregister staat, wordt behouden bij ingang van het nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste opname op het leegstandregister.
Artikel 6
Vrijstellingen.
§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de heffing moet worden ingediend via beveiligde zending uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de opname op het kohier. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in art. 6 §3 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
Bij de vrijstellingen die voor meerdere jaren worden toegekend, dient de zakelijk gerechtigde jaarlijks het gevraagde bewijsstuk te bezorgen voor het verstrijken van de toepasselijke inventarisatiedatum. Indien dit niet tijdig wordt bezorgd, kan de vrijstelling ingetrokken worden.
§2. Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij de beroepsinstantie overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 9.
§3. Van de leegstandsheffing kunnen vrijgesteld worden:
1° De belastingplichtige die in een erkende zorginstelling verblijft, voor een periode van maximum twee opeenvolgende jaren en dit enkel voor de woning waar de houder van het zakelijk recht laatst verbleef voor zijn opname in een zorginstelling. Deze vrijstelling gaat in vanaf de inventarisatiedatum wanneer de opname van de belastingplichtige plaatsvond vóór de inventarisatie of vanaf de datum van opname van de belastingplichtige. Een attest van verblijf in de ouderenvoorziening of instelling of een melding van zorgwoning moet worden voorgelegd.
2° De belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, voor een periode van maximum twee opeenvolgende jaren. Deze vrijstelling gaat in vanaf de inventarisatiedatum wanneer de beslissing over de handelingsbekwaamheid van de belastingplichtige plaatsvond vóór de inventarisatie of vanaf de datum van de beslissing over de handelingsbekwaamheid van de belastingplichtige. Een afschrift van de gerechtelijke beslissing moet worden voorgelegd;
3° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht.
4° De woning of het gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning is aangeduid als te onteigenen goed. De vrijstelling loopt vanaf de datum van betekening van het onteigeningsplan tot de datum van effectieve onteigening.
5° De woning of het gebouw zit in onvrijwillige onverdeeldheid (vb. nalatenschap, familietwist). Deze vrijstelling moet jaarlijks worden aangevraagd, geldt voor maximum twee jaar en kan maar aangevraagd worden binnen een termijn van 2 jaar volgend op de datum van het verlijden van de akte waarin de onvrijwillige onverdeeldheid gesteld is.
6° De woning of het gebouw beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht krachtens het decreet van 3 maart 1976 of opgenomen is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. De vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar.
Voor de beschermde monumenten kan deze periode van vrijstelling worden verlengd indien er een restauratiepremiedossier wordt ingediend. De vrijstelling duurt tot drie jaar na het einde van de termijn van behandeling van het restauratiepremiedossier;
7° De woning of het gebouw vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
8° De woning of het gebouw onmogelijk effectief gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure of omwille van een andere soortgelijke procedure, vb. bij de afhandeling van een verzekeringsonderzoek of geschil.
De vrijstelling gaat in
vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot twee jaar na het einde van de onmogelijkheid indien de zaak start na registratie in het leegstandsregister;
twee jaar vanaf de registratiedatum indien de procedure gestart is voor de registratie.
9° De woning of het gebouw gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de vergunning wanneer de beroepstermijn verstreken is én dat deze vrijstelling maar één keer aan dezelfde houder van het zakelijk recht kan worden toegekend voor de betrokken woning of het betrokken gebouw;
10° De woning of het gebouw gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning, mits de betrokkene door middel van een renovatienota (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling geldt voor een periode van maximum drie jaar en dat deze vrijstelling maar één keer aan dezelfde houder van het zakelijk recht kan worden toegekend voor de betrokken woning of het betrokken gebouw;
11° Indien de belastingplichtige houder is van het zakelijk recht van 5 of meer woningen en/of gebouwen die hij of zij tegelijk wil slopen, verbouwen of renoveren om economische efficiëntieredenen is deze vrijgesteld van de belasting, voor zover er een planning kan voorgelegd worden en er jaarlijks over wordt gerapporteerd op het gemeentelijk woonoverleg. De geïnventariseerde woning of het geïnventariseerde gebouw maakt deel uit van deze sloop-, verbouw- of renovatieplannen. Deze vrijstelling kan maximaal verleend worden voor 3 jaar.
Artikel 7
Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8
Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9
Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post - Koning Albertstraat 41, 2547 Lint of via elektronische weg per e-mail findienst@lint.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Dit reglement wordt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 286-288 van het decreet over het lokaal bestuur door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van vorige belastingreglementen blijven geldig voor de duurtijd die in die reglementen zijn voorzien.
