Collegebesluit 3 juli 2017 over de samenwerkingsovereenkomst tussen WZC Zonnestraal en Uitvaartverzorging Raf Van Rooy.
Gemeenteraadsbesluit van 24 april 2018 met goedkeuring van het algemeen gemeentelijk reglement op de begraafplaats en lijkbezorging.
Collegebesluit 13 oktober 2025 met goedkeuring van het gemeentelijk reglement op de begraafplaats
Een hernieuwing van het gemeentelijk reglement op de begraafplaats diende zich aan omdat het decreet van 16 januari 2004 begraafplaatsen en de lijkbezorging sinds 9 februari 2024 wijzigde.
De materie van begraafplaatsen is een kerntaak van het lokaal bestuur. Het gaat over een zeer complexe, maar tegelijk ook zeer gevoelige materie, waarbij het lokaal bestuur met haar burgers in aanraking komt op het moment dat ze het meest kwetsbaar zijn. Duidelijkheid is op dat moment voor iedereen het beste. Hier moet het lokaal bestuur haar verantwoordelijkheid nemen.
Voor deze materie zijn de principes van niet-discriminatie, het gelijkheidsbeginsel en rechtszekerheid van essentieel belang.
Om aan dit laatste principe tegemoet te komen, werd het decreet begraafplaatsen opgevat als een kaderdecreet. Het decreet legt de algemene principes vast, waardoor de lokale besturen een eigen beleid kunnen voeren, afgestemd op de lokale gebruiken en gevoeligheden. Dat principe blijft behouden.
Gemeentewet, in het bijzonder artikel 119; 133 en 135 §2.
Wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en lijkbezorging en latere wijzigingen.
Besluit Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.
Decreet van 28 maart 2014 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging in verband met begraving of crematie van levenloos geboren kinderen.
Decreet van 9 februari 2024 tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, het decreet van 12 juli 2013 houdende toekenning voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Artikel 1
Dit gemeentelijk reglement vervangt het vorige gemeentelijke reglement op de begraafplaatsen en lijkbezorging. Dit reglement treedt 5 dagen na publicatie in werking.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt onderstaand gemeentelijk reglement goed op de begraafplaatsen en lijkbezorging.
GEMEENTELIJK REGLEMENT OP DE BEGRAAFPLAATS
Administratieve verordening en ordemaatregelen op de begraafplaatsen.
HOOFDSTUK 1: ALGEMEENHEDEN
Artikel 1
Personen
Volgende personen kunnen begraven worden op de gemeentelijke begraafplaats van Lint:
Als aan bovenstaande voorwaarden niet voldaan wordt, zal een retributie aangerekend worden.
Artikel 2
Locatie
Er is 1 begraafplaats in Lint (Bouwenstraat).
De begraafplaats is toegankelijk voor het publiek alle dagen van zonsopgang tot zonsondergang, behoudens afwijking vastgesteld door de burgemeester.
Voor dienstnoodwendigheden kan de begraafplaats, tijdens deze openingsuren, op bevel van de burgemeester tijdelijk voor het publiek gesloten worden.
Artikel 3
Uren van begraving en werken
Begravingen zijn mogelijk op werkdagen van 09u00 tot 16u00 en op zaterdagen van 09u00 tot 13u00, uitgesloten op de wettelijke feestdagen.
Werken en plaatsen van grafmonumenten worden toegelaten van 09u00 tot 16u00.
Op zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen en vanaf de voorlaatste werkdag van oktober tot en met 2 november is het verboden, behoudens toestemming van de burgemeester of zijn gemachtigde, op de gemeentelijke begraafplaatsen graftekens te plaatsen, bouwwerk of beplantingswerken aan de graven uit te voeren.
Alle werken die, als voorbereiding, elders mogelijk zijn, mogen niet op de begraafplaats uitgevoerd worden.
De materialen moeten daarom zoveel mogelijk geprefabriceerd ter plaatse worden gebracht om de werken op de begraafplaats tot het volstrekte minimum te beperken.
De werken moeten binnen de kortst mogelijke termijn worden voltooid. Indien de werken niet afgerond zijn op sluitingsuur, dan moeten materiaal en voertuigen van de begraafplaats worden verwijderd.
Artikel 4
Wijze van lijkbezorging
- begraving van lijken in volle grond of grafkelders;
- het plaatsen of bijzetten van asurnen in columbaria of het urnenveld;
- het verstrooien van as op de strooiweide.
Artikel 5
Bevoegdheden
De gemeenteraad is bevoegd voor:
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd:
Het college van burgemeester en schepenen is verder ook bevoegd voor:
De burgemeester is bevoegd voor
Artikel 6
Ordemaatregelen voor de begraafplaats
Het is verboden:
Deze begraafplaats is een ecologisch waardevolle site.
