Terug
Gepubliceerd op 08/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

di 18/11/2025 - 20:00

Procedure en retributiereglement uithuiszetting 2026-2031

Aanwezig: Rudy Verhoeven, voorzitter
Stanny Tuyteleers, Johan Verreyt, Raadsleden
Luc Van Geyte, schepen
Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Sofie Van Wesemael, Michel De Prins, Pieter Lievens, Raadsleden
Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Schepenen
Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wouter Entbrouxk, Wim Vandewalle, José Ignacio Fuentes Angulo, Raadsleden
Karen Van Looveren, algemeen directeur
Verontschuldigd: Albrecht Westerlinck, raadslid
Feiten, context en argumentatie

De gemeente Lint heeft een procedure opgesteld voor de uitvoering van uithuiszettingen, inclusief het beheer van achtergelaten goederen. Deze procedure zorgt ervoor dat de rechten van de betrokkenen gerespecteerd worden en dat de goederen op een veilige en wettelijke manier worden beheerd. De gemeente is verantwoordelijk voor het ophalen van goederen die op de openbare weg worden achtergelaten tijdens een uithuiszetting, met uitzondering van goederen die door het parket in beslag zijn genomen of die onder andere wettelijke bepalingen vallen.

Juridische gronden

Gelet op artikel 173 van de Grondwet en de artikelen 40-41 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, die de bevoegdheid van de gemeenteraad bevestigen om retributies vast te stellen.

Gelet op het Vlaams decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet) en het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (DABM), die regels stellen inzake afvalstoffen.

Gelet op de relevante bepalingen in het Burgerlijk Wetboek (nieuw vermogensrecht) betreffende de bewaring en behandeling van achtergelaten roerende goederen na een uithuiszetting. 

Overwegende dat wanneer bij een uithuiszetting inboedelgoederen op het openbaar domein worden geplaatst, het gemeentebestuur wettelijk verplicht is deze goederen tijdig op te halen en gedurende zes maanden in bewaring te nemen. Tijdens die periode krijgt de eigenaar de mogelijkheid zijn goederen terug te vorderen, wat bevestigt dat deze goederen niet als afvalstof beschouwd worden (er is geen sprake van ‘zich ontdoen’ gedurende die termijn). Goederen die snel bederven of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne of veiligheid (bv. etenswaren, chemicaliën) worden evenwel niet bewaard, maar meteen als afval verwijderd

Overwegende dat de afvalstoffenwetgeving als een bijzondere wet primeert boven de algemene regels inzake uithuiszettingen. Het is derhalve verboden afvalstoffen op het openbaar domein achter te laten onder het mom van een uithuiszetting – zulke afval behoort door de houder zelf verwijderd te worden en kan niet op de gemeente afgewenteld worden. De gemeente dient in zulke gevallen op te treden tegen illegale dumping overeenkomstig het Materialendecreet en DABM, dit met eventuele kostenverhaal of sancties jegens de verantwoordelijken.

Overwegende dat het billijk is dat de gemeente de gemaakte kosten voor het ophalen, transporteren en bewaren van inboedel bij uithuiszettingen aanrekent aan de verantwoordelijke, om zo de belastingbetaler te vrijwaren. Het vragen van een vergoeding is toegelaten en strekt niet enkel tot kostendekking, maar vormt ook een stimulans voor de betrokken persoon om de goederen tijdig op te halen.

Overwegende dat bij de invoering van deze retributie tevens gepaste sociale waarborgen moeten voorzien worden. Personen in een kwetsbare financiële situatie (bv. begunstigden van het OCMW) moeten onder bepaalde voorwaarden een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de kosten kunnen bekomen na sociaal onderzoek. Dit om te voorkomen dat reeds kwetsbare inwoners disproportioneel getroffen worden door de maatregel.

Overwegende dat het na het verstrijken van de bewaartermijn van zes maanden noodzakelijk is duidelijk te bepalen wat er met de niet-afgehaalde goederen gebeurt. Conform de wettelijke regeling worden deze goederen eigendom van de gemeente, die ze mag vervreemden (verkopen) of vernietigen. Eventuele verkoopsopbrengsten moeten gedurende een bepaalde termijn ter beschikking gehouden worden van de oorspronkelijke eigenaar, zodat diens eigendomsrechten maximaal gerespecteerd worden.