Dit reglement wordt overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Gemeenteraadsbesluit 27 juni 2017: inventarisatie reglement leegstaande gebouwen en/of woningen 2017-2019.
Gemeenteraadsbesluit 17 december 2019: inventarisatie reglement leegstaande gebouwen en/of woningen 2020-2025.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.
Er zijn meerdere redenen om leegstaande woningen en gebouwen te registreren en te belasten:
Leegstand is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen minder waard of zelfs gevaarlijk zijn, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.
Leegstaande woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers, vervuiling en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten.
Leegstand creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
Leegstaande woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan louter om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Zij dragen echter niet bij aan de kosten die leegstand met zich mee brengt.
Leegstaande woningen en gebouwen in de gemeente verhogen onnodig het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.
Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijk is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede woning raakt die ze kan betalen. De Vlaamse en lokale overheden stoppen jaarlijks veel middelen in het betaalbaar en toegankelijk houden van de woningmarkt. Onder die omstandigheden is het verantwoord om instrumenten als leegstandsbestrijding in te zetten om het aanbod te vergroten en te helpen de prijzen te beheersen.
De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in het leegstandsregister ook leidt tot een belasting.
De gemeente Lint maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid Zuidrand. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Langdurige leegstand is vaak de voorbode van verwaarlozing en verkrotting, en soms zelfs van de verloedering van een straat of buurt.
Langdurige leegstand kan, zeker in buurten waar veel leegstand voorkomt, het onveiligheidsgevoel doen toenemen. Bewoonde woningen en gebruikte gebouwen zorgen voor een levendigere omgeving, voor meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.
Leegstaande woningen en gebouwen zijn makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten.
Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijkertijd is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede betaalbare woning geraakt.
Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Zij dragen echter niet bij aan de kosten die leegstand met zich meebrengt.
Leegstaande woningen en gebouwen verhogen het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.
Leegstand vormt één van de meest hinderlijke elementen in het straatbeeld van een handels- en/of stadskern en omliggende straten. Het beïnvloedt op negatieve wijze de aantrekkelijkheid van een gemeente doordat een desolate indruk wordt gecreëerd. De aantrekkingskracht van een gemeente wordt mede bepaald door het pakket aan voorzieningen inzake detailhandel en horeca, alsook de kwaliteit ervan.
De leegstand bij woningen wordt aldus ook sterk bepaald door dit (kwalitatief) aanbod aan detailhandel, horeca en andere activiteiten uitgeoefend in de gebouwen.
De leegstand van gebouwen kan aldus een sneeuwbaleffect teweegbrengen, vooreerst bij de aantrekkelijkheid van de winkelgebieden en aldaar een toename van de leegstand, en aldus bij de aantrekkelijkheid van de gemeente in het algemeen, die dan weer een toename creëert van de leegstand bij de woningen.
Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden omdat leegstaande woningen en gebouwen leiden tot meer opdrachten voor de gemeenten.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt omdat leegstand leidt tot verloedering wat extra taken met zich meebrengt voor de gemeente.
In het algemeen sluiten de vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
De motivering van deze vrijstellingen, is vaak zeer logisch en blijkt meestal uit de formulering van de vrijstelling zelf.
Vaak gaat het om situaties waarin een zakelijk gerechtigde of het object (woning of gebouw) zich bevinden, waarbij niet redelijkerwijze kan worden verwacht dat er dadelijk een einde aan de leegstand kan worden gesteld: bijvoorbeeld bij verblijf in een psychiatrische instelling of ouderenvoorziening, bij beperking van de handelingsbekwaamheid, bij allerlei vormen van onteigening, bescherming als monument, stads-of dorpsgezicht, beschadiging door plotse ramp, verzegeling.
Verder zijn er ook de situaties waarbij men aan de betrokken belastingplichtige de kans wenst te geven om binnen een redelijke termijn de nodige acties te ondernemen om een einde te stellen aan de leegstand: bijvoorbeeld bij de overdracht van het pand, bij de uitvoering van al dan niet vergunningplichtige werken, de indiening van een restauratiepremie-dossier, de verkrijging van 5 of meer woningen met het oog op gelijktijdige sloop, verbouwing of renovatie. Bij sociale woningen dienen de betrokken eigenaars vaak te wachten op subsidies of totdat alle woningen van een project tegelijkertijd kunnen worden gerenoveerd. Bovendien zou het niet redelijk zijn dat de gemeente zichzelf of haar eigen OCMW zou gaan belasten.
De Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 285-288, 300 en 326-335;
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
De Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Het gemeentelijk reglement inzake de inventarisatie leegstand gebouwen en/of woningen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 17 december 2019;
Het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2024 en 2025, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 21 november 2023;
Het besluit van de gemeenteraad van 23 september 2025 waarbij akkoord werd gegaan met de deelname aan de Intergemeentelijke samenwerking met IGEAN, voor de periode 2026-2031.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het reglement inventaris leegstaande woningen en gebouwen 2026 - 2031 goed:
REGLEMENT INVENTARIS LEEGSTAANDE WONINGEN EN GEBOUWEN 2026-2031
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
1° Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer, de opmaak, de opbouw en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister.
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijke samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
3° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. een aangetekend schrijven
b. een afgifte tegen ontvangstbewijs (analoog of digitaal)
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, behalve bedrijfsgebouwen op een verzameling van percelen kleiner dan 5 are en bedrijfsgebouwen waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en nog effectief wordt benut als verblijfplaats, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Woning: een goed, vermeld in artikel 1.3., 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, namelijk elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
6° Leegstaand gebouw: Gebouw dat beantwoordt aan de definitie in artikel 2.10., §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, namelijk een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
8° Leegstandsregister: Het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in art.2.9 van Boek 2 van de Vlaamse Codex Wonen 2021.
9° Leegstand bij nieuwbouw: gebouw of woning die beantwoordt aan de definitie in artikel 2.10., §3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, namelijk een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
11° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
12° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik
13° Omgevingsvergunning: de schriftelijke beslissing van de vergunningverlenende overheid. De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen vervangt daarbij de vroegere stedenbouwkundige vergunning.
Artikel 2
Leegstandsregister
§1 De administratie houdt een leegstandsregister bij.
Een woning die opgenomen is in de inventaris “ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen” wordt niet opgenomen in het register leegstand.
§2 In elke lijst worden minimaal de volgende gegevens opgenomen :
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw;
3° de identiteit en het adres van de houder(s) van het zakelijk recht,
4° het nummer en de datum van de administratieve akte,
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname;
§1. De door het college van burgemeester en schepenen of de door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§3. De leegstaande woningen worden beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;
het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
een volle brievenbus gedurende lange tijd
een verwaarloosde of slecht onderhouden tuin of omgeving (lang gras, onverzorgd, ….)
rolluiken die langdurig neergelaten zijn
het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;
de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;
dichtgemaakte of opgeheven raamopeningen (dicht geplakt, dicht geschilderd)
vernielingen aan of in de woning of aan de omgeving van de woning
ernstig vervuild glaswerk of buitenschrijnwerk
de woning is niet bemeubeld
een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;
getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent;
Artikel 4
Kennisgeving van de voorgenomen registratie
De houder(s) van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:
• de administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag;
• informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister;
• informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister;
• informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister.
Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
• de identiteit en het adres van de indiener;
• de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
• de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd en elk inkomend beroepschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd.
§4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:
° als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1, of;
° als het beroepschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, of;
° als het beroepschrift niet is ondertekend.
§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener.
Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener van het beroep.
§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
Artikel 6
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 6°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
de identiteit en het adres van de indiener;
de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;
Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
Hoofdelijkheid
In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige belastingschuld.
Artikel 8
Beroep tegen weigering tot schrapping
§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet dit beroep:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
de identiteit en het adres van de indiener;
de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft;
de weigeringsbeslissing;
4° worden betekend binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de betekening van de weigeringsbeslissing.
§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
§3 Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van het beroep een ontvangstbevestiging.
§5. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een
onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§6. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van beroepschrift.
Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.
§7. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen.
Artikel 9
Slotbepalingen
§1 Dit reglement treedt in werking vanaf de goedkeuring door de gemeenteraad.
§2 De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.
Gemeenteraadsbesluit 17 december 2019: inventarisatie reglement verwaarloosde gebouwen en/of woningen 2020-2025
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen werd overgeheveld van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig werden opgeheven.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.
Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.
Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.
Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.
Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.
Gemeenten kunnen op basis van Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden.
Gemeenten kunnen een reglement aannemen om nadere materiële en procedurele regelen voor het verwaarlozingsregister te bepalen.
De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in een verwaarlozingsregister ook leidt tot een belasting.
De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
De motivering van deze vrijstellingen, is vaak zeer logisch en blijkt meestal uit de formulering van de vrijstelling zelf.