Diverse soorten zandbijen hebben hier hun nestplaats. Deze zijn ongevaarlijk en het is strikt verboden om deze bewust schade te berokkenen of te bestrijden.
Artikel 7
Het mortuarium
Uitvaartverzorging Raf Van Rooy is aangesteld om stoffelijke overschotten in tijdelijke bewaring te nemen:
Overleden personen mogen slechts naar het mortuarium gebracht worden na officiële vaststelling van het overlijden.
HOOFDSTUK 2: NIET-GECONCEDEERDE PERCELEN
Artikel 8
Algemeenheden
Een niet-geconcedeerde begraving wordt 15 jaar bewaard.
Afhankelijk van de beschikbare ruimte of in geval van sluiting van de begraafplaats kan deze termijn ingekort worden tot 10 jaar.
Het is verboden meer dan 1 stoffelijk overschot in 1 graf te begraven.
Slechts 1 asurne per urnenveld of nis is toegelaten.
Tenzij mits ontgraving, is de omzetting van een niet-geconcedeerde begraving naar een begraving in een concessie niet toegelaten.
De modaliteiten betreffende de concessies, voorzien in het gemeentelijk reglement op de begraafplaats en in het retributiereglement, zijn van toepassing.
Artikel 9
Procedure ontruiming
Wanneer niet-geconcedeerde percelen moeten worden ontruimd, dan zal een afschrift van de beslissing tot ontruiming gedurende 1 jaar voor het vervallen van de begravingstermijn bekendgemaakt worden:
Na de termijn van 1 jaar worden grafmonumenten van ambtswege verwijderd en worden ze eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.
Artikel 10
Retroactieve thuisbewaring
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een asurne moet schriftelijk ingediend worden door:
De aanvraag vermeldt de plaats van bewaring of de plaats van verstrooiing.
Indien dit op een plaats is waarvan men geen eigenaar is, moet steeds de schriftelijke toestemming van de eigenaar voorgelegd worden.
Een aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts eenmaal aangevraagd worden.
Er moet steeds toelating zijn van de burgemeester tot ontgraving van de urne.
Er moet steeds een aanplakking gebeuren ter info van de nabestaanden.
Wanneer bij ontgraving blijkt dat de asurne beschadigd is, moet deze op kosten van de aanvrager tot ontgraving vervangen worden, vooraleer het vervoer, de herbegraving of de thuisbewaring geregeld wordt.
Binnen de twee jaar na de verwijdering kan de urne teruggezet worden in een concessie of kan de as uitgestrooid worden.
HOOFDSTUK 3: GECONCEDEERDE PERCELEN
Artikel 11
Algemeenheden
Zolang de capaciteit van de begraafplaatsen dit mogelijk maakt, worden concessies verleend voor het begraven van stoffelijke overschotten en asurnen en voor het bijzetten van asurnen, volgens de tarieven opgenomen in het gemeentelijk retributiereglement.
Een nieuwe concessie wordt nominatief toegekend voor maximum 2 personen.
Een aanvraag tot concessie wordt schriftelijk aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen. Deze aanvraag vermeldt de identiteit van de aanvrager (concessiehouder) en van de begunstigde(n) zoals bepaald wordt in het decreet.
Er kunnen geen concessies verleend worden vóór het overlijden, tenzij in het kader van een dubbele concessie, waarbij de toegewezen plaats onmiddellijk benut wordt voor een overleden persoon en de tweede voorbehouden wordt aan:
Enkel met schriftelijke toestemming van de concessiehouder kan de concessiehouder de begunstigde van diens concessie wijzigen.
Wanneer blijkt dat een begunstigde van een concessie overleden is en niet begraven of bijgezet werd in de voorbestemde concessie, vervalt de concessie na afloop van de oorspronkelijke 30 jaar.
Artikel 12
Gewone concessie
Concessies, toegekend vóór 18 november 2025
Concessies, aangevraagd vóór 18 november 2025, werden verleend voor maximum 5 personen en dit voor een periode van 30 jaar die telkens aanvangt op datum van de begraving.
Het volledige tarief van de concessie werd, op het ogenblik van de aanvraag tot concessie en volgens de voorwaarden opgenomen in het retributiereglement, via factuur betaald.
Hernieuwing van de concessie, naar aanleiding van de bijbegraving
Naar aanleiding van de bijbegraving of bijzetting in het geconcedeerd perceel of nis, wordt de nieuwe concessie ambtshalve verleend voor een termijn van 30 jaar, vanaf de datum van begraving/bijzetting en word(t)(en) de concessie(s) van de reeds begraven perso(o)n(en) ambtshalve hernieuwd tot dezelfde vervaldatum, toegekend aan het perceel.