Financiële weerslag

De inkomsten van de retributie "Uithuiszetting" worden geboekt op de registratiesleutel [beleidsveld 0119/03  ARK 70062010]

Publieke stemming
Aanwezig: Rudy Verhoeven, Stanny Tuyteleers, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Rozemarijn Van Cauteren, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Sofie Van Wesemael, Michel De Prins, Pieter Lievens, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wouter Entbrouxk, Wim Vandewalle, José Ignacio Fuentes Angulo, Karen Van Looveren
Voorstanders: Rudy Verhoeven, Stanny Tuyteleers, Johan Verreyt, Luc Van Geyte, Caroline Van der Heyden, Georges Nagels, Sofie Van Wesemael, Michel De Prins, Andrew Jervis, Peter Van Hoof, Evelyne Longrée, Lies Sutherland, Antony Vanderwee, Wim Vandewalle
Tegenstanders: Pieter Lievens
Onthouders: Rozemarijn Van Cauteren, Wouter Entbrouxk, José Ignacio Fuentes Angulo
Resultaat: Met 14 stemmen voor, 1 stem tegen, 3 onthoudingen
Besluit

Enig artikel
De gemeenteraad keurt het reglement uithuiszettingen voor de aanslagjaren 2026-2031 goed als volgend:
PROCEDURE EN RETRIBUTIEREGLEMENT UITHUISZETTINGEN:
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt ten behoeve van de gemeente een reglement uithuiszettingen vastgezet.
Artikel 2
Waarschuwing en bemiddeling door het OCMW
2.1 Waarschuwing door de vrederechter
De vrederechter is verplicht het OCMW van Lint op de hoogte te stellen wanneer er een vordering tot uithuiszetting is ingediend bij de rechtbank. Het OCMW krijgt hierbij een kans om de situatie preventief te beoordelen.
2.2 Bemiddeling van het OCMW
Na ontvangst van de waarschuwing, kunnen de betrokken partijen contact opnemen met het OCMW om te proberen het geschil op te lossen. Het OCMW biedt bemiddelingsdiensten aan om tot een wederzijds akkoord te komen, waarbij het vermijden van een uithuiszetting het belangrijkste doel is.
Artikel 3
Uithuiszetting en termijnen
3.1 Mededeling van de uithuiszetting datum
De gerechtsdeurwaarder is verplicht de huurder en de gemeente minstens vijf werkdagen van tevoren te informeren over de exacte datum van de uithuiszetting.
Artikel 4
Bewaring van de inboedel
4.1 Uithuiszetting van goederen
Wanneer de huurder de woning verlaat, kunnen zijn/haar bezittingen niet zomaar op straat worden gezet. 

  • De gerechtsdeurwaarder analyseert de huisraad die op het moment van de uithuiszetting in de huurwoning aanwezig is en neemt waardevolle goederen in beslag om de schuldeisers te vergoeden.

  • De te bewaren goederen  worden door de deurwaarder op het openbaar domein geplaatst.

  • De op het openbaar domein geplaatste goederen worden door de ploegen van de technische dienst opgehaald. (m.a.w. : onze ploegen betreden het pand niet! Dat geeft immers een andere juridische context).

  • De medewerkers van de technische dienst laden deze goederen in en voorzien het transport naar het gemeentelijk magazijn.  

  • Indien deze onhygiënisch (bv. ongedierte) of onveilig zijn, kan de verantwoordelijke ter plaatse beslissen deze zaken niet te bewaren en met PBM’s of groot materieel af te voeren.

  • Goederen die snel kunnen bederven of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, gezondheid of veiligheid zijn geen te bewaren goederen, en mogen niet op het openbaar domein geplaatst worden.