Vaak gaat het om situaties waarin een zakelijk gerechtigde of het object (woning of gebouw) zich bevinden, waarbij niet redelijkerwijze kan worden verwacht dat er dadelijk een einde aan de verwaarlozing kan worden gesteld: bijvoorbeeld bij verblijf in een psychiatrische instelling of ouderenvoorziening, bij beperking van de handelingsbekwaamheid, bij allerlei vormen van onteigening, bescherming als monument, stads-of dorpsgezicht, beschadiging door plotse ramp, verzegeling.
Verder zijn er ook de situaties waarbij men aan de betrokken belastingplichtige de kans wenst te geven om binnen een redelijke termijn de nodige acties te ondernemen om een einde te stellen aan de verwaarlozing: bijvoorbeeld bij de overdracht van het pand, bij de uitvoering van al dan niet vergunningplichtige werken, de indiening van een restauratiepremie-dossier, de verkrijging van 5 of meer woningen met het oog op gelijktijdige sloop, verbouwing of renovatie. Bij sociale woningen dienen de betrokken eigenaars vaak te wachten op subsidies of totdat alle woningen van een project tegelijkertijd kunnen worden gerenoveerd. Bovendien zou het niet redelijk zijn dat de gemeente zichzelf of haar eigen OCMW zou gaan belasten.
De Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335;
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
De Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikelen 2.15 tot en met 2.20;
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;
Het gemeentereglement registratie verwaarloosde gebouwen en/of woningen, zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 17 december 2019;
Het belastingreglement op verwaarloosde gebouwen en/of woningen, zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 15 december 2020.
Het besluit van de gemeenteraad van 23 september 2025 waarbij akkoord werd gegaan met de deelname aan de Intergemeentelijke samenwerking met IGEAN, voor de periode 2026-2031.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het reglement inventaris verwaarloosde woningen en gebouwen 2026 - 2031 goed:
REGLEMENT INVENTARIS VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN 2026-2031
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
1° Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer, de opmaak, de opbouw en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister.
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijke samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
3° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. een aangetekend schrijven
b. een afgifte tegen ontvangstbewijs (analoog of digitaal)
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, behalve bedrijfsgebouwen op een verzameling van percelen kleiner dan 5 are en bedrijfsgebouwen waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en nog effectief wordt benut als verblijfplaats, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Woning: een goed, vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, namelijk elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
6° Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, conform het reglement van verwaarloosde woningen/gebouwen - inventarisatie.
7° Opnamedatum/inventarisatiedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het verwaarlozingsregister wordt ingeschreven.
8° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt.
9° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik
10° Omgevingsvergunning: de schriftelijke beslissing van de vergunningverlenende overheid. De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen vervangt daarbij
Artikel 2
Vaststelling van de verwaarlozing
§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden, stellen de verwaarlozing van een woning of een gebouw vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 12 punten. De verwaarlozing van een bouwonderdeel is algemeen aanwezig wanneer ze aanwezig is over het hele onderdeel zoals te zien vanaf het openbaar domein. Onderdelen die niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein blijven buiten de beoordeling en beïnvloeden de score noch in positieve noch in negatieve zin. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.
§2. De verwaarlozing van een woning of gebouw kan vastgesteld worden vanop privé domein, mits de eigenaar van het privé domein hierover de schriftelijke toestemming geeft aan de ambtenaar bevoegd voor de vaststelling van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 3
Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De gemeente houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij.
In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
de identiteit en het adres van alle zakelijk gerechtigden;
het nummer en de datum van de administratieve akte;
de toestand van verwaarlozing van de woning of het gebouw, inclusief het technisch verslag;
de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen het verwaarloosd gebouw zich situeert.
§1. Het college van burgemeester en schepenen of de door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij hoofd- en/of bijgebouw(en):
1° de water- of winddichtheid is aangetast en/of
2° de stabiliteit is aangetast en/of
3° onderdelen die losgekomen zijn of dreigen los te komen en/of
4° voorgaande gebreken met voorlopige of ontoereikende maatregelen werden verholpen.
§3. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§5. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
Kennisgeving van de voorgenomen registratie
Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van het voornemen om de woning of het gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Deze kennisgeving bevat:
1° de genummerde administratieve akte;
2° het technisch verslag;
3° informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;
4° informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
5° informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht. Is een woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.
Artikel 6
Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 5, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
1° de identiteit en het adres van de indiener,
2° de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft,
3° de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd. De registratie kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
Als datum van het beroepschrift geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. De administratie stuurt aan de indiener van een beroepschrift een ontvangstbevestiging.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1.
§4. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§5. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§6. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§7. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.