Er kunnen geen andere bijbegravingen in het perceel worden uitgevoerd, behoudens deze die reeds voorbehouden werden op het ogenblik van de toekenning van de concessie.
Hernieuwing van de concessie zonder bijbegraving of bijzetting
Op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de oorspronkelijk toegekende concessietermijn, kan de concessie indien het technisch mogelijk is telkens hernieuwd worden met een termijn van 10 jaar, die aanvangt op de datum van de aanvraag tot hernieuwing.
Het tarief van de hernieuwing van de concessie wordt, op het ogenblik van het indienen van de aanvraag tot hernieuwing en volgens de voorwaarden opgenomen in het tariefreglement, via factuur betaald.
Concessies, toegekend vanaf 18 november 2025
Concessies, aangevraagd vanaf 18 november 2025, worden nominatief verleend voor maximaal 2 personen en dit voor een periode van 30 jaar, die telkens aanvangt op de datum van de begraving.
Het volledige tarief van de concessie wordt, op het ogenblik van de aanvraag tot concessie en volgens de voorwaarden opgenomen in het retributiereglement, via factuur betaald.
Hernieuwing van de 2-persoons concessie, naar aanleiding van de bijbegraving van de 2de persoon.
Deze ambtshalve vernieuwing kan enkel gebeuren op concessies van 2 personen, waarvan de 2de persoon bijbegraven / bijgezet wordt.
Naar aanleiding van de bijbegraving of bijzetting in het geconcedeerd perceel of nis, wordt de nieuwe concessie ambtshalve verleend voor een termijn van 30 jaar, vanaf de datum van begraving/bijzetting en wordt de concessie van de reeds begraven persoon ambtshalve hernieuwd tot dezelfde vervaldatum, toegekend voor dit perceel.
Er kunnen geen andere bijbegravingen in het perceel worden uitgevoerd, behoudens deze die reeds voorbehouden werden op het ogenblik van de toekenning van de concessie.
Hernieuwing van de 2-persoons concessie zonder dat de voorbehouden concessie is ingevuld.
Deze hernieuwing kan enkel gebeuren op concessies van 2 personen waarvan de 2de persoon nog niet mee ligt begraven en waarvan de eerste termijn van 30 jaar afloopt.
Op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de oorspronkelijk toegekende concessietermijn, kan de concessie hernieuwd worden met een termijn van 30 jaar, die aanvangt op de vervaldatum, toegekend aan het perceel. Het tarief van de hernieuwing van de concessie, wordt op het ogenblik van het indienen van de aanvraag tot hernieuwing en volgens de voorwaarden opgenomen in het tariefreglement, via factuur betaald.
Indien de concessie niet hernieuwd wordt voor de vervaldatum, wordt de concessie ambtshalve verlengd met een termijn van 10 jaar.
Hernieuwing van de concessie zonder bijbegraving of bijzetting.
Deze hernieuwing kan enkel gebeuren op concessies waar er geen personen meer bijbegraven moeten worden en de oorspronkelijke toegekende termijn van afloopt.
Op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de oorspronkelijk toegekende concessietermijn, kan de concessie indien het technisch mogelijk is telkens hernieuwd worden met een termijn van 10 jaar, die aanvangt op de datum van de aanvraag tot hernieuwing.
Het tarief van de hernieuwing van de concessie wordt, op het ogenblik van het indienen van de aanvraag tot hernieuwing en volgens de voorwaarden opgenomen in het tariefreglement, via factuur betaald.
Retroactieve thuisbewaring van een asurne in concessie
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een asurne moet schriftelijk worden ingediend door:
De aanvraag vermeldt de plaats van bewaring of de plaats van verstrooiing.
Indien dit op een plaats is waarvan men geen eigenaar is, moet steeds de schriftelijke toestemming van de eigenaar voorgelegd worden.
Een aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts eenmaal aangevraagd worden.
Er moet steeds toelating zijn van de burgemeester tot ontgraving van de urne.
Er moet steeds een aanplakking gebeuren ter info voor de nabestaanden.
Wanneer bij ontgraving blijkt dat de asurne beschadigd is, moet deze op kosten van de aanvrager tot ontgraving vervangen worden, vooraleer het vervoer, de herbegraving of de thuisbewaring geregeld wordt.
De gemeenteraad stelt de kosten vast die verbonden zijn aan het verwijderen van de asurne uit een graf, een columbarium of urnenveld.
Verwijdering en terugplaatsing van de afdekplaat gebeurt door de gemachtigde van het gemeentebestuur.
Binnen de termijn van twee jaar kan de urne teruggeplaatst worden voor de verdere duur van de bestaande concessie.