4.2 Bewaring door de gemeente
De goederen zullen door de gemeente worden bewaard gedurende een periode van 6 maanden.
Uitzondering: voor fietsen is de bewaartermijn beperkt tot 3 maanden.
4.3 Bestemming bij niet afhaling
Na het verstrijken van de bewaartermijn van zes maanden verkrijgt de gemeente van rechtswege de eigendom over de niet-afgehaalde goederen. Dit betekent dat de oorspronkelijke eigenaar geen aanspraak meer kan maken op teruggave van deze goederen zelf. De gemeente is vanaf dan bevoegd om over de goederen te beschikken en de verdere bestemming te bepalen.
Volgende bestemmingen kunnen aangewend worden:

-     indien de goederen kunnen gebruikt worden binnen de gemeentelijke diensten, dan worden ze behouden;

  • indien de goederen niet kunnen worden gebruikt binnen de gemeentelijke diensten, dan worden ze afgevoerd naar een kringloopwinkel.

  • alle overige goederen worden als afval afgevoerd.

4.4 Procedure afhaling van goederen

  • Na het ophalen van de goederen door de technische dienst wordt er door de financiële dienst een aangetekend schrijven verstuurd naar de eigenaar indien deze bekend is.

  • De eigenaar van de inboedel heeft 6 maanden de tijd om zijn of haar goederen af te halen in het magazijn. De inboedel kan enkel in zijn geheel worden afgehaald. Eigenaars kunnen in het gemeentemagazijn terecht na afspraak.

Artikel 5
Kosten bij uithuiszetting
5.1  Personeels- en vervoerkosten bij uithuiszetting

Wanneer in het kader van de tenuitvoerlegging van een vonnis tot uithuiszetting inboedelgoederen op het openbaar domein worden geplaatst, zal de gemeente Lint instaan voor het opladen en transporteren van deze goederen. Hiervoor wordt een retributie geheven ten laste van de eigenaar van de goederen (of zijn rechtverkrijgenden). De tarieven worden vastgelegd in het retributiereglement ‘uitvoering werken door personeel’.
Elke aangevangen uur of rit wordt als volledig aangerekend. Deze retributie is verschuldigd door de eigenaar of houder van de betrokken inboedel ongeacht of hij/zij de goederen nadien terug ophaalt dan wel definitief achterlaat.
5.2  Opslagtermijn en -kosten

De gemeente bewaart de opgehaalde goederen in een daartoe bestemde gemeentelijke opslagplaats voor een maximale duur van zes maanden, te rekenen vanaf de dag van de uithuiszetting. Gedurende deze bewaartermijn kan de oorspronkelijke eigenaar of rechthebbende zijn goederen op afspraak komen recupereren, na voorlegging van een betalingsbewijs van de verschuldigde retributie (zie artikel 5.1)

Voor de bewaring van de goederen wordt een retributie aangerekend van €185 per begonnen maand. Elke begonnen maand opslag wordt als een volledige maand aangerekend. Uitzondering: gedurende de eerste twee maanden van de bewaartermijn wordt geen opslagkost aangerekend aan de eigenaar, om hem/haar de gelegenheid te geven de goederen zo snel mogelijk op te halen zonder onmiddellijke financiële drempel.
Artikel 6
Onbeslagbare goederen

Sommige goederen zijn volgens de wet beschermd tegen beslaglegging. Deze goederen mogen niet in beslag genomen worden. De lijst van onbeslagbare goederen omvat onder andere:

● Bedden en beddengoed

● Kleren en kleerkasten

● Wasmachines en andere huishoudapparaten

● Eettafel en stoelen

● Kookfornuis en koelkast

● Studiegoederen en beroepsgoederen

● ….

In het geval van een uithuiszetting worden deze goederen ter bewaring overgedragen aan de gemeente. Deze beschermde goederen mogen door de gemeente niet worden vervreemd of vernietigd vóór het verstrijken van de volledige bewaartermijn.