§8. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
§1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het beschrijvend verslag bij het opnameattest, zoals bepaald in artikel 4, §2 en 3, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.
De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
1° de identiteit en het adres van de indiener,
2° de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft,
3° de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6.
Artikel 9
Hoofdelijkheid
In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige belastingschuld.
Artikel 8
Beroep tegen weigering tot schrapping
§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet dit beroep:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
de identiteit en het adres van de indiener;
de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft;
de weigeringsbeslissing;
4° worden betekend binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de betekening van de weigeringsbeslissing.
§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
§3 Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van het beroep een ontvangstbevestiging.
§5. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§6. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van beroepschrift.
Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.
§7. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 9
Slotbepalingen
§1 Dit reglement treedt in werking vanaf de goedkeuring door de gemeenteraad.
§2 De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.
Gemeenteraadsbesluit 15 december 2020: aanpassing belastingreglement verwaarloosde gebouwen en/of woningen voor 2020-2025.
Het belastingreglement op verwaarloosde gebouwen en/of woningen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 15 december 2020, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst dit reglement te hernieuwen en integraal te vervangen door dit reglement van de belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen werd overgeheveld van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig werden opgeheven.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.
Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.
Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.
Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.
Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.
Gemeenten kunnen op basis van Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden.
Gemeenten kunnen een reglement aannemen om nadere materiële en procedurele regelen voor het verwaarlozingsregister te bepalen.
De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in een verwaarlozingsregister ook leidt tot een belasting.
De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
De motivering van deze vrijstellingen, is vaak zeer logisch en blijkt meestal uit de formulering van de vrijstelling zelf.
Vaak gaat het om situaties waarin een zakelijk gerechtigde of het object (woning of gebouw) zich bevinden, waarbij niet redelijkerwijze kan worden verwacht dat er dadelijk een einde aan de verwaarlozing kan worden gesteld: bijvoorbeeld bij verblijf in een psychiatrische instelling of ouderenvoorziening, bij beperking van de handelingsbekwaamheid, bij allerlei vormen van onteigening, bescherming als monument, stads-of dorpsgezicht, beschadiging door plotse ramp, verzegeling.
Verder zijn er ook de situaties waarbij men aan de betrokken belastingplichtige de kans wenst te geven om binnen een redelijke termijn de nodige acties te ondernemen om een einde te stellen aan de verwaarlozing: bijvoorbeeld bij de overdracht van het pand, bij de uitvoering van al dan niet vergunningplichtige werken, de indiening van een restauratiepremie-dossier, de verkrijging van 5 of meer woningen met het oog op gelijktijdige sloop, verbouwing of renovatie. Bij sociale woningen dienen de betrokken eigenaars vaak te wachten op subsidies of totdat alle woningen van een project tegelijkertijd kunnen worden gerenoveerd. Bovendien zou het niet redelijk zijn dat de gemeente zichzelf of haar eigen OCMW zou gaan belasten.
De Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335;
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
De Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikelen 2.15 tot en met 2.20;
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;
Het gemeentereglement registratie verwaarloosde gebouwen en/of woningen, zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 17 december 2019;
Het belastingreglement op verwaarloosde gebouwen en/of woningen, zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 15 december 2020.
Het besluit van de gemeenteraad van 23 september 2025 waarbij akkoord werd gegaan met de deelname aan de Intergemeentelijke samenwerking met IGEAN, voor de periode 2026-2031.
De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de registratiesleutel [beleidsveld 0020 ARK 73750000 Belastingen op verwaarloosde gebouwen]
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement verwaarlozing woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.
BELASTINGREGLEMENT VERWAARLOZING WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op verwaarloosde gebouwen en/of woningen.
Hoofdstuk 1: Algemene bepaling.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
1° Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer, de opmaak, de opbouw en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister.
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijke samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
3° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. een aangetekend schrijven
b. een afgifte tegen ontvangstbewijs (analoog of digitaal)
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, behalve bedrijfsgebouwen op een verzameling van percelen kleiner dan 5 are en bedrijfsgebouwen waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en nog effectief wordt benut als verblijfplaats, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Woning: een goed, vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, namelijk elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
6° Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, conform het reglement van verwaarloosde woningen/gebouwen - inventarisatie.
7° Opnamedatum/inventarisatiedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het verwaarlozingsregister wordt ingeschreven.
8° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt.
9° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik
10° Omgevingsvergunning: de schriftelijke beslissing van de vergunningverlenende overheid. De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen vervangt daarbij de vroegere stedenbouwkundige vergunning.