Twee jaar na de verwijdering vervalt de concessie zonder dat deze aanleiding kan geven tot een terugbetaling van de betaalde concessieprijs.
Er is de verplichting om gedurende de periode dat de asurne thuis bewaard wordt, het grafmonument te behouden en te onderhouden gedurende 2 jaar.
Artikel 13
Procedure ontruiming
Wanneer geconcedeerde percelen moeten worden ontruimd, dan zal een afschrift van de beslissing tot ontruiming gedurende 1 jaar voor het vervallen van de begravingstermijn bekendgemaakt worden:
De concessiehouder of één van de nabestaanden (indien ze bekend zijn) zal een schrijven ontvangen, waarin de schikkingen vermeld staan voor het wegnemen van de graftekens en zerken.
Na de termijn van 1 jaar worden grafmonumenten van ambtswege verwijderd en worden ze eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.
Artikel 14
Voortijdige beëindiging
Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder of van zijn erfgenamen, of bij ontstentenis hiervan iedere belanghebbende, kan de concessie voortijdig beëindigd worden.
Vooraleer tot beëindiging over te gaan, zal de vraag tot beëindiging worden aangeplakt gedurende 6 maanden aan de ingang van de begraafplaats en aan het betrokken graf, en zal, indien mogelijk, de concessiehouder schriftelijk in kennis worden gesteld.
Bezwaren tegen een voortijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen.
Bij beëindiging op verzoek kan de betaalde concessieprijs noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
HOOFDSTUK 4 : BIJZONDERE PERCELEN
Artikel 15
Eeuwigdurende concessies
Er worden geen nieuwe eeuwigdurende concessies meer verleend.
De bestaande eeuwigdurende concessies werden door de wet van 20 juli 1971 omgezet naar een bewaartermijn van maximum 50 jaar.
Hernieuwing van de concessie
Belanghebbenden kunnen telkens op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de oorspronkelijk toegekende concessietermijn, telkens kosteloos de concessie hernieuwen met een termijn van 50 jaar, die aanvangt op de datum van de aanvraag tot hernieuwing.
Indien geen aanvraag tot hernieuwing wordt ingediend, vervalt de concessie. Na het vervallen van de concessie wordt geen bijbegraving of bijzetting meer toegestaan.
Artikel 16
Kinderperk
Op deze plaats kunnen kinderen jonger dan 12 jaar en ouder dan de 6de maand van de zwangerschap begraven worden als de ouders daarvoor kiezen.
In het kinderperk is begraving in volle grond of asverstrooïng mogelijk.
Concessies op het kinderperk worden verleend voor een periode van 50 jaar die aanvangt op de datum van begraving.
Deze concessies zijn kosteloos voor inwoners van Lint of voor kinderen overleden in Lint.
Hernieuwing van de concessie
Belanghebbenden kunnen telkens op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de oorspronkelijk toegekende concessietermijn, telkens kosteloos de concessie hernieuwen met een termijn van 10 jaar, die aanvangt op de datum van de aanvraag tot hernieuwing.
Indien geen aanvraag tot hernieuwing wordt ingediend, vervalt de concessie. Na het vervallen van de concessie wordt geen bijbegraving of bijzetting meer toegestaan.
Wanneer de concessie is vervallen of nabestaanden wensen een voortijdige beëindiging zal artikel 13 en 14 in werking treden.
Artikel 17
Sterrenweide
Foetussen die geboren worden voor het verstrijken van de 6e maand (180 dagen) van de zwangerschap kunnen begraven worden op de sterrenweide van de begraafplaats. Deze begraving kan gebeuren door een gemeentelijk aangestelde of begrafenisondernemer.
Het aangaan van een concessie is niet mogelijk en er is ook geen mogelijkheid tot het plaatsen van een grafmonument op de sterrenweide, omwille hiervan wordt er ook geen duurtijd aan gekoppeld.
Om nabestaanden iets van aandenken aan te bieden, kan er in de gedenkboom een blaadje geplaatst worden met een eventuele naam en de geboortedatum. Elk blaadje blijft ten minste 15 jaar, te rekenen vanaf de geboortedatum, hangen in de boom. De plaatsing van het blaadje gebeurt door het lokaal bestuur. Na het verstrijken van de periode van minstens 15 jaar wordt het blaadje verwijderd door de gemeentediensten en kan het eventueel bewaard worden door een belanghebbende.
Wanneer de termijn van het gedenkblaadje vervalt, dan zal een afschrift van de beslissing tot ontruiming gedurende 1 jaar voor het vervallen van de termijn bekendgemaakt worden:
Eén van de nabestaanden (indien ze bekend zijn) zal een schrijven ontvangen, waarin de schikkingen vermeld staan.
