OCMW-raad van resp. 31 mei 2022 en 30 mei 2023, met goedkeuring van het reglement betreffende de Lintpas.
Een specifiek reglement betreffende wie gerechtigd is op de voedselbedeling, werd nooit opgemaakt en goedgekeurd.
Op de OCMW-raad van 31 mei 2022 werd beslist om de voedselbedeling mee op te nemen in het reglement van de Lintpas. Deze beslissing werd opnieuw ingetrokken op de OCMW-raad van 30 mei 2023. De reden van deze intrekking en schrapping uit het reglement van de Lintpas, was dat voedselbedeling een basisbehoefte is en bijgevolg niets te maken heeft met sociale, culturele of sportieve participatie en integratie, waar de Lintpas voor staat.
Het voordeel van de voedselbedeling bleef echter wel behouden voor iedereen met een inkomen van 1,5 keer het leefloon categorie persoon met gezinslast of alleenstaande (= excl. het groeipakket).
Het bedrag van de armoedegrens wordt jaarlijks aangepast in het reglement van de dienst Maatschappelijke integratie voor het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen.
De armoededrempel is als volgt:
- alleenstaande: € 18.235 netto per jaar, of € 1.520 netto per maand
- 2 volwassenen en 2 kinderen: € 34.415 netto per jaar, of € 2.868 netto per maand
- voor andere gezinssamenstellingen: aan de eerste volwassene wordt een gewicht 1 toegekend, aan alle andere personen ouder dan 13 jaar wordt een gewicht 0,5 toegekend en aan alle kinderen van 13 jaar en jonger wordt een gewicht 0,3 toegekend.
(voorbeeld: familie met 1 volwassene en 3 jonge kinderen: € 18.235 + (€ 18.235 x 0,3) + (€ 18.235 x 0,3) + (€ 18.235 x 0,3) = € 34.343,5 netto per jaar)
Het bedrag van 1,5 leer leefloon, exclusief het groeipakket, valt quasi samen met de armoededrempel, waardoor we voldoen aan de voorwaarden van het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen en bovendien wordt dit bedrag automatisch geïndexeerd.
We merken echter dat door de stijging van het aantal gerechtigden enerzijds en van de voedselprijzen anderzijds dat het aanbod per gezin/alleenstaande alsmaar kleiner wordt. Gezien het doel is dat het aanbod gaat naar zij die het het meest nodig hebben, werden de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de voedselbedeling herbekeken. Louter en alleen het inkomen als parameter gebruiken om de doelgroep te bepalen, biedt namelijk in deze weinig nuance.
Al te vaak wordt er gekeken naar personen met een leefloon om bepaalde rechten toe te kennen. Uiteraard hebben zij het op financieel vlak niet breed, maar zij genieten al heel wat sociale correcties:
- sociaal tarief voor energie en water;
- sociaal tarief voor telefonie en internet;
- een sociale toeslag bij het groeipakket en de studietoelage;
- de verhoogde tegemoetkoming;
- een teruggave personenbelasting, vooral indien er kinderen ten laste zijn, ondanks het feit dat ze geen eigen bijdrage leveren;
- vrijstelling van provinciebelasting;
- halvering van de bijdrage aan de zorgkas;
- goedkoop abonnement van De Lijn;
- …
Indien personen met een leefloon, naast deze voordelen, ook een minimum aan huur betalen doordat ze kunnen genieten van een sociale woning die werd toegewezen, zijn zij vaak beter af dan personen die gaan werken voor een minimumloon, een hoge huurprijs op de privémarkt/hypothecaire lening moeten betalen en niet kunnen genieten van al deze sociale voordelen.
Hiermee willen we de vinger op de wonde leggen dat tewerkstelling op zich geen garantie is om uit de kansarmoedeproblematiek te geraken. Het maakt ook duidelijk dat de invoering van een tweede parameter zich opdringt om de gerechtigden te bepalen.
Huur of een hypothecaire lening nemen vaak de grootste hap uit een budget. Bovendien is de woningmarkt verzadigd, waardoor de prijzen alleen maar de hoogte ingaan. Gezinnen moeten vaak noodgedwongen een veel te dure woning huren of kopen waardoor ze nauwelijks leefgeld ter beschikking houden. Daar wordt momenteel geen rekening mee gehouden, zelfs niet met het bezit van een eigendom die volledig afbetaald is.
Overwegende dat volgens de POD MI rekening kan gehouden worden met schulden of hoge huurlasten op voorwaarde dat de procedure en berekeningen duidelijk worden neergeschreven, lijkt het dan ook logisch om het bedrag van de huur/hypothecaire lening mee in rekening te brengen om de doelgroep te bepalen, Algemeen wordt gesteld dat huur of de afbetaling van een hypothecaire lening niet meer zou mogen bedragen dan 1/3e van het inkomen. Wie meer dan 1/3e moet betalen, komt dan nog in aanmerking voor de voedselbedeling, wie minder moet betalen niet.
Wie een eigendom bezit die volledig is afbetaald, wordt hierdoor ook automatisch uitgesloten. Wie zelf huurt, maar wel een eigendom bezit die verhuurd wordt, wordt eveneens uitgesloten.
Voor personen die over een leefloon beschikken, zou dit momenteel betekenen dat een alleenstaande meer dan € 438,07 huur moet betalen om nog in aanmerking te komen voor de voedselbetaling, voor een gezin meer dan € 592,02.