11° Renovatienota: gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door het college van burgemeester en schepenen wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:
- een overzicht van de voorgenomen werken;
- een gedetailleerd tijdschema waaruit blijkt dat binnen een periode ,zoals benoemd in Artikel 6-10°, de woning bewoonbaar wordt gemaakt, rekening houdend met de maximale termijn van vrijstellingen.
- bestekken en/of facturen met betrekking tot de voorgenomen werken;
- fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;
- (in voorkomend geval) het akkoord van alle mede-eigenaars.
Artikel 3
Belastingstermijn en belastbare grondslag.
§ 1. Er wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de gebouwen en woningen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden, opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
§ 2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat het gebouw of de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
Zolang het gebouw of de woning niet is geschrapt uit dit register, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.
Artikel 4
Belastingplichtige
§ 1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.
§ 2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§ 3. Als er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§ 4. In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.
§ 5. In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.
Tevens moet hij per beveiligd schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
- naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel
- datum van de akte, naam en standplaats van de notaris
- nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 5
Tarief van de belasting.
| Jaar | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Tarief | 2.200,00 € | 2.240,00 € | 2.280,00 € | 2.320,00 € | 2.360,00 € | 2.400,00 € |
| Tarief tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden | 4.400,00 € | 4.480,00 € | 4.560,00 € | 4.640,00 € | 4.720,00 € | 4.800,00 € |
| Tarief derde opeenvolgende termijn van 12 maanden | 6.600,00 € | 6.720,00 € | 6.840,00 € | 6.960,00 € | 7.080,00 € | 7.200,00 € |
| Tarief vierde opeenvolgende termijn van 12 maanden | 8.800,00 € | 8.960,00 € | 9.120,00 € | 9.280,00 € | 9.440,00 € | 9.600,00 € |
| Tarief vijfde opeenvolgende termijn van 12 maanden | 11.000,00 € | 11.200,00 € | 11.400,00 € | 11.600,00 € | 11.800,00 € | 12.000,00 € |
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het leegstandregister staat, wordt behouden bij ingang van het nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste opname op het verwaarlozingsregister.
Artikel 6
Vrijstellingen.
§1. Een vrijstelling van de heffing kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de heffing moet worden ingediend via beveiligde zending uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de opname op het kohier. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in art. 6 §3 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
Bij de vrijstellingen die voor meerdere jaren worden toegekend, dient de zakelijk gerechtigde jaarlijks het gevraagde bewijsstuk te bezorgen voor het verstrijken van de toepasselijke inventarisatiedatum. Indien dit niet tijdig wordt bezorgd, kan de vrijstelling ingetrokken worden.
§2. Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij de beroepsinstantie overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 9.
§3. Van de heffing op verwaarlozing kunnen vrijgesteld worden:
1° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht.
2° De woning of het gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning is aangeduid als te onteigenen goed. De vrijstelling loopt vanaf de datum van betekening van het onteigeningsplan tot de datum van effectieve onteigening.
3° De woning of het gebouw beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht krachtens het decreet van 3 maart 1976 of opgenomen is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. De vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar.
Voor de beschermde monumenten kan deze periode van vrijstelling worden verlengd indien er een restauratiepremiedossier wordt ingediend. De vrijstelling duurt tot drie jaar na het einde van de termijn van behandeling van het restauratiepremiedossier;
5° De woning of het gebouw gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de vergunning wanneer de beroepstermijn verstreken is én dat deze vrijstelling maar één keer aan dezelfde houder van het zakelijk recht kan worden toegekend voor de betrokken woning of het betrokken gebouw;
6° De woning of het gebouw gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning, mits de betrokkene door middel van een renovatienota (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling geldt voor een periode van maximum drie jaar en dat deze vrijstelling maar één keer aan dezelfde houder van het zakelijk recht kan worden toegekend voor de betrokken woning of het betrokken gebouw;
7° Indien de belangplichtige houder is van het zakelijk recht van 5 of meer woningen en/of gebouwen die hij of zij tegelijk wil slopen, verbouwen of renoveren om economische efficiëntieredenen is deze vrijgesteld van de belasting, voor zover er een planning kan voorgelegd worden en er jaarlijks over wordt gerapporteerd op het gemeentelijk woonoverleg. De geïnventariseerde woning of het geïnventariseerde gebouw maakt deel uit van deze sloop-, verbouw- of renovatieplannen. Deze vrijstelling kan maximaal verleend worden voor 3 jaar.
Artikel 7
Inkohiering.