Na de termijn van 1 jaar worden de blaadjes van ambtswege verwijderd en worden ze eigendom van het lokaal bestuur. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze items.
Artikel 18
Erepark van burgemeester en pastoors
Op het erepark van burgemeesters en pastoors kunnen enkel de personen die in het ambt van burgemeester van de gemeente Lint benoemd werden en de personen die pastoor zijn geweest in de gemeente Lint, ongeacht hun ambtstermijn, begraven worden.
Er wordt geen duurtijd aan gekoppeld, het aangaan van een concessie is ook niet mogelijk.
Artikel 19
Erepark graven van oud-strijders WO I en WO II
Op het erepark van de oud-strijders kunnen enkel de oud-strijders van de Wereldoorlogen 1914-1918 en 1940-1945 begraven worden.
Om in aanmerking te komen, gelden volgende voorwaarden:
Er wordt geen duurtijd aan gekoppeld, het aangaan van een concessie is ook niet mogelijk.
HOOFDSTUK 5: PERCELEN
Artikel 20
Afmetingen
Voor percelen vóór mei 2018 gelden de hiernavolgende afmetingen in centimeter:
|
|
Lengte |
Breedte |
| Voor één persoon |
200 cm |
100 cm |
| Voor twee personen |
200 cm |
150 cm |
| Voor drie persoon |
200 cm |
200 cm |
Voor percelen vanaf mei 2018 gelden de hiernavolgende afmetingen in centimeter:
|
|
Lengte |
Breedte |
| Voor één persoon |
100 cm |
250 cm |
| Voor twee personen |
100 cm |
250 cm |
Voor percelen op het kinderperk gelden de hiernavolgende afmetingen in centimeter:
|
|
Lengte |
Breedte |
| Voor één persoon |
100 cm |
60 cm |
HOOFDSTUK 6: GRAFMONUMENTEN en BEPLANTING
Artikel 21
Algemeenheden
Op de gemeentelijke begraafplaatsen gebeurt de plaatsing, de wegneming of de verbouwing van de graftekens en de uitvoering van beplantingen onder toezicht van de burgemeester of zijn gemachtigde en dit binnen de uren en termijnen die opgelegd worden.
De ondernemers of anderen die grafmonumenten plaatsen of herstellen, zijn aansprakelijk bij mogelijke beschadigingen aan de weg, beplantingen of andere grafmonumenten.
Op de percelen waarop een concessie verleend werd, moet uiterlijk vanaf het einde van de zesde maand na de aanvang van de concessie een grafmonument aanwezig zijn, waarop minstens de naam, voornaam en overlijdensdatum van de aldaar begraven persoon of personen vermeld zijn.
Op de percelen waarop geen concessie verleend werd, moet minimaal een houten gedenkteken aanwezig zijn, waarop minstens de naam, voornaam en overlijdensdatum van de aldaar begraven persoon vermeld zijn.
Ingeval van bijbegraving moet na de begraving het perceel onverwijld in een ordentelijke staat gebracht worden en dienen de afkanting, de graftekens of de afdekplaten geplaatst worden binnen hoger vermelde termijn.
Als binnen de voorziene termijn de plaatsing van het gedenkteken niet is uitgevoerd, of indien tijdens de verdere duurtijd niet langer aan die voorwaarden voldaan is, kan dit aanleiding geven tot het treffen van dezelfde maatregelen als deze die ingevolge de wetgeving op de begraafplaatsen en de lijkbezorging zijn voorzien bij verwaarlozing van graven.
Op alle percelen, met of zonder concessie, moet gedurende de bewaartermijn steeds een grafteken behouden blijven.
Aan de strooiweide wordt een gedenkboom voorzien waarop ter nagedachtenis een naamplaatje van de overledene kan worden gemonteerd.
Een naamplaatje kan schriftelijk aangevraagd worden na een asverstrooiing, een begraving op de sterrenweide, een procedure van ontruiming of voortijdige beëindiging.
Artikel 22
Voorwaarden
De opschriften en de grafschriften moeten steeds leesbaar zijn en zullen van die aard zijn om de welvoeglijkheid, de orde en de aan de doden verschuldigde eerbied te vrijwaren.
Gedenktekens die niet overeenstemmen met de bepalingen van de gemeentelijke reglementering dienen terug verwijderd te worden door diegenen in wiens opdracht ze geplaatst werden. De concessiehouder of zijn nabestaanden, indien gekend, zullen hiervoor schriftelijk in gebreke worden gesteld. Daarenboven zal, gedurende 6 maanden, een bericht worden uitgehangen aan het grafmonument en aan de ingang van de begraafplaats.
Bij gebrek aan herstel binnen een periode van 6 maanden na de ingebrekestelling en na de aanplakking van het bericht zal de verwijdering door het gemeentebestuur gebeuren en zullen de kosten ten laste gelegd worden van de bekende opdrachtgever(s).