Het behoort tot de autonomie van de OCMW-raad om het reglement betreffende de gerechtigden te behandelen en goed te keuren.
De organieke wet van 8 juli 1976 op de OCMW's
Het Decreet Lokaal Bestuur dd. 22 december 2017 en latere wijzigingen
Gelet op de desbetreffende artikelen van het OCMW-decreet
Gelet dat sinds begin 2015 de POD MI door de Europese Commissie werd aangesteld voor de uitvoering van het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen
Gelet dat op gemeentelijk vlak alleen het OCMW in staat is te bepalen welke begunstigden het meest beantwoorden aan de definitie van meest behoeftigen, zoals omschreven in de verordening (EU) nr.223/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Fonds voor Europese Hulp aan de meest behoeftigen artikel 2§2
Dit reglement heeft geen financiële weerslag.
Enig artikel
De OCMW raad keurt het Reglement "Vaststellen begunstigden van de gratis voedselbedeling in het kader van het fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen" goed als volgend:
Reglement Vaststellen begunstigden van de gratis voedselbedeling in het kader van het fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen:
Artikel 1
Doel
Aangezien voeding een basisbehoefte vormt en niet om financiële steunverlening gaat, wordt om het recht op voedselhulp te openen, de drempel laag gehouden. Om misbruik tegen te gaan, wordt men toegelaten tot deze vorm van hulpverlening nadat een sociaal en financieel onderzoek heeft plaatsgehad.
De voedselhulp beoogt in eerste instantie cliënten een ondersteuning te bieden bij hun beperkte beschikbare gezinsinkomen, maar dient ook als onderdeel van een begeleidingsplan te worden aanzien.
Artikel 2
Begunstigden
Het OCMW vormt de hoeksteen bij het vaststellen van wie het meest behoeftig is.
Komen in aanmerking voor gratis voedselbedeling: de meest behoeftigen als in verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen artikel 2§2.
Inwoners van Lint die onder de armoedegrens leven en die een begeleidingstraject hebben bij de sociale dienst van het OCMW Lint.
Bij een nieuwe aanvraag (leefloon, financiële steun equivalent leefloon, budgetbeheer, collectieve schuldenregeling) kan de maatschappelijk werker beslissen om maximum 1 maand voedselbedeling toe te kennen zonder financieel onderzoek. Het verstrekken van voedselhulp kan in sommige aanmeldingssituaties reeds de primaire noden ondervangen.
Na verloop van deze eerste maand, wordt men toegelaten tot de voedselbedeling nadat een financieel onderzoek is gevoerd.
Bij dit financieel onderzoek dient rekening gehouden te worden met alle maandelijkse inkomsten (nettoloon, alle sociale uitkeringen, onderhoudsgeld voor zichzelf en voor de kinderen), met uitzondering van het groeipakket. Deze inkomsten mogen niet meer bedragen dan 1,5 keer het leefloon categorie persoon met gezinslast of alleenstaande. Aan de uitgavenzijde wordt rekening gehouden met het bedrag van de huur/aflossing van de hypothecaire lening. Deze huurlasten moeten meer bedragen dan 1/3 van de inkomsten. Wie aan beide voorwaarden voldoet, komt in aanmerking voor de voedselbedeling. Als blijkt dat de financiële situatie dermate wijzigt waardoor het maandelijks beschikbaar inkomen hoger komt te liggen en/of de huur/hypothecaire lening lager, dan wordt de voedselbedeling de daaropvolgende maand stopgezet.
Artikel 3
Afwijkingen
Van deze regels kan voor alle bovenstaande categorieën worden afgeweken indien de sociale dienst van het OCMW aanwijzingen heeft waaruit blijkt dat de aanvrager over ruime roerende en/of onroerende middelen beschikt, waardoor het begrip "behartigenswaardige financiële/materiële situatie" niet van toepassing is. Gezinnen met meer dan € 6.200 aan roerend kapitaal (spaargelden, beleggingen,...) hebben geen recht op voedselpakketten. Begunstigden dienen dit te verklaren op eer.
In positieve zin kan er afgeweken worden van het reglement wanneer er sprake is van een schuldenproblematiek waarvoor het budgetbeheer en/of een collectieve schuldenregeling werd opgestart. Voor hen zal er gekeken worden naar het beschikbaar inkomen en zij zullen, ongeacht de grote van het inkomen, mogelijk wel recht hebben op de voedselbedeling.
Artikel 4
Bijzondere voorwaarden
Alle dossiers vereisen een positief advies van de behandelende maatschappelijk werker. Indien deze van oordeel is dat een cliënt, ondanks een beperkt inkomen, toch in staat is de nodige levensmiddelen aan te kopen, zal geen toekenning van een voedselpakket kunnen gebeuren.
Artikel 5
Klachten / opmerkingen
Bij de samenstelling van het voedselpakket wordt er rekening gehouden met kinderen ten laste van de begunstigde. Elk kind wordt vanaf 13 jaar beschouwd als een volwassene.
Klachten met betrekking tot het voedselpakket dienen schriftelijk gemeld te worden bij het OCMW. Bij betwistingen wordt het dossier voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
Artikel 6
Ingangsdatum
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026, na goedkeuring in de OCMW raad van 18 november 2025.
De rechthebbende cliënten worden op de hoogte gebracht van deze reglementering.