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen
Artikel 8
Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9
Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post - Koning Albertstraat 41, 2547 Lint of via elektronische weg per e-mail findienst@lint.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 10
Dit reglement wordt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 286-288 van het decreet over het lokaal bestuur door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van vorige belastingreglementen blijven geldig voor de duurtijd die in die reglementen zijn voorzien.
Dit reglement wordt overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
De gemeente wenst een belasting op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 in te voeren.
De belasting op tweede verblijven heeft tot doel om het beschikbare woonpatrimonium optimaal te benutten voor permanente bewoning, de sociale cohesie in de gemeente te bevorderen en het compenseren van gemiste inkomsten door het ontbreken van inschrijvingen in het bevolkingsregister.
Het college acht het noodzakelijk om een geldelijke bijdrage te vragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven lastens de eigenaars van woon- en verblijfsgelegenheden die op het grondgebied van de gemeente worden gebruikt zonder dat iemand er zijn hoofdverblijfplaats heeft. Dit betreft panden waarvoor geen inschrijving in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister van de gemeente werd verricht.
De gemeente Lint levert belangrijke financiële inspanningen om kwaliteitsvolle dienstverlening aan te bieden en om het openbaar domein en de gemeentelijke infrastructuur te onderhouden. Voor deze zogenoemde tweede verblijven verricht de gemeente bovendien aanzienlijke inspanningen op het vlak van het openbaar domein, zoals groenonderhoud en afvalbeheer, en draagt zij een grotere verantwoordelijkheid op het vlak van veiligheid, milieu en het beheer van de openbare ruimte. Daarnaast vereisen deze verblijven extra aandacht tijdens seizoensgebonden of vakantieperiodes, waarbij toezicht en opvolging moeilijker zijn door het beperkte zicht op het aantal en de identiteit van de gebruikers. Dit heeft een aanzienlijke weerslag op het gemeentelijk budget.
Door een belasting op tweede verblijven in te voeren, wordt een stimulans gegeven om deze woningen effectief te gebruiken als hoofdverblijfplaats. Dit draagt bij aan het behoud van het residentieel karakter van de gemeente, bevordert sociale cohesie en voorkomt dat woongelegenheden slechts occasioneel of in bijkomende orde worden benut.
Bovendien versterkt deze belasting het belang van correcte inschrijving in de bevolkingsregisters. Personen die hun feitelijke hoofdverblijfplaats in de gemeente hebben, worden via deze maatregel aangemoedigd om zich officieel in te schrijven. Dit is van belang voor zowel de veiligheid als het accuraat beheer van de bevolkingsgegevens.
Iedereen die op het grondgebied van de gemeente woont of verblijft, maar geen bijdrage levert in de financiering van de gemeentelijke uitgaven via de aanvullende gemeentebelasting, moet enigszins geldelijk bijdragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven.
Deze belasting geldt ook als compensatie voor de derving van inkomsten op het vlak van de aanvullende personenbelasting en op het vlak van de toekenningen uit het gemeentefonds.
Het college acht het toegepaste tarief per tweede verblijf gematigd en billijk voor de duur van het belastingreglement.
De gemeente is genoodzaakt om belastingen te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
De vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
De Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4;
De Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister;
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de registratiesleutel [beleidsveld 0020 ARK 73770000 Tweede verblijven].
Enig artikel
Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.
BELASTINGREGLEMENT OP TWEEDE VERBLIJVEN
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op tweede verblijven.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
1° Als tweede verblijf wordt beschouwd:
elke private woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid op 1 januari van het aanslagjaar niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente Lint, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.
2° Wordt niet als tweede verblijf beschouwd:
- Gebouwen uitsluitend bestemd voor beroepsactiviteiten;
- Tenten en woonaanhangwagens;
- Verplaatsbare caravans, tenzij deze tenminste zes maanden van het aanslagjaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend te worden;
- Leegstaande woongelegenheden waarvoor overtuigend bewijs wordt geleverd dat ze in het voorgaande kalenderjaar niet als tweede verblijf zijn aangewend;
- De leegstaande woongelegenheden waarvan het bewijs wordt voorgelegd dat zij in de loop van het aan het aanslagjaar voorafgaande kalenderjaar blijkens de gegevens uit het bevolkingsregister, gedurende ten minste zes maanden van het jaar als hoofdverblijfplaats werd aangewend.
3° Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register voor tweede verblijven.
4° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
5° De aangifteplichtige is degene die het tweede verblijf kan betrekken op 1 januari van het jaar, als eigenaar. Bij vruchtgebruik, erfpacht of opstal is de aangifteplicht de verantwoordelijkheid van respectievelijk de vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder. In geval van mede-eigendom is elke mede-eigenaar aangifteplichtig voor zijn aandeel.