Het gemeentebestuur staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen.
Artikel 23
Afmetingen
Grafmonumenten - volle grond percelen vóór mei 2018:
|
|
Lengte |
Breedte |
Max. hoogte |
| Voor één persoon |
200 cm |
80 cm |
120 cm |
| Voor twee personen |
200 cm |
130 cm |
120 cm |
| Voor drie personen |
200 cm |
205 cm |
120 cm |
| voor vier personen |
200 cm |
280 cm |
120 cm |
| voor vijf personen |
200 cm |
355 cm |
120 cm |
| voor zes personen |
200 cm |
430 cm |
120 cm |
De grafmonumenten moeten zodanig geplaatst worden dat tussen elke zijgrens van het perceel en het erop geplaatste monument een vrije ruimte van 10 centimeter blijft. Deze ruimte moet vrij blijven, er mag geen beplanting, bedekkingsmateriaal of enig ander voorwerp worden geplaatst.
Inbreuken hierop worden ambtshalve verwijderd.
Grafmonumenten - volle grond percelen vanaf mei 2018:
|
|
Lengte |
Breedte |
Max. hoogte |
| bodemplaat |
100 cm |
50 cm |
5 cm |
| sokkel |
60 cm |
20 cm |
10 cm |
| zerk |
60 cm |
60 cm |
80 cm |
De sokkel dient in het midden van de bodemplaat geplaatst te worden.
De zerk dient verticaal en in het midden van de sokkel geplaatst te worden.
Het uitzicht en vorm van de zerk is vrij te bepalen door de nabestaanden.
Grafmonumenten - percelen van het kinderperk:
|
|
Lengte |
Breedte |
| Voor één persoon |
150 cm |
100 cm |
Afdekplaat - columbarium
volgens grootte van de nis en een dikte van 2 cm.
Afdekplaat - urnenveld
60 cm x 60 cm en een dikte van 2 cm
Artikel 24
Materiaal, uitzicht en vorm
grafmonumenten - volle grond percelen vóór mei 2018:
Grafmonumenten moeten vervaardigd zijn uit duurzame materialen.
Het grondvlak moet horizontaal geplaatst worden en in overeenstemming met de aangeduide lijnrichting.
Het grafmonument moet stevig geplaatst zijn en de basis mag niet dieper dan 15 cm onder het grondpeil worden aangebracht, behoudens de funderingspalen.
Het uitzicht en de vorm van de zerk zijn vrij te bepalen door de nabestaanden.
Naar aanleiding van een bijbegraving zijn de kosten van verwijdering en herplaatsing van het grafmonument ten laste van de nabestaanden.
grafmonumenten - volle grond percelen na mei 2018:
Grafmonumenten moeten vervaardigd zijn uit duurzame materialen.
Het grondvlak moet horizontaal geplaatst worden en in overeenstemming met de aangeduide lijnrichting.
Het uitzicht en de vorm van de zerk zijn vrij te bepalen door de nabestaanden.
Naar aanleiding van een bijbegraving zijn de kosten van verwijdering en herplaatsing van het grafmonument ten laste van de nabestaanden.
grafmonumenten - urnenveld
Afdekplaten moeten vervaardigd zijn uit duurzaam materiaal.
Naar aanleiding van een bijzetting wordt de verwijdering en de herplaatsing van de afdekplaten geregeld door het gemeentebestuur.
grafmonument - columbarium
De afdekplaten van het columbarium moeten uitgevoerd worden in duurzaam materiaal.
Naar aanleiding van een bijzetting wordt de verwijdering en de herplaatsing van de afdekplaten geregeld door het gemeentebestuur.
grafmonument - erepark burgemeesters en oud-strijders WO I en WO II
De zerken worden geleverd en geplaatst door het gemeentebestuur.
gedenkboom
Het gemeentebestuur zorgt voor de bestelling van uniforme plaatjes en de montage hiervan.
Het naamplaatje wordt 15 jaar bewaard en wordt nadien ambtelijk verwijderd door het gemeentebestuur.
Er mogen verder geen ornamenten of versieringen in de boom worden gehangen.
Artikel 25
Aanplantingen of bloempotten
Inbreuken op onderstaande worden ambtshalve verwijderd.
volle grond percelen vóór mei 2018 en kinderperk
De aanplantingen moeten zodanig aangelegd en onderhouden worden dat zij zich niet uitbreiden buiten de afmetingen toegewezen aan het perceel, noch het zicht op de identificatiegegevens op het grafteken belemmeren. De hoogte moet beperkt worden tot 50 cm.
volle grond percelen vanaf mei 2018
Na begraving van de overledene is het toegestaan bloemstukken en bloempotten op het nieuwe graf te plaatsen tot het tijdstip waarop het zaaien van gazon een aanvang neemt. Putten maken of het plaatsen van bloemstukken en bloempotten, zodat het gras verstikt, is na het inzaaien daarom verboden.