Artikel 7

Verbod op het plaatsen van afvalstoffen en handhaving
Het is verboden om bij een uithuiszetting afvalstoffen te deponeren of achter te laten op het openbaar domein, buiten de normale regelgeving rond huisvuilophaling om.
Enkel roerende goederen (inboedel) die niet als afvalstof beschouwd worden, mogen in het kader van een uithuiszetting op straat geplaatst en door de gemeente tijdelijk bewaard worden. De afvalstoffenwetgeving primeert: indien bij de ontruiming van een pand blijkt dat zich daarin afvalstoffen bevinden (zoals huisvuil, bouwafval, gevaarlijk afval, enz.), blijft de verwijderingsplicht bij de huurder of eigenaar van het pand. Deze kan niet op de gemeente afgewenteld worden op grond van de uithuiszettingsprocedure.
De gemeente Lint zal bij vaststelling van dergelijke illegale afvalplaatsing handhavend optreden krachtens het Materialendecreet en het DABM. Dit kan inhouden dat een gemeentelijke toezichthouder proces-verbaal opstelt wegens sluikstorten en dat op kosten van de overtreder wordt overgegaan tot verwijdering van het afval.
Desgevallend kunnen ook administratieve geldboetes of dwangsommen worden opgelegd aan de overtreders. Een overtreder is een wettelijk ruim begrip, niet beperkt tot louter de houder/eigenaar van de afvalstoffen.
Artikel 8
Sociale vrijstellingsprocedure
De hier beschreven retributies (Artikel 4) beogen kostendekkend te zijn doch houden rekening met sociale context. Een natuurlijke persoon die op het moment van de uithuiszetting geen of onvoldoende inkomsten heeft en bekend is bij het OCMW (Sociaal Huis), kan op individuele aanvraag vrijstelling van deze retributie bekomen. Daartoe wordt een sociaal onderzoek uitgevoerd door de sociale dienst van het OCMW.
Op basis van dit onderzoek brengt het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst (BCSD) een gemotiveerd advies uit aan het College van Burgemeester en Schepenen over de opportuniteit om een volledige dan wel gedeeltelijke vrijstelling toe te kennen. Het College beslist vervolgens over de vrijstelling. Indien het College zou afwijken van het BCSD-advies, moet dit uitdrukkelijk worden gemotiveerd in het besluit.
Onverminderd het bovenstaande wordt in elk geval een volledige vrijstelling van de retributie verleend aan de betrokken persoon die aantoont dat hij/zij op het tijdstip van de uithuiszetting een levenstongevallenuitkering of leefloon via het OCMW genoot (bewijs via attest van steuntrekkende). Deze categorie van sociaal kwetsbare personen wordt vrijgesteld van betaling van de kosten.
Bovenstaande vrijstelling(en) doen geen afbreuk aan de mogelijkheid voor het gemeentebestuur om in plaats daarvan via een afbetalingsplan, uitstel van betaling of vermindering van het bedrag een mildere invordering na te streven, rekening houdend met de solvabiliteit van de uitgezette persoon. Bij elke invorderingsprocedure zal de invorderbaarheid getoetst worden en waar nodig een nieuw sociaal onderzoek gebeuren voordat tot gedwongen invordering (via deurwaarder) wordt overgegaan.
Artikel 9
Nazorg en hulpverlening
9.1 Hulpverlening na uithuiszetting
Het OCMW blijft ook na de uithuiszetting betrokken bij het proces. Zij bieden de nodige ondersteuning aan de huurder, zoals het zoeken naar alternatieve huisvesting of andere sociale voorzieningen, en begeleiden hen bij het vinden van een oplossing voor hun woningprobleem.
9.2 Woningzoekende huurders
De gemeente kan huurders die door de uithuiszetting in een kwetsbare situatie verkeren, helpen bij het zoeken naar tijdelijke of permanente huisvesting via lokale sociale huisvestingsmaatschappijen of andere beschikbare middelen.
Artikel 10
Contact en meldingen
Huurders of verhuurders die zich in een situatie bevinden waarin uithuiszetting dreigt of vragen hebben over deze procedure, kunnen contact opnemen met het OCMW van Lint.
De gemeente Lint is toegewijd aan het helpen van alle betrokken partijen om een eerlijke, rechtvaardige en humane oplossing te vinden.
Artikel 11
Inwerkingtreding van reglement
Dit retributiereglement treedt in werking op 1 januari 2026, onder voorbehoud van tijdige bekendmaking overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur. Het besluit zal gepubliceerd op de gemeentelijke website.