6° Onder een beveiligde zending wordt verstaan:
- een aangetekend schrijven;
- een elektronisch aangetekende zending;
- een afgifte tegen ontvangstbewijs.
7° Opnamedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het register voor tweede verblijven wordt ingeschreven.
8° Register van tweede verblijven: Het gemeentelijk register van tweede verblijven.
9° Woning: Een goed vermeld in artikel 1.3 §1, eerste lid 66°, Boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (Elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.)
10° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik
Artikel 3
Register van tweede verblijven
1° De administratie maakt een register voor tweede verblijven.
In elke inventaris worden minimaal volgende gegevens opgenomen:
a. het adres van het tweede verblijf
b. de kadastrale gegevens van het tweede verblijf;
c. de identiteit en het adres van de zakelijk gerechtigde(n);
d. het nummer en de datum van de administratieve akte;
Artikel 4
Indicaties van een tweede verblijf
Een woongelegenheid wordt beschouwd als tweede verblijf wanneer één of meerdere van de volgende elementen aanwezig zijn:
- geen inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister;
- de woning is afgewerkt;
- de woning is (deels) bemeubeld;
- de woning is aangesloten op nutsvoorzieningen;
- de woning beschikt over sanitaire voorzieningen;
- de woning is uitgerust om te eten en slapen;
- er is verbruik van gas en/of elektriciteit vastgesteld.
Artikel 5
Belastingplichtige en belastbaar tijdstip
§ 1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht die op 01 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of door een derde feitelijk gebruikt wordt.
Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al dan niet is ingeschreven in het bevolkingsregisters van de gemeente.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.
§ 2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 6
Tarief van de heffing
Het jaarlijkse bedrag van de belasting wordt vastgesteld per tweede verblijf. De belasting is ondeelbaar en voor het ganse belastingjaar verschuldigd door de belastingplichtige op 1 januari van het belastingjaar.
| Jaar | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Tarief | 1.200,00 € | 1.220,00 € | 1.240,00 € | 1.260,00 € | 1.280,00 € | 1.300,00 € |
Artikel 7
Aangifteplicht
§1. Elke belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur Lint – dienst huisvesting – Koning Albertstraat 41, 2547 Lint - op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier.
§2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.
§3. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
§4. De aangifte kan via elektronische weg worden ingediend, meer bepaald per e-mail naar huisvesting@lint.be . In dat geval geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
Artikel 8
Meldingen
In geval van eigendomsoverdracht in de loop van het jaar moet de nieuwe eigenaar aangifte hiervan doen binnen de maand bij het gemeentebestuur Lint - financiële dienst op volgend adres Koning Albertstraat 41, 2547 Lint of via het maildadres huisvesting@lint.be
Artikel 9
Controle en onderzoek
Het gemeentebestuur controleert de oprechtheid van de aangiften. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken. De gemeente mag de waarachtigheid van de onderschreven aangiften nagaan met al de middelen waarover zij beschikt. Daartoe aangestelde personeelsleden zijn bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats hebben. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Artikel 10
Administratieve boete
Voor volgende niet-limitatieve overtredingen wordt een administratieve boete van 500 EUR opgelegd:
- Overtreding van de meldingsplicht uit artikel 8 van dit reglement;
- Weigering om mee te werken aan een fiscale controle;
- Weigering om boeken of bescheiden voor te leggen;
De boete wordt gevestigd en ingevorderd volgens dezelfde regels als deze die gelden voor de kohierbelastingen.
Het bedrag van de administratieve geldboete wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex van de maand november van het voorgaande jaar.
Artikel 11
Ambtshalve belasting
§1. Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan vanwege de belastingplichtige op de aangiftedatum vermeld in artikel 7, kan de belasting ambtshalve gevestigd worden overeenkomstig artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen.
§2. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd als volgt:
- 10% bij een eerste overtreding,
- 25%, 50% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding,
- Vanaf de vijfde opeenvolgende overtreding zal de belastingverhoging 200% van de ambtelijk in te kohieren belasting bedragen,
met dien verstande dat een correcte en tijdige aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding met slechts 10% wordt verhoogd.
De belastingverhoging bedraagt minimum € 100. Het bedrag van deze belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 12
Inkohiering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 13
Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 14
Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post (Koning Albertstraat 41, 2547 Lint) of via elektronische weg per e-mail (huisvesting@lint.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Rudy Verhoeven
voorzitter