Met Allerheiligen zal het gemeentebestuur staanders ter beschikking stellen om bloemstukken en bloempotten te kunnen plaatsen zonder dat het gras beschadigd wordt.
percelen urnenveld
Er mogen geen beplantingen aangebracht worden rond de afdekplaten van het urnenveld, enkel bloempotten of voorwerpen voor of op de afdekplaat.
percelen columbarium
Er mogen geen constructies geplaatst worden aan de afdekplaten van het columbarium, die hinderlijk zouden zijn voor de naastliggende nissen.
kinderperk
De aanplantingen moeten zodanig aangelegd en onderhouden worden dat zij zich niet uitbreiden buiten de afmetingen toegewezen aan het perceel, noch het zicht op de identificatiegegevens op het grafteken belemmeren. De hoogte moet beperkt worden tot 50 cm.
Strooiweide en gedenkboom
Enkel op de daarvoor voorziene plaats mogen bloemen gelegd worden, deze worden door het gemeentebestuur verwijderd wanneer deze uitgebloeid zijn.
Andere voorwerpen worden hier niet toegestaan.
Artikel 26
Onderhoud
Het pesticidevrij onderhoud van het perceel en alles wat zich erop bevindt, is voor rekening van de nabestaanden of belanghebbende.
Het onderhoud van het gras op de geconcedeerde en niet-geconcedeerde volle grond percelen na mei 2018 is voor rekening van het gemeentebestuur.
Het onderhoud van de grafmonumenten op de ereparken (burgemeesters en oud-strijders WO I en WO II) valt ten laste van het gemeentebestuur.
Artikel 27
Procedure van verwaarlozing
Verwaarlozing wordt vastgesteld in een akte van de burgemeester. Die akte blijft een jaar bij het perceel en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt. In de mate van het mogelijke zullen de familieleden worden verwittigd.
Na het verstrijken van deze termijn en bij niet-herstelling wordt van ambtswege overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen. Indien het een concessie betreft, kan een einde worden gesteld aan het recht op de concessie.
Ingeval van dringende noodzakelijkheid kan de burgemeester ambtshalve verwaarloosde grafmonumenten laten wegnemen zonder verhaal of aanspraak op vergoeding. De dringende noodzaak zal worden vastgesteld in een akte, opgemaakt door de burgemeester, die aan het graf en aan de ingang van de begraafplaats wordt geplaatst en zal verstuurd worden aan de concessiehouder of zijn of haar gekende nabestaande of belanghebbende.
HOOFDSTUK 7: ONTGRAVINGEN
Artikel 28
Algemeenheden
Ontgravingen zijn enkel mogelijk:
Er mag geen ontgraving of verplaatsing van stoffelijke resten plaatsvinden, tenzij om ernstige redenen en mits schriftelijke toelating van de burgemeester.
Een schriftelijke en gemotiveerde aanvraag wordt gericht aan de burgemeester en wordt ingediend bij de dienst burgerzaken. De namen van de personen waarvoor de opgraving gevraagd wordt en de naam van de aanvrager moeten duidelijk worden vermeld.
Het grafteken, de aanplantingen en alle andere voorwerpen die het openleggen van het graf kunnen bemoeilijken of beletten, moeten vooraf verwijderd worden door de aanvragers. Indien de ontgraving is aangevraagd door de belanghebbende, is de volledige kostprijs ervan voor hun rekening. Dit wordt rechtstreeks geregeld tussen de belanghebbende en alle betrokken leveranciers.
Bovendien zal een bijkomende belasting aangerekend worden door het lokaal bestuur. De prijs en de betalingsmodaliteiten worden in het retributiereglement vastgesteld door de gemeenteraad.
Ingeval van herbegraven moet vooraf een toelating tot herbegraven worden bekomen op de gemeentelijke begraafplaats of een begraafplaats buiten de gemeente. Het stoffelijk overschot moet onmiddellijk naar de nieuwe bestemming worden vervoerd en begraven, mits inachtneming van alle geldende voorwaarden.
Ingeval van crematie, wordt de as behandeld overeenkomstig artikel 19 en 24 van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004 en de wijziging van het decreet van 9 december 2011 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, m.b. art. 24 en 24bis verschenen in het BS van 29 december 2011.
Artikel 29
Uitvoering
Ontgravingen uit volle grond percelen
Ontgravingen van stoffelijke overschotten worden steeds uitgevoerd door een gespecialiseerde externe firma, in samenwerking met de dienst van de begraafplaatsen.
Dag en uur van de ontgraving worden in overleg met de dienst burgerzaken en de technische dienst door de burgemeester bepaald.
Tijdens individuele opgravingen wordt de plaats ervan voor het publiek visueel afgeschermd. Tijdens meervoudige opgravingen dient de begraafplaats op dat tijdstip voor het publiek gesloten te worden.
Bij de ontgraving zullen enkel de daartoe gerechtigde personen toegelaten worden.
Van de ontgraving wordt door de burgemeester of zijn afgevaardigde proces-verbaal opgemaakt.
Indien de staat van de kist of de urne het vereist, schrijft de burgemeester of zijn gemachtigde voor dat ze vernieuwd wordt of dat elke andere maatregel genomen wordt die van aard is de eerbaarheid of de openbare gezondheid te beschermen. Indien wordt vastgesteld dat kledingstukken of andere omhulsels het verteringsproces ernstig vertragen, moet de ondoordringbaarheid voor lucht van deze omhulsels bij het terugkisten worden opgeheven. Zo mogelijk wordt het belemmerende omhulsel verwijderd.
Tijdens een eventueel transport van de onverteerde resten wordt gebruikgemaakt van een al dan niet herbruikbare lucht- en vloeistofdichte kist.
De bepalingen die van toepassing zijn voor ontgravingen uit volle aarde, zijn eveneens van toepassing voor het verwijderen van stoffelijke overschotten uit grafkelders, columbaria en urnenvelden.
Bij ontgraving van een kist zal er door de belanghebbenden steeds een nieuwe kist voorzien worden. Bovendien zullen de nodige maatregelen genomen worden om ongevallen te voorkomen. Indien de grafmaker dit nodig acht, zullen de aanpalende grafzerken deskundig geschoord of weggenomen worden op kosten en verantwoordelijkheid van de aanvrager van de ontgraving.
De ontgraving zal in geen geval doorgaan wanneer het technisch of om hygiënische redenen onmogelijk is op het afgesproken moment van ontgraving.
Om gezondheidsredenen is het niet toegelaten lijken die in volledige staat van ontbinding verkeren uit de kist te nemen, teneinde ze in een andere over te brengen.
Indien de ontgraving personen betreft die overleden zijn aan een besmettelijke ziekte, schrijft de burgemeester bijzondere maatregelen voor of weigert hij/zij de toelating te verlenen.
Na de ontgraving kan er overgegaan worden tot:
Ontgravingen van urnen uit urnenveld of columbarium
Deze ontgravingen worden door de dienst begraafplaatsen zelf gedaan.
Dag en uur van de ontgraving wordt door de dienst van de begraafplaatsen vastgelegd.
Van de ontgraving wordt door de burgemeester of zijn afgevaardigde proces-verbaal opgemaakt.
Indien de staat van de urne het vereist, schrijft de burgemeester of zijn gemachtigde voor dat elke maatregel genomen wordt die van aard is de gezondheid, welvoeglijkheid of de openbare orde te beschermen.
De ontgraving zal in geen geval doorgaan wanneer het technisch of om hygiënische redenen onmogelijk is op het moment van ontgraving.
Na de ontgraving kan er overgegaan worden tot
HOOFDSTUK 8: SLUITING VAN EEN BEGRAAFPLAATS
Artikel 30
Terugnemen van een perceel wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden
In dit geval kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding. Zij hebben slechts recht op het kosteloos bekomen van een perceel, urne of nis van dezelfde afmetingen op een ander deel van de begraafplaats, tot het einde van de concessietermijn. De eventuele kosten voor het overbrengen van de stoffelijke overschotten en van de graftekens zijn ten laste van het gemeentebestuur.
Artikel 31
Sluiting en/of wijziging van de bestemming van de begraafplaats
In dit geval kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding. Zij hebben slechts recht op het bekomen van een perceel, urne of nis van dezelfde afmetingen op een andere gemeentelijke begraafplaats, tot het einde van de concessietermijn.
De eventuele kosten voor het overbrengen van de stoffelijke overschotten en/of urnen zijn ten laste van het gemeentebestuur. De kosten voor het overbrengen van de graftekens zijn ten laste van diegenen die de overbrenging hebben aangevraagd.
Het recht op het kosteloos bekomen van een nieuw perceel, urne of nis is afhankelijk van het indienen van een aanvraag door enige belanghebbende, binnen een termijn van 1 jaar, volgend op de bekendmaking van de gemeenteraadsbeslissing tot sluiting.
HOOFDSTUK 9: SLOTBEPALINGEN
Artikel 32
Onvoorziene gevallen
Alle niet in dit reglement voorziene gevallen worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen, tenzij ze door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen.